Historie deel 2

Afsplitsing van de afdeling Esch.

Het oudste notulenboek dat de Boxstelse Bijenhoudersvereniging St.-Ambrosius bezit, dateert uit 1937. De 146 beschreven pagina’s van dit boek bevatten de notulen van de ledenvergaderingen, alsmede de jaarverslagen, vanaf de algemene jaarvergadering d.d. 07-12-1937 t/m het verslag van de algemene vergadering van 27-01-1961.
Of het toeval is, valt niet te bewijzen, maar zeker is, dat de afdeling Boxtel ‘een ander gezicht’ kreeg in 1937. In het jaarverslag over dat verenigingsjaar werd vastgelegd dat 1937 geen gunstig jaar was, vanwege het slechte weer. De dracht op fruit, klaver en heide viel tegen.
Bovendien werd in Esch een afzonderlijke afdeling opgericht. Vijftien van de Boxtelse leden gingen over naar Esch. In Boxtel bleven er derhalve 51 leden over, welk getal in de loop van het jaar weer groeide tot 55. Op de contact-avonden -die regelmatig werden georganiseerd met de omliggende afdelingen,- was ook de Essche afdeling regelmatig aanwezig. Dan weer in het PNEM-gebouw in Den Bosch, dan weer in Drunen, en soms ook te Boxtel. Het secretariaat van de Essche afdeling meldde, dat de éérste bijeenkomst, om te komen tot een Essche afdeling, plaats vond op 4 januari 1937 bij de Essche imker, de heer C.F.Jansen, hoofd der school. De eerste bestuursvergadering was op 26 februari 1937. Cees den Ouden, voorzitter van de plaatselijke boerenbond, trad op als voorzitter van die vergadering.
Daar werd besloten om met de Essche afdeling te starten met als afdelingsvoorzitter de heer C.F.Jansen, en als secretaris de heer Antoon Dieden. Pastoor van Düren werd de geestelijk adviseur. In tegenstelling tot de Boxtelse annalen, waren er volgens de Essche boeken 14 leden bij aanvang.
Bij de oprichting van de nieuwe afdeling was A. Dieden al 5 jaar lid van de Boxtelse afdeling. Hij werd de eerste secretaris, en is dat gebleven zolang de Essche afdeling heeft bestaan.
Als secretaris had Dieden ook de zorg voor o.a. het verstrekken van gedenatureerde bjiensuiker aan de leden, opdat de bijen in de winter toch zouden kunnen blijven leven.
De inspecteur der invoerrechten en accijnzen te ‘s-Hertogenbosch gaf goedkeuring aan Dieden om maximaal 25 kg. van deze suiker per lid af te geven. De goedkeuring was gedateerd 16 maart 1938. De nodige bepalingen gingen hiermee gepaard, omdat deze suiker goedkoper is dan normale suiker, en deze uitsluitend voor de imkerij mocht worden aangewend. Op basis van een Koninklijk Besluit van 18-2-1905 (Staadsblad no. 78 ) en 21-6-1927 ( Staatsblad no. 183 ), Crisis-Suikerbesluit 1933 en 12 april 1937 ( Staatsblad on. 444 ) alsmede beschikking van de Minister d.d. 9-2-1934, no. 189 werd aan Dieden een register met geleidebiljetten verstrekt vlak na de oorlog, waarmee de secretaris met suiker over de openbare weg mocht. *24*

Hieronder is zo’n geleidebiljet afgedrukt, dat toestemming gaf aan secr. Dieden om aan imker Dieden 30 kg suiker te verstrekken. Nergens is aangegeven dat de eerder genoemde 25 kg. mochten worden uitgebreid tot 30 kg.

De boekhouding voor de levering van de suiker in het na-jaar van 1954 zag er als volgt uit:

Op vrijdag 28 november 1975 nodigde het bestuur van de Essche afdeling al haar leden uit, om zes leden te huldigen vanwege hun 50-, 40-, en 25- jarig lidmaatschap. De jubilarissen waren:

C.F. Jansen 50 jr. lid
M. Schoones 40 jr. lid
A.J. Dieden 40 jr. lid
A.C. Kuipers 25 jr. lid
P.Traa 25 jr. lid
J.Vissers-Kronenburg 25 jr. lid

Ter intentie van de jubilarissen vond eerst een H.Mis plaats in Huize St.-Jozefzorg te Esch, om 18.30 u , een huldiging in café De Twee Zwaantjes te Esch met aansluitend gelegenheid tot feliciteren.
Wellicht was dit een van de laatste officiële verrichtingen van het Essche bestuur. Want op de ledenvergaderingen van 12 maart 1974, met M. Schoones als voorzitter, en 5 aanwezige leden, werd al gesproken over een te gering ledental. De voorzitter was aftredend en -vanwege leeftijd- niet herkiesbaar. Mede daarom werd besloten om over te gaan tot ontbinding van de Essche afdeling. “In een groter verband is het veel beter. “ zoals in de bij Dieden berustende notulen werd neergeschreven. De heer Van Dun werd benoemd om de zaak af te wikkelen en te ontbinden. Deze laatste notulen zijn dan ook niet meer ondertekend, zoals te doen gebruikelijk was.
Op de ledenvergaderingen van de Boxtelse afdeling werd in de vergadering van 25 maart 1975 gevraagd of de Essche afdeling zich bij Boxtel zou mogen aansluiten indien zij zou ophouden te bestaan. Het antwoord van het bestuur was positief. Op 07-10-1975 werd officieel bekend gemaakt dat overname geen bezwaar zou zijn, en een en ander zou per 1 januari 1976 geëffectueerd worden.
Op 3 februari 1976 werden de Essche imkers bij Cafe v.d. Meijden aan Fellenoord welkom geheten in de Boxtelse kring, die vorig jaar 30 leden telde, en nu was gegroeid tot 35.


Terug naar index..

Hoofdstuk -16- blz 40

Cursussen, excursies en lezingen.

In de meeste gevallen is de hobby van de imker over gegaan van vader op zoon. A. Dieden uit Esch werd met de bijen geconfronteerd via zijn vader, toen hij nog maar 10 jaar oud was. B.v. Stekelenburg uit de Molenstraat te Boxtel nam de bijen ook van z’n vader over, net als Mevr. B. v. Beers-Veroude, die de imkerij van vader J. Veroude overnam. Ook bij de Fam. v.d. Bosch uit Lennisheuvel is bekend dat de liefde voor bijen over ging van generatie op generatie.
Toch was het nodig, om zich steeds meer te bekwamen in het imkeren. Immers, de honing werd steeds meer consumptiemiddel, er ontstonden ziektes onder de bijen, en het ‘rendement ‘ wilde men toch vaak zo hoog mogelijk hebben: zo veel mogelijk honing in de kast.
Allereerst was er de mogelijkheid om het maandblad “St.-Ambrosius” te bestuderen. Vaak werden daarin duidelijke en leerzame artikelen geschreven, waarmee de imker zijn of haar voordeel kon doen. Of in het blad “Bijenteelt “ van de 3 bijenbonden. Bekend zijn de artikelen over bijenziekten, bestrijdingsprogramma’s en voorlichtingsbijeenkomsten.

Al in de notulen van 1938 werd gesproken over de zomerles, die door de heer Zijlmans gegeven zou kunnen worden. In ‘Brabants Centrum ‘ zou hiervan melding gemaakt worden. Deze les vond plaats in het gebouw van de Honingzemerij aan het Boseind. Mej. v.d. Broek gaf een lezing in de Landbouwwinterschool aan de Pastoor Erasstraat. Meerdere malen verzorgden zij voor de imkers korte lessen. Ook in het café van Van Rooi werden lessen gegeven, o.a. door bijenteeltonderwijzer Van de Laar, met als titel “De verzorging van de bijen in het voorjaar. “
In het jaarverslag van 1954 werd vermeld dat 4 leden een cursus hadden gevolgd: door de heren v.d. Bosch, Veroude, Bekers en Scheutjens. Allen ontvingen het diploma. De praktijklessen werden gehouden bij/met de 2 volken die eigendom van de vereniging waren. Er werd met die 2 volken geïmkerd door 2 fraters van Huize De La Salle: Frater Gabriël en Frater Michaël. Op de volgende pagina een foto van Frater Gabriël, compleet met Dathé-pijp bij de bijenstal, waarvan 2 volken eigendom van de club. *25* in het kasboek van 1919 staan al “twee wintervolken “ bij het saldo vermeld.


Mede in het kader van de verhoging van de vakbekwaamheid werden de imkers opgeroepen om dagboeken bij te houden van de wijze waarop zij met hun dieren bezig waren .Zo’n boek berust nog in het archief: van de bijenvolken van Frater Gabriël, beginnend in 1958. Tot 1979 zijn enige aantekeningen aangebracht. De eerste pagina begint met de zinnen “bijenjaar 1958. Behandeling naar eigen en aangepaste methode. “  ,   “ In voorjaar negen kasten die alle goed door de winter zijn gekomen. “
In datzelfde jaar 1958 meldde de penningmeester in het kasboek bij de
ontvangsten:  22 kg. honing Kast Bond 29,70
Uitgave:         10 kg. Suiker 2 kasten 7,50
___________20 kg, suiker 2 kasten Bond 16,00

In het jaarverslag van dat jaar melde de secretaris een opbrengst van ƒ 42,50 voor 25 kg. honing, en een uitgave van 30 kg. suiker, 1 binnenbak en 1 buitenbak. Over ƒ14,45. Alle leden samen leverden 544,9 kg. Honing.

Zo ontstonden ook wedstrijden om te bepalen wie de beste honing had gewonnen. Ook keurwedstrijden werden later georganiseerd. Een heuse wisseltrofee ging menig maal naar H.Vlamings.
Zo werden op de kontaktavond van 2-10-1978 de nodige diploma’s uitgereikt voor de cursus bijenteelt. Aanwezig de heren Pettenga ( Rijksbijenteeltconsulent ), v.d.Palen ( hoofdbestuurslid NCB ) en Bluemink ( Inspecteur Landbouwonderwijs.) Hiernonder een diploma van Mw. Molenaar, In 1972 uitgereikt.
In 1978 werd op ’n studiedag in Oisterwijk gesproken over Kwaliteitsverbetering ( Pettinga ), Koninginnenteelt ( Jeskes ) en over de carnica ( Weyenborg ).



 
Om de honingopbrengst te verhogen,werd verschillende malen aan de gemeente Boxtel gevraagd, om “bij beplantingen der verschillende wegen en nieuwe wijken in Boxtel “ rekening te houden met het planten van honinggevende planten en bomen. Al op 31 mei 1937 ging zo’n schrijven uit van het hoofdbestuur van de bijenhoudersbond van de N.C.B., ondertekend door J. Lauwers en P. van Haaren. De Boxtelse vereniging liet eveneens regelmatig verzoeken uitgaan naar de gemeente Boxtel. Bijvoorbeeld in 1949:

-a- op 22 december 1949 stuurt het bestuur zo’n verzoek. Ondertekend door voorzitter v.d. Velden, secretaris v.d. Wassenberg en de overige bestuursleden.

-b- In de vergadering van B. en W. d.d. 10-01-1950 werd onder agendapunt 11 nr. 1671 dit verzoek besproken. Het hoofd van de dienst Gemeentewerken adviseerde het College, om niet uitsluitend honinggevende bomen en struiken te zetten. Ook dient bij het planten rekening gehouden te worden met de grond, het aangezicht en vele andere factoren. Er werd besloten om te berichten dat zoveel mogelijk rekening zou worden gehouden met hun wensen.

-c- Op 12 januari 1950 ontvangt de vereniging een schrijven van Burgemeester Van Helvoirt “dat bij de beplanting zoveel mogelijk met de belangen van de bijenhouder rekening zal worden gehouden “. Diverse van dit soort briefwisselingen berusten in het dossier op De Blauwverver te Boxtel.

Verder is de vakgroep Entomologie van de Landbouwuniversiteit te Wageningen in 1960 begonnen met het onderzoeken van de verschillende aspecten van de bijenkunde. Deze vakgroep probeert een bijdrage te leveren aan het oplossen van problemen in de bijenteelt, wetenschappelijk onderzoek en voorlichting te geven aan de Boxtelse en alle overige Nederlandse imkers.

Enige jaren daarvoor, in 1951, werd de Stichting “Ambrosiushoeve “ door de bedrijfraad voor de bijenhouderij in Nederland opgericht om eveneens onderzoek te doen. Dit proefbedrijf voor insektenbestuiving en bijenhouderij is gevestigd te Hilvarenbeek, en is genaamd “Ambrosiushoeve “. *18* en *26*
Ook werden bijen verzekerd, indien de imker lid van de vereniging was . Op de volgende bladzijde is een polis te zien, uit 1946.



Terug naar index..

Hoofdstuk -17- blz 46

Decoraties, onderscheidingen en jubilea.

In de notulen is menig maal gewag gemaakt van de huldiging van één of meerdere leden van de bijenhoudersvereniging “St.-Ambrosius “ te boxtel. Het is jammer, dat niet alle notulen/jaarverslagen vanaf de oprichting meer aanwezig zijn. Verder zijn een aantal jubilea soms alleen vermeld, als
Huldiging v.d. Staak “ (1964). Soms kon achteraf toch wel bepaald worden, om wat voor jubileum het hier gegaan moet hebben. Het is daardoor onmogelijk om alle jubilea even ‘eervol’ te vermelden. Enkele uitzonderingen dienen echter toch gemaakt te worden.
De éérste vermelding van een jubileumviering is terug te vinden in het oudste notulenboek, bij de datum van 9 december 1939. Daar wordt gesproken over het 40 jarig jubileum van J.v.d. Braak en A.v.d. Bosch. Beide waren nog mede-oprichters van de Ambrosiusvereniging. Aanwezig bij deze huldiging was de heer Andriessen, hoofdbestuurslid van de N.C.B., alsmede de Zeer Eerwaarde Heer I. Broekman, geestelijk adviseur.
In 1944 vierde M. Hendriks het feit dat hij 25 jaar verbonden was aan de Honingzemerij. In 1919 startte hij in Meijel als bedrijfsleider, en in 1928 volgde hij als directeur de Heer houben op, die door verdrinking om het leven was gekomen.
In het jaarverslag van 1950 werd het eerste gouden lidmaatschap gevierd, van A.v.d. Bosch, Janus Bosch.

Het zestig-jarig bestaan van de vereniging werd uitvoerig weergegeven in het verslag daarover. De viering vond plaats op 13-12-1958. Als eerste werd een H. Mis opgedragen door Geestelijk Adviseur Pastoor Tilman, in de H.-Hartkerk. Aansluitend werd met een koffietafel het feest voortgezet. In de loop van de avond traden als gastsprekers op de Heer Lauwers uit Esbeek en geestelijk adviseur Tilman. Het traditionele vogeltjeprik behoorde tot de festiviteiten. Een Tilburgse humorist vermaakte de aanwezige en om middernacht werd afgesloten met het uitspreken van de Christelijke Groet.

Tijdens een bezoek aan Mevr. B. van Beers-Veroude in oktober 1990 kwam uit het “dossier “van haar opa A.v.d. Bosch de lidmaatschapkaart naar boven:

Tevens zit in de soldatenkist de gouden speld met daarop de bij, met een briefje waarop de tekst:
19-12-1979, Gouden speld, uitgereikt aan v.d. Staak vanwege 50 jaar lidmaatschap. Geschonken door zijn zoon aan Jan Veroude ter ere van de Heer A.v.d. Bosch, schoonvader van Jan Veroude “. was getekend: P. Maas

Op 12 januari 1979 viel de Boxtelse inkerij een grote eer te beurt:




De verdiensten van de imker A. Dieden werden korte tijd daarna -op 5 januari 1980- gehonoreerd met koninklijk zilver.
De Essche loco-burgemeester A. Doggen speldde de versierselen, behorende bij de eremedaille in zilver, verbonden aan de orde van Oranje Nassau op tijdens de Ambrosiusviering, waarvoor de vereniging domicilie had gekozen in café De keulse Kar te Esch. Reden van de onderscheiding was het bijna vijftig-jarig lidmaatschap, het mede aan de wieg staan van de Essche afdeling in 1937, en het bijna 40 jaar verzorgen van het secretariaat. Ook had hij jarenlang het postagentschap van de Honingzemerij.
Tevens werd een postuum eerbetoon gebracht een het onlangs overleden lid Jan Veroude. Mevr. Veroude ontving van voorzitter Maas een oorkonde, waarop de verdiensten van haar man waren ‘ ingelijst ‘. Het blad “Bijenteelt “van maart 1983, 61e jaargang, nr. 3 stond uitvoerig stil bij de koninklijke onderscheiding die Ties van den Bosch mocht ontvangen vanwege 50 jaar onafgebroken lidmaatschap, tijdens welke periode hij ook verschillende bestuursfunsties vervulde.
Tevens bood voorzitter G. Timmers een bos tulpen aan, aan de gemeente, het symbool voor de “Tulpenboom “ die bij het nieuwe gemeentehuis een plaatsje zou moeten krijgen, daarmee het belang van drachtplanten onderstrepend.
Nieuwsblad “Brabants Centrum “ van 28-03-1985 kondigde aan dat de boom daadwerkelijk geplant zou gaan worden.
Tenslotte ontving A. Dieden in 1986 een oorkonde vanwege zijn 60-jarig lidmaatschap van de vereniging in Boxtel en Esch.

Terug naar index..

Hoofdstuk -18- blz 49

De bijenmarkt.

Een historische dag “
Zo werd in het notulenboek geschreven achter de datum 07-04-1973. In zaal “Bellevue “aan de Bosscheweg vond een vergadering plaats van de Bijenhoudersbonden van de NCB, de LLTB en de ABTB. Daarna werd door het gezamenlijk college van Burgemeester en Wethouders op het landgoed “Sparrenrijk “ de bijenstal of “Bijenstand “ geopend. Zeker 100 aanwezige bekeken deze stal. Doel: Leden van de vereniging die niet over een eigen stand beschikken, kunnen daar, mits er ruimte voor is, hun kasten of korven plaatsen. Ook zou deze bijenstand gebruikt gaan worden voor de praktische lessen. De leden hadden zelf in enkele zaterdagen de stand gebouwd uit hout, en gedekt met pannen.
Hieronder een willekeurige bijenstand. *29*

Triest dat bijvoorbeeld in het voorjaar van 1984 door vandalen schade aan de hal werd toegebracht door brandstichting en diefstal !

Behalve, dat op die dag ook de Honingzemerij “Het Zuiden “open huis in de nieuwbouw aan de Ladonkseweg hield, vond de eerste heuse bijenmarkt plaats. *30* en *31*
Het enorm slechte weer dreigde dit evenement te doen mislukken. Gelukkig bood te elfder ure de n.v. Van Heertum & Prinsen vrij onderdak in een der fabriekshallen. Het “gonsde “ er van de bedrijvigheid rondom verschillende imkerstands. Ook het korfvlechten werd gedemonstreerd. Deze bijenmarkt groeide in de jaren daarna inc belangstelling. Zo kon de organisatie bogen op 2500 bezoekers in 1976. Twaalf handelaren brachten 80 bijenvolken gekast “ of “gekorfd “ bijeen. Ook de Honingzemerij deed goede zaken. Korfvlechter Biemans uit Eerde was weer present, evenals rijksbijenteeltconsulent J Hensels. Eregast was de Engelse imker D. Kandlin, die met collega-imker R. Dekker nauwe contacten onderhield. Tijdens de feestelijke afsluiting werd Kandlin tot erelid benoemd en verder onderscheiden met de zilveren bijenspeld.
Thans wordt iedere eerste zaterdag van april in Boxtel de Bijenmarkt gehouden. De locatie is gewijzigd: de binnenplaats van de Landbouwwinterschool ( M.A.S.-bouw ) aan de Pastoor Erasstraat. Er worden Jaarlijks bijenvolken verhandeld en er is een verkoop van imkersbenodigheden, honing en andere bijenprodukten. Voorts is er de verkoop van kruiden en planten en vindt voorlichting plaats, o.a. door het vertonen van films. Een loterij dient o.a. om de onkosten te bestrijden. *29*



Terug naar index..

Hoofdstuk -19- blz 52

De vereniging nú.

Op 23 april 1981 verschenen voor Notaris Peters te Oirschot de heren P. Maas uit Esch en J. Vlamings uit Boxtel, om de officiële statuten van de vereniging te laten vaststellen, zoals was besloten op de algemene ledenvergadering van 26 maart daaraan voorafgaande.
Bijenhoudersvereniging St.-Ambrosius “werd daarmee ook ingeschreven in de Kamer van koophandel en Fabrieken voor Noord-Oost Brabant. Het dossiernummer van de ingeschreven vereniging werd V 217315. Voor het verenigingsregister zijn thans de namen vastgelegd van de heren M.Schouten, G.Timmers en H Eijkemans, vanaf 1 februari 1990.
Het uittreksel zoals dat is verstrekt volgt op de bladzijde hierna, en is daarmee het jongste archiefstuk van dit boek! *35*

Doel van de vereniging is door de jaren heen altijd gebleven het bevorderen en instandhouden van de bijenhouderij en het behartigen van de belangen van de bijenhouderij in het algemeen en die van haar leden in het bijzonder.*36*

Hieronder een foto van een bijenstal, vermoedelijk uit het midden der vijftiger jaren. De stal stond tussen de honingzemerij aan het Boseind, en de N.C.B. De fabrieksschoorsteen van de N.C.B. Is nog juist zichtbaar.*10*

 

Bij aanvang van het jubeljaar 1991 zag de ledenlijst er als volgt uit:

J. v.Beurden, Elzengaard
G. van.Boekholt, Lijsterbesgaard
H. van de Bosch, Mijlstraat
P. Bressers, Vinkenheuvel, Esch
A. Bressers, Van Randerodestraat
A. Dieden, Marktplein, Esch
H. Eijkemans, Het Kapittel
A. Heeswijk, De Volder
C. v.Helvoort, Koevoortseweg
H. Huyberts, Kempseweg
J. Koekoek, Prins Frederikstraat, Vught
A. van de Langenberg, Beukendreef
M. van de Langenberg, Beukendreef
F. van de Langenberg-Huyberts, Koevoortseweg
W. van der Leest, Akkerstraat, Gemonde
F. Maas, Molenstraat
M. Mettler, Liempdseweg
J. Molenaar, Keizerstraat
M. Molenaar, Keizerstraat
J. Mommers, Postelstraat, Esch
J. van Nimwegen, Maaslandstraat
J. Poort, Kleine Beemd
A. Renders, Broekstraat, Best
M. Schouten, Postelstraat, Esch
B. van Stekelenburg, Molenstraat
M. Tholen, Zandvliet
M. Timmers, Van der Voortweg
G. Timmers, Van der Voortweg
P. Traa, Schollevaarweg, Zeewolde
P. Vendel, Ridder Van Cuijkstraat
M. Verheijen, De Renbaan
C. Vlamings, Hertogenstraat
J. Vlamings, Hertogenstraat
F. van Vught, Albinonistraat *52*

Het bestuur was als volgt samengesteld:

voorzitter: de heer G. Timmers
secretaris: de heer H. Eijkemans
penningmeester: de heer M. Schouten
bestuurslid: de heer F. Maas
bestuurslid: de heer P. Vendel

Erelid vanaf zeven april 1973 de heer D.Kandlin uit Engeland.
Pater Snijder a.a. is de vaste voorganger in de jaarlijkse misviering rondom het feest van St.-Ambrosius.
Café- restaurant A.M.P. v.d. Meyden, Fellenoord 6 biedt al jaren een gezellig onderdak aan de vereniging.
Het kasboek van de laatste jaren is in wezen niet zo heel veel anders qua inhoud. Wel voor wat betreft de grootte van de bedragen…
Vergelijken we bijvoorbeeld de boeken van 1985 en van 66 jaar eerder(1919),
dan zien we o.a. het na-volgende:

Inkomsten: —————-1919————————1985

beginsaldo:—————-20,00———————–1537,47
contributie:—————–74,50———————–1740,00
opbrengst feestavond:–7,74————————-551,00
suiker:———————–334,90———————-3862,00

Uitgaven:

secretariaat:—————-5,00————————100,80
suiker:————————330,00———————3862,00
consumpties etc.:———43,00———————–158,60

*53*

De belangrijkste verschillen tussen de 2 kasoverzichten zijn:
In 1919 is er nog een inkomst van honing van de eigen verenigingsvolken,
44½ kg. voor ƒ45,10. De inkomsten van 1985 laten een ingekomen bedrag zien voor “batig saldo bijenmarkt “ alsmede een bedrag voor bestuivingsgeld “ , en “ inleggeld vlechtcursus “.
Bij de uitgave valt op dat in 1985 contributie wordt afgedragen aan N.C.B.
Vrienden van Ambrosius, Regio en Kamer van Koophandel.
Verder een uitgave van ƒ 265 aan cursussen, en ƒ 10 voor de bijenhal op Sparrenrijk.

Tenslotte stond Bijenhoudersvereniging “St.-Ambrosius “ in 1990 niet ingeschreven voor de aanvraag van een gemeentelijke subsidie. *54*

Terug naar index..

Hoofdstuk -20- blz 57

Het bijenmonument

Dit alles gelezen hebbende, zult U het met me eens moeten zijn, dat de Apis Mellifica of Honingbij een monument verdiend heeft!
Chrysostomos zei al dat de bij wordt geëerd omdat ze niet voor zichzelf werkt, maar voor iedereen. En in “Lof der Zotheid “schreef Erasmus: “Kan de bouwkunst op prestaties als die der bijen bogen? Heeft ooit een filosoof een zo volmaakte gemeenschap ontworpen? “ *32*

Welnu, in de gemeente Renkum ( Oosterbeek ) startte in 1961 voor het eerst een bijenmarkt. De organisatie was in handen van de Propagandacommissie van de vereeniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland, de V.B.B.N.. Deze commissie vroeg bij schrijven van 26-05-1962 toestemming aan B. en W. om een bijenmonument te mogen zetten. *33*
Het beeld zou geplaatst moeten worden op het Dorpsplein te Renkum, teneinde de bijenmarkt meer glans te geven. Imkervereniging De Korenbloem “ van Renkum/Oosterbeek e.o. bezit nog gegeven die erop wijzen dat het kunstwerk werd vervaardigd door Mej. Josje Esselman uit Zaandam. *34* Het uiteindelijke monument kwam er! Een bij in een cel, vervaardigd uit ijzer, staande op een sokkel.
Op 28 juli 1962 werd het door ir. Bahrgava uit India -student te Wageningen- onthuld.

Op 19 juni 1963 werd bekendgemaakt dat het monument met de noorderzon was vertrokken. ƒ100 werd uitgeloofd aan degene die de gouden tip zou kunnen leveren om het monument weer terug te krijgen. Drie dagen later meldde de pers dat het beeld terug was. 3 Jongelieden haden het routineus van zijn voetstuk gegrepen en naar en kweker in Heins vervoerd. Herplaatsing werd ingepast in de feesten die hoorden bij de nationale bijenmarkt. Waarom het beeld ontvoerd werd? Ik heb Renkum en de Veluwezoom een lesje willen leren. Ze denken daar, dat ze iets met bijenteelt te maken hebben. Die speelt alleen aan de andere Rijnoever, in de Betuwe een grote rol. “,was het antwoord van Hr. De Veer, kweker in Hiens, die zei dat enkele Wageningse studenten de grap hadden uitgehaald.
In 1969 ging de bijenmarkt ter ziele. En in december 1981 meldde de krant opnieuw dat het beeld verdwenen was. De directeur van gemeentewerken vond het kunstwerk terug in beschadigde toestand. Herstel, schilderen en herplaatsen zou ƒ 12500 gaan kosten incl. b.t.w.. De Heelsumse smid Hageman kreeg opdracht om het kunstwerk weer te herstellen. De commissie voor culturele zaken adviseerde om het monument op een veiliger plaats neer te zetten. Nabij het postkantoor, aan het begin van de Rijnpromenade ware beter. Hier, bij het begin van de Dorpstraat is het kunstwerk geplaatst, nog voorzien van enkele extra ‘angels ‘ om inklimmen te voorkomen. *34*
De Bijenmarkt in Renkum werd overigens weer in ere hersteld, onder de naam “Renkumse Bijen- en Natuurmarkt “.
Waarschijnlijk blijft Renkum al met al de enige plaats ter wereld waar een bijenstandbeeld is opgericht! *12*

Terug naar index..

Hoofdstuk -21- blz 59

Bijlage 1.

Onderstaande fraaie prent is genomen uit een boek wat berust bij de huidige secretaris, de heer H.Eijkemans, met als titel: “de encyclopédie van Diderot en D’alembert “. *37*

De pagina laat iets zien over “Mouches à Miel “ ofwel “bijen “.



Bijlage 2 .

Deze bijlage bevat 3 foto’s, afkomstig uit het archief van Mevrouw Beb Van Beers-Veroude, Gildenhof te Boxtel.

De eerste foto dateert van ongeveer 1928. Janus v.d. Bosch (bijgenaamd “Buske “) staat met dochter Tineke bij hun bijenstal in de Zweelders “. De overgang van korven naar kasten is duidelijk te zien.

Links op de foto de vrouw van v.d. Bosch; Hendrika v.d. Bosch- Leijten, en dochter Anneke. Dochter Tineke trouwde later met imker Jan Veroude.

De tweede foto toont eveneens Janus v.d. Bosch, bezig met het vlechten van een bijenwoning. Niet alleen werden ze vervaardigd voor henzelf. Honingzemerij “Het Zuiden “nam er ruim 3.000 af van deze nijvere korfvlechter.

Foto 3 komt uit een werkstuk, dat Mevr. Beb Van Beers-Veroude maakte in haar middelbare-school-tijd. De foto dateert van 1955. De nevenstaande tekst spreekt voor zich!
Mevr. Van Beers is een dochter van Jan Veroude.



Bijlage 3.

Waarom met bijen naar het koolzaad reizen?
Uit alle stukken blijkt steeds weer, dat de imker met zijn immen naar het fruit reist, maar ook naar het koolzaad. Waarom nou juist vanaf eind april een maand lang naar die knalgele velden?

Wel, eeuwen lang zijn in ons land polders gemaakt, en vervolgens ontgonnen. Bij die ontginning werd steeds het gewas koolzaad gebruikt, omdat deze plant niet erg gevoelig is voor zout in de grond. Bovendien groeit zij goed op stikstofrijke gronden. Verder vergt het koolzaad maar weinig grondbewerking en zaaizaad. Mislukt het gewas, dan kan in het voorjaar alsnog een ander gewas worden ingezaaid. Het financiële risico is dus gering.
Bovendien is koolzaad een hoogopgaand, vroeg gewas, dus een onkruidonderdrukker. Omdat de oogst vroeg is t.a.v. de graanoogst,
kan de akkerbouwer beiden verbouwen en oogsten.
De oogst wordt vaak verkocht voor het vervaardingen van (raap-) olie.
Er schijnen polders geweest te zijn, waar de kosten van bedijking en ontginning met twee oogsten werd betaald!
In Flevoland wordt jaarlijks tussen half augustus en half september ca. 7.000 ha. koolzaad ingezaaid.

Koolzaad is machinaal te oogsten, en wordt hoofdzakelijk in ons eigen land verwerkt. De olie gaat naar de margarine en spijsolie-industrie, en de afval wordt als krachtvoer voor het vee aangewend. Medio juli vindt oogst plaats, waarna het kleine zwarte zaad wordt geoogst.
Indien de bij deze planten bestuift, draagt ze bij tot vergroting van de opbrengsten van poldergronden. *38*

Bijlage 4.

op zes mei 1934 vond te Boxtel een huldiging plaats voor de Boxtelse huisarts dr. P.M. Hoek, vanwege zijn vijftig-jarig jubileum als arts, en tevens voor zijn afscheid.
Eén van de festiviteiten betrof een defilé, waaraan de Boxtelse verenigingen deelnamen, ook de Bijenhoudersvereniging St.-Ambrosius. *39*




Bijlage 5.

De foto van de volgende bladzijde dateert van 1932.
De Boxtelse Bijenhoudersvereniging ging op excursie naar de heide bij Heeze/Leende. Zij berustte bij de heer A.Dieden in Esch.
Let eens op de Heren Jansen en Van den Braak, die allebei een bijenvolk aan hun hand hebben hangen. Bijna alle imkers roken een pijp, en sommige van hen de Dathé-pijp.

Alleen de namen van wie met zekerheid gezegd kon worden bij welk ‘kopje ‘ ze hoorden, zijn hieronder ingevuld!

Terug naar index..

Bronnen en literatuur

De nummers corresponderen met de nummers in de tekst, die aangegeven zijn tussen 2 sterretjes. *2*

*1* “Met de heiligen het jaar rond. “ Dom. J. Huyben OSB,
Uitg. Brand, Bussum 1949, 4 delen

*2* Gebeden en gezangenboekje voor de viering van de H. Eucharistie van de St.-Ambrosiusvereniging te Boxtel, d.d. 07-12-1974

*3* Jaarverslag van 1979, uit het notulenboek van Bijenhoudersvereniging
“St.-Ambrosius “ te Boxtel, d.d. 24-01-1980.

*4* “Honing, een puur geschenk van de natuur “
Uitgave van Honingzemerij ” Het Zuiden “te Boxtel

*5* “ De wondere wereld van de honingbij “ , Uitg. van de Stichting Bedrijfsraad voor de Bijenhouderij in Nederland

*6* “De bijen “, Lesbrief van Kinderboerderij “ Wolfslaar “ te Breda

*7* “ Honing, soorten, eigenschappen, recepten. “
Uitgave van Honingzemerij ” Het Zuiden “te Boxtel

*8* “Oud-Brabants Dorpsleven”, B. van Dam, Uitg. van Stichting Brabants Heem 1972, Deel IV in de serie Kultuurhist. Verkenning

*9* Verslag van den toestand der Provincie Noord-Brabant door Gedeputeerde P.J. Bosch van Drakestein en Griffier Van Cooth

*10* “ Beknopt historisch overzicht “, Jubileumuitgave b.g.v. 25 jaar Honingzemerij “Het Zuiden “ te Boxtel, 1931-1956

*11* “Archief van de Heemkundige Studiekring Boxtel, onderwerp “Gilden “berustend in het gemeentehuis te Boxtel

*12* “Shell-Journaal van de Nederlandse Folklore “
Dr. J.M. Fuchs, uitg. van Shell-Nederland 1971

*13* “ Bijen en Bijenteelt “, Dr. Ir. o. v. Laere Uitg. Van Bijenteeltmuseum Kalmthout, 1977

*14* Nederlands Koenen-Woordenboek

M.J. Koenen c.s., Uitg. Wolters-Noordhoff, Groningen 1979.

*15* Informatiebrochure over het Bevruchtingscentrum “ De Lieteberg “

te Zutendaal, België, voorjaar 1990

*16* Nieuwsblad “ Brabants Centrum “ artikelen d.d. 22-09-1950, 29-09-1950

en 06-10-1950 van P. Dorenbosch inz. gilden in Boxtel

*17* Privé-archief van schrijver dezes, berustend op de Blauwverver 30 te Boxtel

*18* Correspondentie met drs. J. Beetsma van de Vakgroep Entomologie

van de landbouwuniversiteit te Wageningen, d.d. 23-06 en 20-07-1990

*19* Maandschrift voor Bijenteelt, eerste nummer d.d. 15-04-1898

*20* “ Bijgepraat “ Nieuwsbrief over honing,

Uitg. Honingzemerij “ Het Zuiden “, september 1989, nr. 1

*21* “ Handboek der moderne Bijenteelt “, vrij bewerkt naar E.B. Wedmore,

door Johan Schotman, 1977, Uitg. Konstapel Groningen

*22* Correspondentie met J.Groenevelt, secretaris van de Algemene Imkersvereniging Nederland, A.N.I., d.d. 25-09-1990

*23* Dossier van Honingzemerij “ Het Zuiden “, berustend bij de Kamer van Koophandel

*24* Dossier van de Essche afdeling van de Bijenhoudersbond, berustend
bij A.Dieden te Esch

*29* “Bijenhoudersvereniging Ambrosius Boxtel E.O. “ Verenigingsboek
van de Bijenhoudersvereniging St.-Ambrosius Uitgave juni 1985

*30* Notulenboek van de boxtelse Bijenhoudersvereniging
verslag d.d. 07-04-1973

*31* Nieuwsblad “Brabants Centrum “ Boxtel, artikels inz. de Bijenmarkt,
d.d. 13-04-1973 en 09-04-1976

*32* “Groot Citatenboek “ Uitg. Kosmos, Utrecht-Antwerpen, 1990.

*33* Dossier uit het Gemeente-archief van Renkum, door archivaris
G.H.Maassen verstrekt, bevattende correspondentie van VBBN,
Gemeente en diverse krantenartikelen

*34* Correspondentie met F. Fransen, voorzitter Imkersvereniging
De Korenbloem “ te Renkum/Oosterbeek e.o. , d.d. 30-08-1990

*35* Verenigingsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor
‘s-Hertogenbosch en Omstreken, dossier nr. V217315, d.d. 22-08-1990

*36* Artikel uit de Statuten van de Bijenhoudersvereniging te Boxtel, van
24 april 1981, verleden bij notaris Peters te Oirschot

*37* “ De encyclopedie van Diderot en D’alembert “ ( 1762-1777)
Heruitgegeven te Milaan, 1977, ISBN 90 274 73080

*38* Brochure van de Rijksdienst voor IJsselmeerpolders, Smedinghuis, Lelystad

*39* “De Dr.Hoek’s Vereeniging, vanaf de oprichting in 1909 tot de
her-opening van haar wijkgebouw in 1987 “, E.Meijs 1987

*40* “Wist U dat…“ -gegevens uit een ledenwervingsbrochure van
St.-Ambrosius “- Boxtel, alsmede artikel uit Brabants Dagblad 13-09-1990
Waar zijn de bijen in de winter. “

*41* Correspondentie met Karin Ridderbeks, secretaris van de Bond van Imkers van de L.L.T.B. te Roermond, d.d. 03-07-1990,

*42* Correspondentie met B.Vissers, bestuurslid van de A.B.T.B. te Arnhem,
d.d. 20-06-1990

*43* Correspondentie met het Bijenhuis Wageningen en de V.B.B.N. te Wageningen, augustus 1990

*44* Correspondentie met ir. H. Kuypers van de afdeling Bijenteelt van het Landbouwschap te ‘sGravenhagen, d.d. 08-08-1990

*45* “St.-Ambrosius “, maandblad voor de Bijenhoudersbond van de N.C.B. en de L.L.T.B., nr. 6, 1946, 19e jaargang

*46* “ De geneeskracht van bijen. Bijenproducten en hun toepassing “,
Paul Uccusic, Uitg. Gottmer, Haarlem, 1983

*47* “ Bijenhouden met succes “ H.J. Van Gool, Uitg. Culemborg 1953

*48* “ Catalogus van bijenwoningen en benodigdheden “
Prijslijst van Honingzemerij “ Het Zuiden “ te Boxtel, 1948

*49* Vervoersbeschikking van de Minister van Landbouw en Visserij,