Drachtplanten

 

 

Bijen in Boxtel – Drachtplanten

Op deze pagina wordt elke maand een drachtplant behandeld die in deze maand bloeit. Er staat voor elke maand een drachtplant op de site. Deze staan in de index vermeld.
Ben je op zoek naar een plant die niet op deze site staat of wil je gewoon eens kijken wat er aan drachtplanten zoal is, verwijzen we je naar de website drachtplanten.nl

December 2018 Achillea millefolium, Duizendblad.
November 2018 Symphyotrichum lateriflorum ‘Lady in Black’ , Sluieraster.
Oktober 2018 Zinnia elegans.
September 2018 Japanse duizendknoop, Fallopia japonica.
Augustus 2018 Silphium Perfoliatum, Zonnekroon.
Juli 2018 Reuzenberenklauw,Heracleum mantegazzianum.
Juni 2018 Akkerdistel, Cirsium Arvense
Mei 2018 Aesculus hippocastanum, Paardenkastanje
April 2018 Prunus Spinos, Seedoorn
Maart 2018 Ficaria Verna of Gewoon Speenkruid
Februari 2018 Helleborus of Kerstroos
Januari 2018 Paarse Dovenetel of Lamium purpureum.
December 2017 Erigeron of Fijnstraal.

December 2018

De drachtplant van de maand december is Achillea Millefolium, Duizendblad..



 

Duizendblad verwijst naar de heel fijn verdeelde bladen. Achillea is genoemd naar Achilles, de krijgsheld van Troje. Achilles redde zijn gewonde soldaten door de wonden met deze plant te behandelen. Millefolium verwijst naar de Latijnse woorden mille (duizend) en folium (blad).Duizendblad was in de zeventiende eeuw een populaire groente. De jonge bladeren werden als spinazie klaargemaakt of in soep gedaan. De bladeren zijn zoet met een iets bittere smaak. De jonge blaadjes kunnen ook in salades en sauzen worden gebruikt. Duizendblad werd vroeger, voordat de werking van hop ontdekt werd, gebruikt bij de bierbereiding.

De plant ( vooral de bloemschermen) bevat geneeskrachtige stoffen.
Behalve als medicijn kan Duizendblad ook worden gebruikt voor het verven van textiel.

Bloeitijd vanaf juni tot laat in het najaar. Duizendblad kan goed tegen droogte.
In de droge zomer van dit jaar heeft de plant zich extra goed kunnen ontwikkelen. Door de droogte was de concurrentie van gras en andere planten
minimaal. Dit is de reden dat we nu zo laat in het najaar overal in de bermen en weilanden de witte schermen van Duizendblad zien bloeien.

Duizendblad is in het voorjaar en in de zomer een goede drachtplant voor vlinders en wilde of solitaire bijen, de honingbij laat deze plant links liggen. Naast drachtplant is Duizendblad belangrijk als waardplant voor nachtvlinders.

Door de jaren heen zijn er veel variëteiten gekweekt in allerlei tinten rood roze en geel. De wilde en gekweekte soorten zijn allemaal uitstekende snijbloemen.
De plant komt algemeen voor in Europa en Noord-Amerika, heeft een typische op kamille lijkende geur en hoort tot de Composietenfamilie.
De plant wordt 15-50 cm hoog en vormt ondergronds wortelstokken en kan zich op die manier vegetatief verspreiden. Door deze eigenschap kan de plant in de tuin gaan woekeren en zelf in het gazon een plek opeisen.
Terug naar index

November 2018

De drachtplant van de maand november is Symphyotrichum lateriflorum.



Symphyotrichum lateriflorum ‘Lady in Black’ , Sluieraster.

Aster lateriflorus is een vroegere naam en de synoniem voor deze plant.

Namen veranderen vaak omdat er in een familie grote verschillen zijn die weer in groepen onderverdeeld kunnen worden. Linnaeus beschreef deze plant als Solidago lateriflorum. Gray herkende er meer dan een eeuw later de aster in en weer later splitste men de familie Symphyotrichum af van de Asters.
De plant is inheems in Amerika en komt voor in een verscheidenheid aan habitats, voornamelijk lage natte bossen, weiden, natte prairies en wegbermen. In Nederland komt de Symphyotrichum verwildert langs de grote rivieren voor.
‘Lady in Black’ heeft uniek donkerpaars blad. Bladeren blijven aantrekkelijk gedurende het groeiseizoen. Een groot deel van het jaar staat deze zwarte dame rustig als een donkere gedaante in de tuin om dan laat in de herfst een explosie aan roze bloemetjes te geven. Een welkome drachtplant zo laat in de herfst. De bijen kunnen er nog stuifmeel op halen wat voor de jonge winterbijen nodig is om hun eiwitvetlichaam te vormen dat zorgt voor een lang winterleven. Een deel van het late stuifmeel wordt opgeslagen in de raten om in het voorjaar aan de larfjes te voeren.
Symphyotrichum lateriflorum gedijt het best in vochtige, goed gedraineerde grond in de volle zon tot halfschaduw en kan tot 120 cm hoog worden.
De hoogte kan beperkt worden door de planten in de late lente een keer te toppen.
Geef deze late herfstbloeier een plek in de border die ook vanuit huis goed te zien is , zo kunt u er ook van genieten als het weer wat kouder gaat worden. De vele kleine bloemetjes trekken veel insecten aan. U kunt de bloemen ook uitstekend als snijbloem gebruiken.
Vermeerderen gaat heel eenvoudig, gewoon scheuren en als je er te veel krijgt, gewoon uitdelen.
Op onze bijenmarkt is naast deze “Lady in Black” ook een witte variant te koop.

Terug naar index

Oktober 2018De drachtplant van de maand oktober Zinnia elegans.



Zinnia elegans.

Het geslacht werd door Carl von Linné genoemd naar de Duitse botanicus Johann Gottfried Zinn.
De tweede naam elegans lijkt op het Nederlandse woord elegant en betekend sierlijk of smaakvol, elegans kan ook uitverkoren betekenen.
Zinnia is inheems in Mexico en vandaar verspreidt over een groot deel van de wereld.
Het is een eenjarige plant die gemakkelijk uit zaad te kweken is. Vroeg in het voorjaar zaaien onder glas of eind april begin mei in de volle grond.
Let in het begin wel op slakkenvraat, als de planten groter zijn blijven de slakken van de planten af omdat ze dan een stugge beharing hebben op stengels en bladeren.
Zinnia is een sterke tuinplant die ook lang in de vaas goed blijft. Regelmatig een bosje bloemen snijden is goed voor de planten, ze vertakken beter en geven zo meer bloemen tot diep in de herfst. Die late bloei is dan weer goed voor de insecten die er nectar en stuifmeel op halen. De drachtcode voor nectar en stuifmeel is 1, dit is laag maar het is in een tijd van schaarste dus toch een welkome aanvulling vooral voor insecten die in hun eentje moeten overwinteren.
De bloemblaadjes zijn eetbaar en kunnen in een salade worden gebruikt om er wat kleur aan toe te voegen. Daarnaast kan er thee worden gezet van de bloemblaadjes en van gedroogd zinnia zaad.
Zinnia is een gemakkelijke tuinplant die een standplaats in de volle zon nodig heeft om mooi te bloeien. De grond dient voedsel- en humusrijk te zijn en goed af te wateren want deze tropische plant houdt niet van natte voeten. Plant Zinnia’s niet te dicht bij elkaar want anders blijven de bladeren te lang vochtig en treedt meeldauw op.
Zinnia is als zaad verkrijgbaar in tuincentra. Er zijn prachtige hybriden en cultivars te koop, de keuze is haast onuitputtelijk.

Terug naar index

September 2018

De drachtplant van de maand september Japanse duizendknoop, Fallopia japonica
Familie van rabarber, zuring en bruidssluier.



Japanse duizendknoop, Fallopia japonica.
Familie van rabarber, zuring en bruidssluier.

Rond 1829 is de plant ingevoerd in Europa als sierplant. Pas na 1950 heeft grootschalige verwildering plaats gevonden. Het dumpen van tuinafval heeft waarschijnlijk geleid tot deze massale verwildering. De wortels en scheuten van de plant kunnen door scheuren in de fundering huizen binnen groeien, door asfalt heen breken en rioleringen en drainagebuizen beschadigen. Een begroeiing met Fallopia is in ecologisch opzicht armer dan een veld maïs. Bestrijding door: Ten eerste, maaien, denk hierbij aan “De aanhouder wint” eenmalig ingrijpen is zinloos. Ten tweede, bedekken, dit kan met kleinere stukken, hierbij de randen goed controleren. Ten derde, varkens inzetten voor begrazing, ook al vinden ze de plant niet zo lekker, het helpt wel. Vermeerderen gebeurt vooral door verspreiding van delen van de plant, stukjes wortel van maar een paar gram kunnen tot een nieuwe plant uitgroeien. In Engeland wordt inmiddels al de bladvlo Aphalara itadori vrij succesvol uitgezet om de duizendknoop te bestrijden, Dit is ook een exoot uit Japan en is het nu verstandig om die hier binnen te halen? Vooral overheden moeten zich inzetten om te voorkomen dat de plant zich kan verspreiden of kan uitbreiden. De kans is reëel dat de natuur zelf ons ooit de beste bestrijdingsmethode voor Fallopia aanreikt, bijvoorbeeld in de vorm van een ziekte of een schimmel. Maar niet alles is negatief aan de Japanse Duizendknoop. Het is een goede drachtplant die bloeit in augustus en september, maanden waarin er voor insecten weinig te halen is. De drachtcode voor stuifmeel en nectar is 3. Fallopia heeft bamboe-achtige stengels die mooi zijn om te verwerken in de bloemsierkunst. Als ze in de winter geknipt worden, zijn ze voldoende afgestorven en kunnen ze niet meer uitschieten. Jonge scheuten van de Japanse Duizendknoop zijn goed te eten, de smaak lijkt enigszins op Rabarber en er zitten mineralen, vitamine A en Resveratrol in, een stofje dat helpt hartaandoeningen en kanker te voorkomen. “If you can’t beat it then eat it”. De voordelen wegen niet op tegen de nadelen. Je kunt de plant beter niet in de tuin hebben. 
Terug naar index

Augustus 2018

De drachtplant van de maand augustus is Silphium perfoliatum, Zonnekroon.



Silphium perfoliatum, Zonnekroon.
Andere namen zijn: Bekerplant, Indiase beker, Silphie.

De naam Silphium komt van de Griekse naam Silphion die wordt gebruikt voor een Noord-Afrikaanse harshoudende plant. Het gedroogde sap kan als een soort kauwgom gebruikt worden. Inheemse Amerikanen zouden het harsachtige sap verzamelen dat uit de plant werd uitgestoten. De hars werd gebruikt voor een kauwgom om de adem op te frissen.
De tweede naam `perfoliatum heeft betrekking op een zittend blad of schutblad dat de stengel volledig sluit en het lijkt of die er door wordt geboord. Bij de Zonnekroon zijn het de tegenovergestelde bladparen die met elkaar verbonden zijn aan de stengel en zo een beker vormen. ( latijn: Perfoliatum = omringd door bladeren)
Als de hoofdbloem is uitgebloeid ontstaat er een krans van kleinere bloemen
omheen die samen een gouden kroon vormen, vandaar de naam Zonnekroon.

De plant is inheems op de prairies van de USA.

Drachtplant voor hommel, bijen en vlinders. Indicatie voor dracht code 3. Bloeitijd juli tot en met september, hoogte tot 2.5 meter.

Zonnekroon is een vaste plant die jaren achtereen op de zelfde plaats kan blijven staan. Het eerste jaar na het zaaien is onkruidbestrijding belangrijk omdat de Zonnekroon niet meer dan een rozet vormt en niet hoog wordt. De daarop volgende jaren kunnen de planten het onkruid verdringen en kan er wel 10 tot 15 jaar achtereen geoogst worden. Het is een goed alternatief voor Mais, voor gebruik als diervoeder of biomassa. Vanwege de late bloei is het een welkome aanvulling als drachtplant voor allerlei insecten.
De honingopbrengst van 1 ha Zonnekroon kan 150 kg per jaar zijn.
Zonnekroon kan zich beter als mais aanpassen aan droge locaties, omdat het, in tegenstelling tot maïs, zijn vocht niet alleen uit de grond, maar ook uit de bladkommen kan afleiden. De planten kunnen doordat ze jaren achtereen blijven staan tot grote diepte wortelen en zo diepliggend (grondwater) water aan.
Vanaf het tweede jaar produceert zonnekroon tussen 13 en 20 ton droge stof (biomassa) per hectare.
Vanaf het tweede jaar is geen onkruidbestrijding meer nodig omdat de planten de grond volledig bedekken. Dierlijke plagen zijn onbekend in Centraal-Europa, er is dus ook geen insecticide nodig, deze combinatie aan eigenschappen is goed voor het milieu,

De plant heeft een hoge ecologische waarde en is met name geschikt als energieteelt vanwege de lage onderhouds eisen en hoge biomassa- en biogasopbrengsten. Het gewas is ongeveer 15 jaar productief. In Duitsland zijn de laatste jaren veel veldproeven opgezet met gunstige resultaten.

De bladeren zijn tegenover staand en met elkaar vergroeid zodat er een beker ontstaat die water opvangt en zo een drinkplaats vormt voor vogels en insecten. In droge tijden kan de plant zelf ook van dit water gebruik maken.

De Zonnekroon kan men vermeerderen door scheuren of door zaaien. Bij het zaaien is de tijd van het jaar belangrijk, de zaden hebben een lange tijd van lage temperatuur nodig om te kunnen kiemen ( Koude kiemer ) In het voorjaar en gedurende de zomer van het eerste jaar is onkruidbestrijding van groot belang omdat de planten het eerste jaar niet hoog worden maar een rozet vormen.

Voor huisdieren zoals konijnen, cavia’s, schapen of geiten is het ideaal als groenvoeder.

Terug naar index

Juli 2018

De drachtplant van de maand juli is de Reuzenberenklauw,(Heracleum mantegazzianum).



Heracleum is genoemd naar de god Heracles of Hercules, vanwege de grootte van de plant en de grote geneeskracht, die men haar toeschreef. Mantegazzianum is genoemd naar Paolo Mantegazzi, een Italiaanse natuurhistoricus (1831-1910). Een 2 tot 4 jarige overblijvende plant die na de vruchtzetting afsterft.
Bloeitijd juni tot september met grote witte schermen van wel 50 cm doorsnede.Een prachtige decoratieve plant die om deze reden vanuit Zuid-West Azië naar Europa is gehaald. De plant kan wel 3 meter hoog worden.
Verwarring is mogelijk met de inheemse gewone berenklauw (Heracleum sphondylium), maar deze is veel kleiner (tot 1,5 m).

De Reuzenberenklauw is een goede drachtplant voor allerlei insecten waaronder de honingbij, drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5. Invasieve niet-inheemse planten, zoals Reuzenberenklauw zijn steeds vaker de oorzaak van bezorgdheid. Ze leiden tot de afname van inheemse biodiversiteit.
De Reuzenberenklauw probeert vanuit België ons land te veroveren, Als je met de trein of via de autosnelweg reist, kan je er niet meer naast kijken!
De plant verdringt met zijn grote bladeren de omliggende vegetatie en zaait zich makkelijk uit.
Het sap van de Reuzenberenklauw geeft in combinatie met zonlicht ernstige huidirritaties die kunnen leiden tot brandblaren. Sap in de ogen kan blindheid veroorzaken.
De plant is vooral gevaarlijk voor spelende kinderen, de grote bladeren als parasol, holle stengels voor fluitjes of verrekijkers, verstoppertje spelen tussen de planten.
Het contact met de plant is volkomen pijnloos, de meeste slachtoffers blijven rustig in de zon omdat de brandwonden ( roodverkleuring of blaren ) pas optreden na een kwartier tot twee uur.
Deze gevaren en het feit dat de Reuzenberenklauw een invasieve exoot is en inheemse vegetatie verdringt is de reden dat het soort op de EU-lijst van invasieve exoten is gezet.
Reuzenberenklauw staat sinds augustus 2017 op de Unielijst van invasieve exoten. Een soort die op de EU-lijst staat, mag o.a. niet meer worden verhandeld, niet verplaatst, en mag zich niet voort kunnen planten. Verder geldt voor lidstaten de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen, te verwijderen, of als dat niet lukt, zodanig te beheren dat verspreiding en schade zo veel mogelijk wordt voorkomen.

Staatsbosbeheer laat in de Flevopolder een afgerasterd gebied begrazen door schapen om op deze manier de Reuzenberenklauw te bestrijden.
Het gaat om rassen die graag Reuzenberenklauw eten zonder er last van te hebben.
De zaden van de Reuzenberenklauw kunnen wel 15 jaar kiemkrachtig blijven, we zijn dus nog lang niet van dit soort af.
Terug naar index

Juni 2018

De drachtplant van de maand juni is de Akkerdistel (Cirsium Arvense).


Akkerdistel, Cirsium Arvense
Cirsium is afkomstig van het Griekse woord Kirsos, dat “gezwollen ader” of “spatader” betekent. Distels werden vroeger als remedie hiertegen gebruikt.
Arvense komt van Arvum (Latijn) en betekent “akker”, wat slaat op de groeiplaats. Net zoals het eerste deel van de Nederlandse naam.

De Akkerdistel komt van oorsprong voor in Europa en Azië, maar is inmiddels over alle gematigde streken van de wereld verspreid. De plant is een echte cultuurvolger en is te vinden overal waar de mens actief is.

Bloeitijd van juni tot en met september.
De plant wordt vanwege de aanwezige nectar door de honingbij, vlinders, hommels en solitaire bijen bezocht. Indicatie voor nectar en stuifmeel is 5.
Hiernaast bieden de lastig toegankelijke distelhaarden broedplaatsen aan meerdere vogelsoorten, onder meer putter, vink en veldleeuwerik.

De Akkerdistel maakt ondergrondse stengels (wortelstokken). Stukjes wortelstok kunnen weer een plant vormen, waardoor de plant een zeer lastig onkruid is. Ze wordt dan ook wel boerenplaag genoemd.
Als men deze planten ongemoeid laat, sterven ze na een aantal jaren af; veel grondbewerking zorgt voor een nieuwe ontwikkeling.

Een andere methode om de Akkerdistel klein te krijgen is de planten een aantal jaren na elkaar door maaien kort te houden en zo uit te putten.

De Akkerdistel is te vinden in ruigten en op ruderale, voedselrijke, zandige, vochtig tot droge standplaatsen. Zelfs als de bodem zout bevat is dat geen bezwaar voor de Akkerdistel vandaar de de plant zich veel liet zien in jongen polders.

Paardenmest en handenarbeid: de oorsprong van een wet uit 1887
De distelwet is gebaseerd op verordeningen van lang voor de mechanisatie van de landbouw, toen landbouwers nog veel handwerk verrichtten op het land. Stekels van distels kunnen diepe wondjes veroorzaken. Voeg daarbij de toen nog veel gebruikte paardenmest en er is een grote kans op een infectie met tetanus. Een ziekte waartegen toen geen remedie bestond: de boer of landknecht stierf eraan. Die drie factoren – handenarbeid, paardenmest en onmacht tegen tetanus – zijn vandaag niet meer geldig. Het land wordt mechanisch bewerkt, paardenmest wordt nauwelijks nog gebruikt. Tegen tetanus kun je je laten inenten.
Maar de haat en de aversie tegen distels is wel gebleven. Zolang de distelwet geldt, mag je de gewraakte soorten niet in je tuin laten bloeien. Je wordt er vast over aangesproken door je buren of door het stadsbestuur, of je nu in de stad woont of op het platteland, de ‘distelwet’ stelt dat “Iedere eigenaar, huurder, pachter etc. verplicht is de bloei, zaadvorming en uitzaaiing van schadelijk geachte distels met alle middelen te beletten”.

In nieuw verworven natuurgebieden kan de Akkerdistel nog veel voorkomen.
Gelukkig geeft dit weinig of geen overlast en kan de plant zijn gang gaan. Insecten en vogels doen daar hun voordeel mee en na een paar jaar zijn de distels verdwenen en hebben plaats gemaakt voor andere planten.

Tot slot een oude spreuk:
distels maaien is distels zaaien
distels plokken is distels lokken
distels laten staan is distels dood laten gaan
distels uitsteken is distels de nek breken.

Terug naar index

Mei 2018
De drachtplant van de maand mei is de Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum).


Aesculus hippocastanum, Paardenkastanje
De naamgeving ‘Paardenkastanje’ en Hippocastanum duidt op het gebruik van kastanjes voor paarden; Esca ( Aesculus)= eten, Hippos = ros, paard, castanum = kastanje.
Paardenkastanjes zijn voor de mens niet eetbaar, voor herten, reeën en wilde zwijnen echter zijn ze een populair wintervoer en ook paarden kunnen ze eten.
Turken gaven de vruchten aan hun merries te eten, wanneer deze een veulen verwachtten en ook aan paarden om ze van de hoest, kortademigheid en zweten te genezen.
De kastanjes worden medische toegepast tegen verschillende kwalen.
Een wijdverspreid volksgeloof was dat het in de zak dragen van de vruchten van de Paardenkastanje zou beschermen tegen jicht, reumatiek en rugpijn.

De boom komt van nature voor in de Balkan en is van daaruit over heel Europa verspreid. De eerste Kastanje in Nederland werd geplant in de Leidse Hortus in 1608. Oude bomen kunnen een omtrek van meer dan 5 meter en een hoogte van 25 meter halen.
De Paardenkastanje is een boom die veel ruimte nodig heeft en vaak geplant werd in parken en bij boerderijen om schaduw te geven. De witte Paardenkastanje bleef eeuwenlang vrij van aantastingen, maar sinds 2002 is de kastanjemineermot een plaag en sterven vanaf ongeveer dezelfde tijd veel bomen aan de kastanjebloedingsziekte. De larve van de nachtvlinder Paardenkastanjemineermot mineert in de bladeren van de witte Paardenkastanje. De bladeren kleuren dan bruin en vallen af. Dit verzwakt de boom en kan, na verloop van tijd, de dood betekenen voor deze boom. Deze nachtvlinder, oorspronkelijk afkomstig uit China, rukt op vanuit Oost- en Centraal-Europa.
De eieren van de kastanjemineermot worden door de vlinder op het blad gelegd. Na enkele weken komen deze uit. De larven vreten het bladmoes op waardoor de kenmerkende mijnen in het blad ontstaan. De mijnen zijn bruin verdorde vlekken in het blad, doordat er meerdere mijnen in een blad zitten verkleurt het gehele blad en valt af. Bij een zware aantasting kan de Paardenkastanje zijn blad al in de zomer kwijt raken. Wanneer een Paardenkastanje jaar na jaar zwaar wordt aangetast treedt verzwakking op. De kastanjebloedingsziekte wordt veroorzaakt door een bacterie die de bast infecteert. Hierdoor verschijnen kleine roodbruine vlekken op de bast waaruit vloeistof kan druppelen. Deze vloeistof verspreidt zich over stam en takken en geeft zwarte vlekken. Het bastweefsel wordt aangetast waardoor scheuren in de bast ontstaan. De boom probeert de ontstane wonden te overgroeien.
Bij zwaar aangetaste bomen valt de conditie sterk terug en deze zullen uiteindelijk afsterven.
Er is nog onvoldoende bekend over deze bacteriële infectie waardoor er nog geen goede bestrijdingsmethoden bekend zijn.

De drachtcode voor de paardenkastanje staat aangegeven als 5 voor nectar en 5 voor stuifmeel. Dit is de hoogste waarde die voor de drachtcode wordt gegeven. Voor stuifmeel van de Paardenkastanje is dit merkwaardig:
In bijenhouden van december 2010 schrijven Henk van der Scheer en Mari van Iersel een artikel over stuifmeel en wordt het stuifmeel van de Paardenkastanje aangemerkt als giftig. Dit lijdt meestal niet tot problemen omdat bijen in het voorjaar een grote verscheidenheid aan soorten stuifmeel binnen halen, maar waarom dan toch zo’n hoog cijfer?

Terug naar index

April 2018

 

De drachtplant van de maart april is de Sleedoorn (Prunus Spinosa).


Het oud-Nederlandse woord slee betekent zoveel als de tanden stroef makend. De vruchten zijn zo wrang dat alles in je mond samentrekt en ruw en stroef aanvoelt. Niet zo vreemd dat een van de volksnamen voor dit gewas ‘trekkebek’ is.

Prunus is de oude Latijnse naam voor pruimenboom, spinosa betekent doorn. De oudere zijtakken lopen uit in een lange spitse doorn, waarbij de hele twijg in een scherpe punt eindigt en tot doorn is geworden, zoals ook de Duindoorn dat doet. Sleedoorn is inheems in de Benelux en is waarschijnlijk een van de stamouders van de pruim. De Kelten selecteerden al de planten met de grootste en beste vruchten om te vermeerderen. De bloei begint eind maart, soms zelfs iets eerder, tot uiterlijk eind april. Sleedoorn kan voor een prachtig wit aanzien zorgen van onze struwelen en bosranden en luidt de bloesemtijd in. Het is een van de eerste soorten die bezocht wordt door talrijke insecten waaronder de honingbij. De bloemen hebben een zachte geur van bittere amandelen. Blauwzuur veroorzaakt deze geur,  Ook in de bast en in de bladeren komt een beetje blauwzuur voor, maar hoe weinig dat is, blijkt wel uit het gebruik van de gedroogde bladeren als pijltabak. De sleedoornpage heeft de sleedoorn als waardplant. De vlinder legt de eitjes in de oksels van takken, waar de eitjes overwinteren. In het voorjaar komen de eitjes uit en vreten de rupsjes van het blad. Je vindt Sleedoorn in heggen, struwelen, bosranden en op lichte plekken in loofbossen, zoals kapvlakten. Bij voorkeur in de volle zon. De bodem moet vochtig, voedselrijk en bij voorkeur kalkhoudend zijn. De vruchten hebben een hoog gehalte aan vruchtenzuren, aroma’s en vitamine C. Hoe meer vorst er overheen gaat, hoe zachter de smaak, want eerst moet de ‘vriezeman’ zijn geweest, zoals vroeger wel werd gezegd. De Sleedoorn was in de Middeleeuwen in gebruik voor afscherming van huis en hof. Door zijn krachtige groei en gedoornde takken vormen de planten een ondoordringbare haag. De Sleedoorn en niet de Roos heeft model gestaan in het sprookje van de gebroeders Grimm “Doornroosje”  ‘Het was niemand mogelijk om het slot binnen te dringen, want de doornen bleven – alsof ze handen hadden – vast met elkaar verbonden, en de jongelingen bleven er in hangen, konden niet meer loskomen en stierven een jammerlijke dood. De Sleedoorn vormt door zijn dichte groei van takken en lange stekels een prachtige burcht voor kleinere dieren, vooral konijnen muizen en vogels. De struiken kunnen wel 100 jaar oud worden en leveren dan het hardste inheemse hout. Sleedoorn is in de Middeleeuwen veel in de geneeskunde toegepast. De vruchten worden nog steeds verwerkt tot Jam en in dranken. In de Voerstreek waar de Sleedoorn veel voorkomt maken ze er het Voerdrupke van, Sleedoornjenever. De Sleedoorn in met name geschikt voor verwilderen in grote gebieden. Door zijn wortelopslag is de plant niet geschikt voor kleinere tuinen. De struiken komen veel voor in bosranden, hagen, bermen en langs sloten.Het is een van de eerste struiken die massaal bloeit en een belangrijke drachtplant is voor de vroege insecten, vooral hommelkoninginnen. Bloeitijd april-mei, drachtcode voor nectar en stuifmeel is 3.Vermeerdering door wortelopslag en het uitzaaien van de pitten.

Terug naar index

Maart 2018

De drachtplant van de maand maart is Ficaria verna, Gewoon Speenkruid.



De oude naam is Ranunculus ficaria, Speenkruid behoort tot de familie van de Boterbloem.
Speenkruid komt in heel Europa voor evenals in een deel van Azië en Noord Afrika. De plant is met succes geïntroduceerd in Noord Amerika en Canada maar vormt daar op bepaalde plaatsen een bedreiging van de inheemse voorjaarsbeplanting.
De naam Ficaria is afgeleid van Ficus of vijg. Vroeger werd de plant vijgwortel genoemd vanwege de knolletjes waarvan sommige de vorm hebben van een vijg. Verna komt van het Latijnse woord Ver en betekent “lente” wat duidt op de vroege bloei.  
De Nederlandse naam Speenkruid is ook ontleend aan de knolletjes omdat de langere knolletjes een beetje op speentjes lijken.  Een andere verklaring voor de naam is dat de  plant als geneesmiddel werd gebruikt tegen “Speen” (aambeien). Andere namen zijn  hoaneklootjes, katteklootjes of vijgwortel vanwege de kleine ondergrondse knolletjes en Cleyne gouwe, 
Kleine Boterbloem en vroege Boterbloem vanwege de goudgele bloempjes.
Soms zien we een derde naam toegevoegd als subspecie “Bulbilifer” , dit betekent, bol dragend, in de oksels van de bladstelen ontstaan kleine broedknolletjes die ook weer uit kunnen groeien tot plantjes. 
Deze broedknolletjes zijn zo groot als een tarwekorrel en hebben aanleiding gegeven tot de volgende legende: wanneer in een jaar veel van deze knolletjes ontstaan en deze door een sterke en overvloedige regen van de plant af, bij elkaar gespoeld werden, was men ervan overtuigd dat er een tarweregen had plaatsgevonden. Men sprak dan van hemelbrood.

Speenkruid is gebruikt tegen verschillende kwalen maar moet in een vroeg stadium geoogst worden omdat uitgegroeide planten verschillende gifstoffen bevatten.
Speenkruid is een prachtige bodembedekker op vochtige plaatsen in loofbossen, sloten en natte weilanden. Speenkruid hoort tot de schaduwflora, dit zijn planten die groeien en bloeien voordat bomen en struiken volop in het blad zitten. Vroeg in het voorjaar hebben ze voldoende licht en in de voorzomer sterven ze bovengronds af. Speenkruid slaat reserves op in de knolletjes en wacht zo tot de volgende lente.
In de tuin kan het plantje zich wel wat te enthousiast gedragen en overal de kop opsteken. Daarom is de beste plaats tussen bladverliezende struiken zodat het in het voorjaar voldoende licht krijgt en naar hartenlust kan groeien en bloeien. Zorg er daarbij voor dat de grond niet te veel verplaatst wordt, de knolletjes zijn zo klein dat ze niet opvallen en voordat je het weet staat de hele tuin vol. 
Zoals je in dit verhaal lezen kunt is Speenkruid makkelijk te vermeerderen door de knolletjes op een nieuwe plaats uit te zaaien.
In het vroege voorjaar als de weersomstandigheden gunstig zijn is speenkruid  als drachtplant van belang voor bijen en de vroegste hommels, voor honingbijen is het wel belangrijk dat de planten in de buurt van de bijenkasten staan. In combinatie met Wilgen kan het voor de bijen voordeel opleveren, Speenkruid heeft oranje-geel stuifmeel. De drachtcode voor nectar en stuifmeel is 2.
Speenkruid is op onze bijenmarkt ( 15 april ) te koop.

Terug naar index

 

Februari 2018

De drachtplant van de maand februari is Helleborus niger, Kerstroos, Winterroos.



 

De naam Helleborus is gebaseerd op het Griekse hellein (doden) en bora (voedsel) en betekent dan ook dodelijk voedsel. De Helleborus soorten bevatten verschillende gifstoffen. De donkere wortel geeft  aan de Kerstroos de soortnaam “niger” (Latijn: “zwart”) . Helleborus is een echte Europese plant uit bergachtige streken zoals de oostelijke Alpen, Apennijnen en de Karpaten. Helleborus is een winterbloeier en staat graag op een kalkrijke steenachtige voedselrijke grond in de zon of op een plaats met niet te veel schaduw. Als het flink gaat vriezen pompt de plant het vocht, dat ze tijdelijk in de  bladeren en wortels opslaan, uit de bloemen. Hierdoor hangen de bloemen dan even slap, maar ze bevriezen niet. Op deze manier beschermen ze zich tegen de kou en kunnen ze met sneeuw bedekt worden. Na de vorst komen ze in hun volle glorie terug. Na de bloei komen de zaaddozen, de bloemen vallen niet af maar kleuren roze of groen. 

Mieren verspreiden de zaden en nemen ze mee naar het nest vanwege een wit aanhangsel dat aan de zaden zit, het zogenaamd mierenbroodje. Helleborus is geen makkelijke plant om te kweken, het is een trage groeier die een voedzame en kalkrijke goed doorlatende grond nodig heeft. Vermeerderen kan door zaaien en scheuren. De planten zijn wintergroen, het enige onderhoud is het wegsnoeien van beschadigde oude bladeren. 

De laatste jaren zijn veel nieuwe variëteiten en kleuren gekweekt. De naam Kerstroos doet vermoeden dat de plant rond de kerstdagen bloeit, de bloeitijd is meestal van januari tot april. De naam Kerstroos heeft de plant te danken aan de bloei rond de kerst van de geforceerde planten. De planten worden in de volle grond gekweekt en in november opgepot en in een warme  kas gezet. Half december komen de planten in bloei en staan in de tuincentra om de kerstdagen op te sieren. Hier gebruikt men de witte Helleborus voor. De plant wordt door insecten bestoven. De bloem trekt met kleur en geur de eerste, vroege hommels aan die dan vliegen. In Spanje is ontdekt dat een Helleborus nog een andere verleidingstruc heeft. De bloem heeft een intern kacheltje! Speciale gist in de nectar zorgen ervoor dat het in de bloem tot wel 6 graden warmer kan zijn dan daarbuiten. En dat is heel aantrekkelijk voor hommels in de winter. Voor de honingbijen is het belangrijk dat de Helleborus vlak bij de bijenhal staan zodat de bijen niet te lang in de kou blijven.

Terug naar index

Januari 2018

De drachtplant van de maand januari is:  Paarse Dovenetel of Lamium purpureum.



Lamium is afgeleid van het Griekse lamos wat muil of keel betekent, het bloempje heeft een beetje de vorm van een muiltje, purpureum slaat natuurlijk op de kleur. In de Nederlandse geslachtsnaam ‘dovenetel’ wordt ‘dove’ gebruikt in een oude betekenis ‘niet stekend’. Dit natuurlijk in contrast met zijn wel stekende en brandende brandnetel.

Deze Dovenetel bloeit het hele jaar door behalve als het s’winter hard vriest of als er sneeuw ligt. De Paarse Dovenetel komt in West Europa veel voor in bermen, langs sloten, op akkerland en op nat grasland. De plant vormt dicht groepen en kan hierdoor zelfs gras verdringen. Er komt dan een paarse gloed over het grasland, dit komt niet alleen van de kleine bloempjes, ook de bovenste blaadjes kleuren paars. 

De plant vraagt een voedselrijke, vochtige grond op een plaats waar wat schaduw is. De Paarse dovenetel is een 1of 2 jarige plant en houdt van een bodem die bewerkt of waarin gerommeld wordt, zoals in moestuinen en op erven. Je vindt hem ook in bewerkte bermen en op kaal getrapte grond. Vind je een grote populatie dan kun je ervan uitgaan dat er een intensief bodemgebruik plaatsvindt. Hij komt ook in de duinen voor, op dijken en onder hakhout, maar ook in steden langs stoepranden en in het plansoen.

De bloempjes zijn vooral in trek bij hommels, in het vroege voorjaar vliegen hier de hommelkoninginnen op en verzamelen nectar en stuifmeel. Later in het jaar worden de bloemen ook door honingbijen en solitaire bijen bezocht. De drachtcode is 3 voor nectar en stuifmeel.De zaden, nootjes, dragen een zogenaamd mierenbroodje, een oliehoudend aanhangsel, wit van kleur en een lekkernij voor de mieren. Deze nootjes worden door mieren versleept en zo verspreid.Vroeger werd de plant in het vroege voorjaar voor consumptie geoogst. De jonge scheuten en bladeren kunnen gekookt (10 minuten) gegeten worden. De beste pluktijd is wanneer de bloemen uitgekomen zijn en de bladeren hun maximale grootte hebben bereikt, zonder te verdorren. Paarse Dovenetel kun je ook verwerken in een salade of gebruiken voor garnering van schotels. De plant heeft een hoog ijzergehalte, en bevat veel vitaminen.

Terug naar index

 

December 2017

De drachtplant van de maand December is:  Erigeron of Fijnstraal.



Herkomst: Noord-Amerika, sinds de 18de eeuw is de plant ook verwilderd en ingeburgerd in Midden-Europa. De naam fijnstraal slaat op de fijne straalbloemen. De geslachtsnaam Erigeron is afgeleid van twee Griekse woorden, ofwel eri wat ‘vroeg’ betekent of erio wat ‘wollig’ betekent, en geron, wat ‘oude man’ betekent. Dus een bloem met vroege bloemen en grijze tot witachtige zaadkoppen, die bij sommige soorten Erigeron er wollig wit uitzien als het hoofd van een oude man. Annuus betekent eenjarig. De planten zijn overwegend eenjarig, maar kunnen, als ze laat in het najaar gezaaid worden zich als tweejarig gedragen en soms zelfs verschillende jaren achtereen overblijven. 

Bloeimaanden: Juli en augustus. Planten die in de zomer ontkiemd zijn kunnen tot aan de winter bloeien. Hoogte tot 100 cm. De plant komt voor op natte tot vochtrijke grond op rivieroevers, bermen en dijken en op allerlei open plaatsen, ook tussen plaveisel en op spoorwegterreinen. De afzonderlijke bloempjes lijken op Madeliefjes vandaar dat de naam Madelieffijnstraal ook gebruikt wordt. De plant wordt vooral bevlogen door solitaire bijen, vlinders en honingbijen. De drachtcode voor stuifmeel en nectar is 1.

Terug naar index