Drachtplanten

Bijen in Boxtel – Drachtplanten

Op deze pagina wordt elke maand een drachtplant behandeld die in deze maand bloeit. Er staat voor elke maand een drachtplant op de site. Deze staan in de index vermeld.
Ben je op zoek naar een plant die niet op deze site staat of wil je gewoon eens kijken wat er aan drachtplanten zoal is, verwijzen we je naar de website drachtplanten.nl

Oktober 2022 Abelia grandiflora
September 2022 Chelidonium majus, Stinkende Gouwe
Augustus 2022 Eupatorium cannabinum, Koninginnekruid, Leverkruid
Juli 2022 Borage officinalis, Komkommerkruid
Juni 2022 Cornus sanguinea, Rode kornoelje
Mei 2022 Cotoneaster dammeri, Dwergmispel
April 2022 Acer platanoides, Noorse Esdoorn
Maart 2022 Narcissus, narcis
Februari 2022 Muscari botryoides, blauw druifje
Januari 2022 Lonicera fragrantissima, Winterkamperfoelie
December 2021 Gaura lindheimeri, prachtkaars
November 2021 Delosperma cooperi, ijsbloem
Oktober 2021 Physostegia virginiana, Scharnierbloem
September 2021 Malva alcea, Vijfdelig kaasjeskruid
Augustus 2021 Tanacetum vulgare, Boerenwormkruid
Juli 2021 Anchusa officinalis, Gewone ossentong
Juni 2021 Catalpa bignonioides, Trompetboom
Mei 2021 Echium vulgare, Slangenkruid
April 2021 Acer campestre, Spaanse aak
Maart 2021 Salix x Chrysocoma, Treurwilg
Februari 2021 Corylopsis pauciflora, Schijnhazelaar
Januari 2021 Sinapis alba, Witte mosterd
December 2020 Hypochaeris radicata, Gewoon Biggenkruid
November 2020 Tagetes patula, Afrikaantje
Oktober 2020 Colchicum autumnale, Herfsttijloos
September 2020 solidago canadensis, Guldenroede
Augustus 2020 Lythrum salicaria, Grote Kattenstaart
Juli 2020 Lavendel
Juni 2020 Pyracantha coccinea
Mei 2020 Rosmarinus officinalis
April 2020 Mahonia aquifolium
Maart 2020 Skimmia japonica
Februari 2020 Cornus mas, Gele kornoelje
Januari 2020 Erica x darleyensis, Winterheide
December 2019 Cymbalaria muralis, Muurleeuwenbekje
November 2019 Geranium rozanne, Geranium”Rozanne”
Oktober 2019 Callistephus chinensis, Zomeraster
September 2019 Anemone hybrida, Herfstanemoon
Augustus 2019 Verbascum nigrum, Zwarte toorts
Juli 2019 Melilotus Officinalis, Honingklaver
Juni 2019 Digitalis purpurea, Vingerhoedskruid
Mei 2019 Cytisus scoparius, Brem
April 2019 Glechoma hederacae, Hondsdraf
Maart 2019 Eranthis hyemalis, Winterakoniet of Winterling
Februari 2019 Alnus glutinosa Zwarte Els.
Januari 2019 Lamium album, Witte Dovenetel.
December 2018 Achillea millefolium, Duizendblad.
November 2018 Symphyotrichum lateriflorum ‘Lady in Black’ , Sluieraster.
Oktober 2018 Zinnia elegans.
September 2018 Japanse duizendknoop, Fallopia japonica.
Augustus 2018 Silphium Perfoliatum, Zonnekroon.
Juli 2018 Reuzenberenklauw,Heracleum mantegazzianum.
Juni 2018 Akkerdistel, Cirsium Arvense
Mei 2018 Aesculus hippocastanum, Paardenkastanje

Oktober 2022

De drachtplant van de maand oktober is Abelia grandiflora

Abelia grandiflora

Abelia vindt zijn herkomst in China en Japan alsook in Mexico en er zijn ongeveer 30 soorten, met vele hybriden en cultivars.
Abelia is vernoemd naar Dr. Clark Abel ( 1780-1826 ), Een Engelse dokter en plantkundige die Abelia chinensis ontdekte tijdens zijn reis door China.
Abelia grandiflora is ontstaan in Italië door een kruising van A. chinensis en A. uniflora meer dan een eeuw geleden.
Door deze kruising ontstond een soort met grotere bloemen, “ grandiflora ” wat grootbloemig betekent.
Deze bolvormige zomerbloeier vormt witte tot lichtroze kleine, klokvormige bloemen. Deze bloemen verspreiden een lichte geur, waar vlinders, bijen en hommels op af komen. Voor bijen en hommels is het niet makkelijk om aan de nectar te komen door de vrij lange bloembuis, ze moeten inbreken door een gaatje te bijten aan het begin van de bloem. Drachtcode voor nectar is 3, voor stuifmeel 0. De hoofdbloei valt in de maanden juni – oktober maar ook buiten deze periode verschijnen vaak bloemen.
Het is een wintergroene heester met kleine glanzende blaadjes. In strenge winters kan Abelia grandiflora vorstschade oplopen, maar de winters van tegenwoordig zullen geen schade opleveren, dit is de reden dat we deze heester steeds meer tegen komen in tuinen en plantsoen.
Abelia grandiflora staat het liefst op een zonnige en beschutte plaats in de border op een goed doorlatende en kalkarme tuingrond.
De plant gedijt goed op alle grondsoorten en heeft weinig of geen mest nodig. Teveel nattigheid moet wel vermeden worden.
Na de bloei heb je nog lang plezier van de mooie roodachtige schutbladen die lang aan de plant blijven hangen en zorgen voor een rode tot brons purperen uitstraling van de plant in de herfst.
Abelia grandiflora heeft geen bijzondere zorg nodig. Indien nodig kunt je deze plant in de tweede helft van april snoeien. Abelia grandiflora verdraagt snoei goed en door de plant geregeld te snoeien kunt u Abelia grandiflora compact houden. Als de struik te groot geworden is, kan hij drastisch teruggesnoeid worden. Snoei alle takken in het voorjaar, nadat het gevaar voor de vorst geweken is, tot ongeveer 20 cm boven de grond terug. Al snel zullen jonge scheuten ontstaan en zal de plant weer uitbundig groeien en bloeien.
Als kuipplant op het terras of balkon is de Abelia een goede kandidaat en komt de lekker geur van de bloemen goed tot z’n recht.
Abelia vermeerderen: In de maanden juli – augustus half verhouten stekken nemen. Knip hiervoor tot tien cm lange takjes af. De wond onderaan moet gaaf zijn. Haal de onderste blaadjes weg en laat enkele van de bovenste bladparen zitten. Plaats de stekken niet te dicht bij elkaar in een stekbakje gevuld met voedselarme stekgrond. Zet ze op een lichte plaats uit de zon en zorg dat ze niet verdrogen. In het voorjaar als ze geworteld zijn uitplanten.

Terug naar index

September 2022

De drachtplant van de maand september is Chelidonium majus, Stinkende Gouwe.

Chelidonium majus, Stinkende Gouwe.

Chelidonium komt van chelidon, het Griekse woord voor zwaluw. Het kruid bloeit bij de komst van de zwaluw uit het zuiden en verwelkt bij hun vertrek.
Majus betekent groot omdat het de grootste is van de twee soorten die tot het geslacht Chelidonium horen.
Het goudgele melksap stinkt, vandaar de Nederlandse naam Stinkende Gouwe.
Chelidonium is een overblijvende tweejarige plant die inheems is in Europa en West-Azië en op grote schaal is geïntroduceerd in Noord-Amerika.
De Stinkende Gouwe trekt de aandacht met zijn felgeel en in de wortels oranje gekleurde melksap. Met zijn rijkdom aan alkaloïden was het kruid altijd al bekend zowel vanwege zijn geneeskrachtige als zijn giftige werking. Het is een lid van de papaver familie.
Het is een soort die in vrijwel heel Europa is te vinden van het Middellandse Zeegebied tot in Scandinavië maar het areaal spreidt zich ook uit over Midden- en Noord-Azië.
Stinkende Gouwe houdt van voedselrijke grond waarin wel eens gewroet wordt. De plant staat graag aan de voet van muren. Verstoorde, voedselrijke grond bij muren is er veel in Nederland en Stinkende Gouwe is dan ook heel algemeen, tot zelfs in de stad. Stinkende Gouwe is een ideale plant voor een wilde siertuin. Jonge planten maken eerst een sierlijk bladrozet en gaan dan bloeien. Ze zaaien zich makkelijk uit en kunnen daardoor dominant worden.
Bloeitijd april – oktober, hoofdbloei is in mei – juni. Drachtplant voor wilde bijen en honingbijen. Indicatie voor dracht, nectar en stuifmeel code 3. In de buurt van bijenkasten worden de planten druk bevlogen.
De zaden worden door mieren verspreid; ze worden aangetrokken door de witte “zaadsluier” of mierenbroodje dat aan de zaden zit, mieren nemen deze “zoete broodjes” mee naar hun nest.
Opvallend van Stinkende Gouwe is het oranjegele melksap, dat meteen vrijkomt als de plant wordt beschadigd. Vroeger werd dit sap wel gebruikt voor de bestrijding van oogziekten; de oude Nederlandse benaming “Ogenklaar” duidt daarop.

Terug naar index

Augustus 2022

De drachtplant van de maand augustus is Eupatorium cannabinum, Koninginnekruid, Leverkruid

Eupatorium cannabinum, Koninginnekruid, Leverkruid.

Koninginnekruid heeft en lange geschiedenis als geneeskrachtig kruid. Die lange geschiedenis heeft natuurlijk ook de naam beïnvloed. Koninginnekruid is niet genoemd naar een koningin maar naar een koning en een keizerin.
Koninginnekruid is een verbastering van de Duitse naam Kunigunden-Kraut genoemd naar de echtgenote van keizer Hendrik II, keizerin Kunegunde. Zij gebruikte het kruid als ziekenverzorgster tegen leverkwalen. Zij stierf in 1033 na Chr. Later werd zei heilig verklaard.
De naam Leverkruid heeft de plant gekregen vanwege de leverkleur van de bloem en het gebruik tegen leverkwalen.
De wetenschappelijke naam Eupatorium is genoemd naar Eupator, de bijnaam van de beroemden koning Mithridates van Pontus. Koning Mithridates Eupator bestudeerde vooral giftige kruiden en regeerde zo’n 100 jaar voor Christus over Pontus, een koninkrijk in Klein-Azië. Het bestuderen van giftige kruiden was voor hem geen hobby maar noodzaak. Hij was bang om vergiftigd te worden en nuttigde daarom regelmatig kleine hoeveelheden giftige kruiden om zo immuniteit op te bouwen.
De tweede naam cannabinum duidt op de gelijkenis van het blad met die van de Hennep plant, Cannabis.
Sinds de oudheid werd de plant medisch gebruikt tegen leverkwalen. Hier zijn risico’s aan verbonden. De werkzame stoffen in het Koninginnekruid zijn te veel om op te noemen. Gebruik van het kruid is alleen aan te raden als het voorgeschreven wordt door een deskundige.De plant komt in geheel Europa aan waterkanten en op moerassige plaatsen op allerlei gronden voor en is bij ons algemeen.
Eupatorium cannabinum is de enige Eupatorium die inheems is in Europa, al de andere soorten komen uit Amerika.
Het areaal van koninginnekruid is in hoofdzaak beperkt tot de gematigde klimaatgebieden van Europa, Zuidwest-Azië, Noordwest-Afrika en de Himalaya.
Allemaal hebben ze een aangename geur, die wat weg heeft van zoete vanille.
Deze inheemse Eupatorium is uitermate geschikt voor de wilde tuin en zal zich makkelijk uitzaaien. Het is een overblijvende vaste plant die bloeit in juli ,augustus en september. Hommels, bijen, kevers, zweefvliegen en vooral vlinders bezoeken de bloemen vanwege de overdadige nectar en het crème-gele stuifmeel. Voor een vlindertuin is Eupatorium een onmisbare plant, niet alleen de inheemse maar ook andere soorten van het geslacht. Er zijn soorten die tot wel 2 meter hoog worden, de meeste bloeien het rijkst in augustus. indicatie voor dracht is code 3 tot 5.
Koninginnekruid is makkelijk te vermeerderen door zaaien of scheuren.

Terug naar index

Juli 2022

De drachtplant van de maand juli is Borage officinalis, Komkommerkruid

Borage officinalis, Komkommerkruid.

Zijn oorspronkelijke Arabische naam Abu Rache (vader van zweet), geeft aan dat het in het verleden als zweetdrijvend middel werd gebruikt. Het ’officinalis’ in zijn naam, slaat op eeuwenoud medicinaal gebruik.
De Nederlandse naam Komkommerkruid heeft de plant gekregen vanwege de lichte komkommer smaak van de bladeren.
Borage behoort tot de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae), alle onderdelen van de plant (stengels, bladeren, en bloemknoppen) zijn dan ook bedekt met korte haren. Voor de bladeren geldt dit voor zowel boven- als onderzijde.
De plant is oorspronkelijk afkomstig uit het Middellandse Zeegebied, maar is tegenwoordig in meerdere landen van Europa ingeburgerd. Ze behoort tot de pionier vegetatie op vochtige, voedselrijke bodem. Ze komt voor op akkers, ruigten, puinhopen, langs wegen en andere ruderale terreinen.
Borage wordt gekweekt in tuinen en komt vandaar verwilderd in de Benelux voor. Eenmaal gezaaid, komt de plant de volgende jaren vaak weer op dezelfde plaats terug, doordat de zaden zo gemakkelijk kiemen. De plant wordt ook op grote schaal aangeplant voor de oliehoudende zaden. Onlangs is de belangstelling voor Borage hernieuwd omdat de zaden ervan worden beschouwd als een van de beste bronnen van gamma – linoleenzuur.
Als groente wordt Borage vooral in het Middellandse Zeegebied gewaardeerd als onderdeel van salades en andere zomerse gerechten. De jongen blaadjes worden als sla of als spinazie gegeten. De bloempjes kunnen dienen als decoratie en smaken lekker zoet. Ze hebben een zoete, honingachtige smaak en wordt vaak gebruikt om desserts en cocktails te versieren, soms ingevroren in ijsblokjes.
De bloemen kunnen gebruikt worden om azijn blauw te kleuren.
De bloeiperiode is van eind mei tot aan de herfst. De plant is geliefd bij honingbijen, hommels en solitaire bijen.
De bloemen produceren overvloedige nectar waarvan honingbijen een lichte en delicate honing maken.
Borage is goed te combineren met groentesoorten zoals peulvruchten, koolsoorten, spinazie en aardbeien. Het bevordert de groei van deze gewassen. Geplant naast tomaten zou het kruid ook de groei en smaak daarvan bevorderen. Als Borage na de winter ondergespit wordt is het een ideale bodemverbeteraar. In het voorjaar komen er spontaan jongen plantjes te voorschijn die makkelijk te verplanten zijn. De plant wordt 45 tot 90 cm hoog.
Borage is een geneeskrachtig kruid maar wordt vooral gebruikt voor troost, voor het verdrijven van verdriet en het vergroten van de vreugde van de geest. De Romein Plinius schreef over deze plant: ego borago gaudia semper ago, wat betekent “ik, borago, breng altijd blijdschap”.
In 1597 beschreef de kruidendeskundige John Gerard het als een kruid dat altijd vreugde brengt. Inmiddels weten we dat Borage de bijnieren aanzet tot het produceren van adrenaline. Adrenaline is een hormoon dat het lichaam in optimale staat van alertheid brengt en energie geeft.
Eet komkommerkruid niet in enorme hoeveelheden, want bij een overmatige consumptie kan het invloed hebben op lever en hart.
Vermeerderen: in de volle grond zaaien van midden maart tot eind juni op een zonnige, warme, open plaats op vochtige, voedselrijke, losse grond.

Terug naar index

Juni 2022

De drachtplant van de maand juni is Cornus sanguinea, Rode Kornoelje

Cornus sanguinea, Rode Kornoelje

Cornus is afgeleid van het Griekse kranaos (hard), vanwege het harde hout en de harde steenvrucht, sanguinea betekent rood, De jonge takken kleuren in de herfst roodbruin. De vrucht is een steenvrucht met een of twee zaadjes.

De Nederlandse naam Kornoelje komt van de Franse naam voor deze planten, nl. Cornouiller, die dan zelf weer van het Latijnse cornulla afkomstig is.

De plant is ruw door glasachtige haartjes. Wanneer men een blad aan de uiteinden uit elkaar trekt, blijven de helften samenhangen door de vlezige vaatbundels die als dunne witte draadjes verschijnen, hieraan zijn de Cornus soorten te herkennen.

Wereldwijd zijn er 50 soorten Kornoelje. Het natuurlijke areaal omvat vrijwel geheel Europa, met uitzondering van het noorden. De kern ervan ligt in Midden- en Zuidoost-Europa. Ook in Azië en Amerika komen enkele soorten voor.

Vroeger werd het harde hout van de Kornoelje gebruikt voor pijlen, speren, tandenstokers, stampers, kamraderen in molens en wiggen.

De hardheid van de takken is al eeuwen lang bekend. De in 1991 gevonden mummie in het Ötztal, bekend als Ötzi de ijsman, uit de periode 3000 jaar voor Christus had pijlen bij zich, gemaakt van kornoelje takken.

In Engeland werd de schors van Kornoelje gekookt en gebruikt als een behandeling tegen schurft bij honden.

De witte bloempjes zijn een onopvallende verschijning, maar geuren aangenaam. Bloeitijd mei juni, en soms een nabloei in het najaar als er ook al zwarte bessen aan hangen. De Rode Kornoelje is een drachtplant voor veel insecten waaronder de honingbij, vooral als ze in de buurt van de bijenkasten staan.

Indicatie voor dracht, code 1 voor nectar en stuifmeel.

De Kornoelje soorten houden van zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselrijke grond. Vooral lichte plekken in loofbossen en langs boswegen.

Cornus sanguinea is niet de Kornoelje met de felrode takken in de winter. Dat is Cornus alba ‘Sibirica’.

De Rode Kornoelje vermeerdert zichzelf door ondergrondse uitlopers en door zaad. Door ondergrondse uitlopers kan de plant gaan woekeren, wat voor een klein tuin lastig kan zijn. Regelmatig de uitlopers uitsteken is dan nodig.

De plant bloeit op het jonge hout. Om een goede groei en bloei te krijgen is het vooral voor de kleine tuin, raadzaam de plant elk voorjaar (begin maart) sterk terug te knippen tot op 30-50 cm boven de grond. Kan de plant gewoon zijn gang gaan, dan groeit deze uit tot een hoogte van wel 3 meter.

De zwarte bessen worden gegeten door sommige zoogdieren en veel vogels. Veel fruitetende zangvogels vinden ze onweerstaanbaar en geven er de voorkeur aan boven door mensen gekweekt fruit. De plant wordt daarom vaak gekweekt in voedselbos, biologische tuinen en permacultuur om schade aan boomgaard gewassen te voorkomen, terwijl ze profiteren van het feit dat de fruitetende vogels tijdens het broedseizoen op plaaginsecten jagen, omdat hun jongen veel eiwitten nodig hebben om te groeien. De zwarte bessen zijn bitter en oneetbaar voor mensen, maar niet sterk giftig.

Terug naar index

Mei 2022

De drachtplant van de maand mei is Cotoneaster dammeri, Dwergmispel

Cotoneaster dammeri, Dwergmispel.

Herkomst China. Cotoneaster dammeri groeit in bergachtige gebieden, op kliffen en in open gemengde bossen op droge en kalkrijke bodems, op een hoogte tussen 1.300 meter en 4.000 meter boven zeeniveau.

Betekenis van de naam Cotoneaster : Cotone is de oude naam voor kweepeer. De uitgang aster is kleinerend; onechte Kweepeer of lijkt op de Kweepeer.

De tweede naam dammeri is ontleend aan de Duitse professor in de botanica, Udo Dammer.

De Nederlandse naam heeft de plant te danken aan z’n bessen, een miniatuur van de Mispel, een harde bes zonder sap met 4 steenvruchtjes.

Na enkele dagen vorst worden ze met als de mispel zacht en kunnen vogels er van snoepen.

Cotoneaster dammeri is een goede bodembedekker, wintergroen, groeit plat over de grond, overhangend bij een muurtje. Bloeitijd mei en juni met rijkelijk  roomwitte stervormige bloempjes, in het najaar sieren rode bessen de plant. Goede drachtplant voor hommels, honingbijen en solitaire bijen. Indicatie voor dracht: code 3-5.

De rode bessen die tot ver in de winter aan de takken blijven zijn niet eetbaar voor de mens, maar pestvogels, lijsters en andere vogels eten ze graag.

In de herfst kleuren de kleine blaadjes mooi bronskleurig tot purper.

Deze dwergmispel groeit goed in iedere voedzame tuingrond die liefst ook humusrijk moet zijn. Ze vragen een zonnige tot licht beschaduwde plaats.

Als de takken de grond raken kunnen ze makkelijk wortelen en zo nieuwe planten vormen die weer op een andere plaats uitgeplant kunnen worden.

In een strenge winter kan het leerachtige blad bruin worden en afvallen. Plantafstand ongeveer 30 cm, Niet te veel schoffelen tussen de planten zodat de takken makkelijk in de bodem kunnen wortelen en grond snel begroeid is.  Kan ook gebruikt worden om over lage muurtjes te laten groeien, de takken hangen dan naar beneden.

Geef in het voorjaar een goede organische basisbemesting. Mulchen helpt de humus te verrijken. Zorg dat de grond niet uitdroogt, bij droogte tijdig sproeien is belangrijk!

Meng bij het aanplanten wat compost of goede potgrond door de grond om de planten een goede start te geven en zorg de eerste tijd dat de grond niet teveel uitdroogt.  Planten, in pot gekweekt, kunnen jaarrond aangeplant worden zolang het maar niet vriest.

Vermeerdering kan door stekken of afleggen. Zaailingen zijn meestal verwilderde planten die verschillend opgroeien. 

Cotoneaster dammeri zie je ook vaak op stam. Een plat groeiend soort is dan geënt op een soort dat makkelijk opgaande takken maakt. Er ontstaat dan een miniatuur boompje met afhangende takken.

Terug naar index

April 2022

De drachtplant van de maand april is Acer platanoides, Noorse Esdoorn

Acer platanoides, Noorse Esdoorn.

“Acer” is het Latijnse woord voor “scherp” of “bijtend van smaak”. Ook is het de oude Latijnse naam voor de Esdoorn en verwijst naar de kwaliteit van het hout (scherp, sterk). Platanoides betekent, lijkt op de Plataan.

Noorse, is gekozen omdat alleen deze Esdoorn helemaal tot in Scandinavië voorkomt en de schrale bittere kou kan weerstaan. Tevens groeit de soort van Oost-Europa tot aan de Oeral.

De ‘es’ van Esdoorn ” duidt op de gelijkenis met de vruchten van de niet verwante ‘gewone es’ (Fraxinus excelsior). De reden van de ‘doorn’ van Esdoorn is onzeker, het zou kunnen dat de naam Acer letterlijk vertaald is. Acer betekent scherp of spits maar heeft dan meer betrekking op de spitse vorm van de bladeren. Esdoorns hebben geen doornen, dus dat is het niet.

De Noorse Esdoorn is een boom die tot wel 30 meter hoog kan worden. Er zijn veel variëteiten die gebruikt worden in parken, bossen en openbaar groen. Deze boom staat graag op vochthoudende voedselrijke grond.

De Noorse Esdoorn is inheems in Midden – en Oost-Europa en West-Azië.

De Noorse esdoorn is gevoelig voor luizen en enkele andere plagen. De meeste van deze aandoeningen hebben niet veel effect op de boom.

Deze boom valt in het voorjaar op als hij bloeit met geelgroene bloemen net voor de bladontwikkeling.

De bloemen zijn eenslachtig (een bloem met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen) en eenhuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant).

Bloeitijd april – mei. De gele rechtopstaande bloemtrosjes verschijnen eerder dan het blad. Drachtplant voor hommels, solitaire bijen, honingbijen en andere insecten. Indicatie voor dracht: code 3 – 4.

De Noorse Esdoorn is voor insecten een uitstekende voedselplant. De bloemen leveren veel nectar en op de bladeren is veel honingdauw te vinden. Honingdauw is een nectarachtige substantie die door bladluizen wordt uitgescheiden. Bijen kunnen honing maken van zowel nectar als van honingdauw.

Esdoornhoning is lichtgeel van kleur, aromatisch en fijn van smaak. Het is een van de beste honingsoorten.

Het hout van Esdoorn is erg in trek. Door haar mooie lichte kleuren heeft het vele toepassingen. Het hout van de Noorse Esdoorn wordt gebruikt voor meubels, vloeren en muziekinstrumenten. Sap, schors, bladeren en zaden kunnen als voedsel dienen voor mens en dier.

De zaden zitten met tweeën aan elkaar en vormen de zogenaamde helikoptertjes. Zo’n helikoptertje heet een ‘Samara’, een gevleugeld nootje. Bij harde wind kunnen de zaden tot 1000 m hoog in de lucht opstijgen en tot 4 km ver worden weggeblazen. De meesten soorten Esdoorn vormen veel zaden en kunnen zich sterk uitzaaien en verwilderen en op deze manier overlast bezorgen.

Sommige variëteiten van de Esdoorn hebben rode zaden die de boom in het najaar meer sierwaarde geven.

Of de Noorse Esdoorn zich nu wel of niet zonder toedoen van de mens binnen onze huidige landsgrenzen heeft gevestigd is niet zeker, zeker is wel dat hij bijzonder dicht in de buurt is gekomen. In Duitsland en België wordt de soort als inheems beschouwd. Hoe dan ook is de belangrijkste reden om deze inheemse boom aan te planten, de bijdrage die ze leveren aan de biodiversiteit en het ecosysteem. Tegenwoordig plant men verschillende soorten bomen in de rijen door elkaar ter voorkoming van ziekten en aantastingen, hierbij zijn de Esdoorn soorten van grote waarden. Ze zijn ook vrij goed bestand tegen rook en roet en worden daarom veel in straten en parken in steden aangeplant.

Het blad van de Noorse Esdoorn is het symbool van Canada en staat dan ook opvallend in de Canadese vlag.

Vermeerderen van de Noorse Esdoorn gaat het best door zaaien of door een paar zaailingen in de buurt van de grote boom uit te steken.

Terug naar index

Maart 2022
De drachtplant van de maand maart is Narcissus, narcis

 



Narcissus, Narcis

De Nederlandse naam Narcis is ontleend aan de wetenschappelijke geslachtsnaam Narcissus, De naam Narcissus komt weer van de Griekse naam Narkissos voor deze plant. Volgens sommigen zou die Griekse plantennaam afkomstig kunnen zijn van het Griekse narkao dat bedwelmen betekent, waarbij dan gezinspeeld wordt op de sterke geur van de bloemen van sommige soorten van het geslacht Narcissus die slaperigheid zouden verwekken.
De Narcis zoals wij in onze tuinen planten komt van oorsprong uit Spanje en Portugal. Ze groeien daar volop in de natuur. Tientallen verschillende soorten zijn er te vinden, verspreid over het hele Iberisch schiereiland. Van de tazetta en de bulbocodium Narcissen die tot in het uiterste zuiden voorkomen, de pseudonarcissen in het noorden en Narcissus triandrus in de wat drogere gebieden. De Narcissus bulbocodium wordt ook liefkozend het ‘Hoepelrok Narcisje’ genoemd. Ze is bij velen van ons wat minder bekend. In grote delen van Spanje en Portugal komt zij echter veel voor, van boven in de bergen tot in drassige weilanden.
In Nederland en België komt alleen de wilde Narcis (Narcissus pseudonarcissus) van nature voor. Ze is al heel lang in Nederland te zien. Voor zover bekend werd er in 1662 het eerst melding van gemaakt. De wilde Narcis groeit in beekdalgraslanden en bergweiden, lichte loofbossen, buitenplaatsen en moerasbossen.
Er is een grote verscheidenheid aan soorten en kleuren. Narcissen hebben roze, oranje, witte of gevlekte bloemen, met grote gele trompetten of met trosjes van gele of witte bloemetjes.
Over de hele wereld  zijn meer dan 100 soorten bekend, elk soort heeft weer vele variëteiten, en er komen er nog steeds bij.

Narcissen zijn voorjaarsbloeiers en hebben een koude rustperiode nodig,
plant ze in het najaar zodat ze de koude winterperiode meemaken. De plantdiepte is afhankelijk van de grootte van de bol en varieert van 8 tot 15 cm. Ze staan ook mooi in potten op het terras. Als ze uitgebloeid zijn kunnen ze de tuin in en eventueel in het najaar weer in potten geplant worden.
Bloeitijd februari – april. Zijn de Narcissen uitgebloeid, dan kan je de uitgebloeide bloemen wegknippen, maar laat de loof nog even staan! Pas als het loof helemaal bruin is kan het verwijderd worden. De plant heeft dan alle voedingsstoffen uit het blad opgeslagen in de bol en is klaar voor het volgende jaar. Het is goed om de bollen in de grond te laten zitten, ze zijn daar het best bewaard. Zet er wel een paar stokjes bij zodat hun plaats gemarkeerd is. Narcissen kan men rustig laten verwilderen; ze vermeerderen zich vanzelf en elk jaar zullen er meer bloemen komen.
Van alle bloembollen is de Narcis wel het soort waar we de minste insecten op vinden. Enerzijds kan dit komen doordat er niet zoveel te halen is maar ook omdat de insecten zich helemaal in de bloem kunnen verstoppen en wij ze gewoon niet zien.

Alle Narcissensoorten bevatten het uiterst giftige alkaloide lycorine. Het komt voor  in de bol maar ook in het blad. Grazend vee zal daarom de Narcis laten staan en in kaalgegraasde weides kan men dan ook vaak uitbundige bossen bloeiende Narcissen zien staan.
Daarnaast bevat het blad calciumoxalaat, dat contacteczeem kan veroorzaken bij mensen die daar gevoelig voor zijn, het is daarom verstandig handschoenen te dragen als men werkt aan de planten, vooral in grote perken.

Narcissen zijn geliefde snijbloemen. Zet je ze in een vaas, snijd de stelen dan goed schuin af. Voeg geen andere bloemen bij de Narcissen, ze scheiden namelijk vocht uit dat voor andere bloemen schadelijk kan zijn.

De Narcis staat voor ijdelheid en zelfzucht. In het oosten staat deze bloem symbool voor treurige liefde omdat ze altijd een beetje naar beneden kijkt.

Legende van de Narcis:
De Narcis is genoemd naar de ijdele jager Narcissus uit de Griekse mythologie. Hij was zo verliefd op zijn spiegelbeeld in het water dat hij er uiteindelijk in verdronk. Toen mensen hem gingen zoeken, vonden ze alleen een bijzonder aantrekkelijke, gele bloem. Vanaf dat moment bloeien er op die plaats prachtige gele Narcissen die een beetje droevig, voorovergebogen de vijver in kijken.
De jongeman uit de sage werd dus verliefd op zichzelf, vandaar de term narcisme. ( eigenliefde )

Ook het woord narcotica gaat terug naar het oude Grieks en is net als de Narcis, afgeleid van narkao (verstarring, verdoving, narcose).

Terug naar index

 

 
Februari 2022
De drachtplant van de maand februari is Muscari botryoides, blauw druifje

 



Muscari botryoides, Blauw Druifje, Druifhyacint.

Muscari komt van het Griekse moschos of van het Latijnse moschus (muskus), naar de muskusgeur van de planten. Botryoides betekent trosvormig.
Oorspronkelijk komt het blauwe druifje uit Zuidwest-Azië en Zuid-Europa en  is in de 16de eeuw ingeburgerd in Noord-Europa en Noord-Amerika en is nu in Nederland vrij algemeen. Ze worden vaak gerekend tot de stinsenplanten.
Muscari botryoides  staat graag op een zonnige plek in de border of in het gazon. Ze kunnen uitstekend gebruikt worden als verwilderingsbol onder heesters of in de voorrand van borders. Er is ook een witte variëteit: Muscari botryoides ‘Album’.
Muscari botryoides, blauwe druifje, komt verwilderd in Nederland voor. Het geeft de voorkeur aan vochtige bodems, weiden en graslanden, verder stellen ze weinig eisen aan de grond.

Plant de blauwe druifjes als bolletjes in oktober of november. De bolletjes worden ongeveer tien centimeter diep geplant. Vermeerdering en verwildering gebeurt gemakkelijk. Vermeerdering gebeurt ook doordat de grond omgezet wordt en de bolletjes met grond en al op een andere plaats terecht komen. Op de nieuwe plaats zullen de bauwe druifjes de eerste jaren rijker bloeien. Regelmatig bolletjes op een andere plaats uitplanten loont de moeite. De bladeren komen in het najaar al uit de bol omhoog en staan in de  winter boven de grond. De verwilderde planten bloeien eerder dan de  bolletje die in het najaar geplant zijn. Blauwe druifjes zijn in de winter volop in pot te koop. Ze zijn geschikt voor binnen en bloeien enkele weken. Als ze uitgebloeid zijn kunnen ze de tuin in en bloeien daar het volgend voorjaar.
Omdat de blauwe druifjes niet giftig zijn, is het ook een optie voor tuinen met kinderen en huisdieren. Hoewel de plant niet giftig is, mogen blauwe druifjes niet in grote hoeveelheden worden geconsumeerd. Afgezien van de smakelijkheid, die te wensen overlaat, kan het consumeren van grote hoeveelheden darmklachten veroorzaken.

Vanwege de vroege bloei vormt de plant een welkome aanvulling op het dieet van hommels en enkele vroege solitaire bijen zoals de Gehoornde metselbij ( Osmia cornuta ) Ook honingbijen weten de vroege bloempjes te vinden.

Indicatie voor dracht, code 3 voor nectar en grijs stuifmeel.

Terug naar index

 

 

Januari 2022

De drachtplant van de maand januari is Lonicera fragrantissima, Winterkamperfoelie

 



Lonicera fragrantissima, Winterkamperfoelie, Struikkamperfoelie.

Het geslacht Lonicera is vernoemd naar de Duitse medicus en botanicus Adam Lonitzer( 1528-1586 ). Fragrantissima betekent opvallend geurend.
De Schotse plantenverzamelaar Robert Fortune bracht de plant in 1845 vanuit China mee naar Europa en rond 1860 werden de eerste exemplaren te koop aangeboden.

Lonicera fragrantissima is een vrij los groeiende heester die een hoogte bereikt van circa 150 cm en niet veel snoei nodig heeft, snoeien na de bloei is mogelijk.
Bloeitijd vanaf eind november tot in het voorjaar, gevolgd door rode besjes in juni – juli die al snel door de vogels gevonden worden. Voor mensen zijn de bessen giftig. Deze winterbloeier is belangrijk als nectar leverancier voor vroege hommelkoninginnen en natuurlijk vliegen tijdens wat warmer weer ook de honingbijen op de heerlijk geurende bloemetjes. Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5.

Lonicera fragrantissima staat bij voorkeur op een licht beschaduwde, zonnige plek. De grondsoort is niet zo belangrijk, als de grond maar goed doorlatend is. Kies een plek die vanuit de woonkamer of de keuken goed te zien is, of langs een pad of terras, zodat de bloeiende plant goed in het zicht staat en de heerlijke geur goed tot zijn recht komt. Met een onderbegroeiing van Kerstroos (Helleborus), Sneeuwklokje, Winterheide, Krokus, en vroege Narcissen ontstaat er een ideaal wintertuintje.

Bij hogere temperaturen in de winter, kan je de zoete geur al van ver waarnemen. De geur is niet overdadig of bedwelmend, eerder een mengsel van citroenfris en honingzoet en nodigt uit om je neus tussen de bloemen te steken en diep te inhaleren.
Wanneer het gaat vriezen beschadigen de bloempjes enigszins maar zodra de temperatuur weer boven de 5 graden komt worden er weer volop nieuwe bloemen aangemaakt. De winterkamperfoelie bloeit rijker op een warme beschutte plek en op voedselrijke grond. Het wordt uiteindelijk een struik van twee meter breed en hoog. In de vroege winter een paar takken afknippen en in huis zetten geeft al een beetje voorjaarsgevoel en een heerlijke geur in huis.
Lonicera fragrantissima verliest in de winter maar een deel van het blad, hierdoor zijn de kleine bloempjes niet altijd goed zichtbaar. De variëteit  Lonicera x purpusii ‘Winter Beauty’ is wel volledig bladverliezend en is daarom meer in trek.

Alle Lonicera soorten zijn makkelijk te stekken, dat kan als winterstek in het najaar of door jongen afgeharde scheuten in de zomer.

Terug naar index

 

 
December 2021
De drachtplant van de maand december is Gaura lindheimeri, prachtkaars

 



Gaura lindheimeri, Prachtkaars.

De naam Gaura is afkomstig van het Griekse gauros, wat subliem of prachtig betekent. De tweede naam is afgeleid van de, in Duitsland geboren, Texaanse botanist Ferdinand Jacob Lindheimer.
De Nederlandse naam Prachtkaars is moeilijk te verklaren omdat de bloeiwijze totaal niet op een kaars lijkt.
De planten hebben een schilderachtige bloeiwijze die met wat verbeelding doet denken aan een zwerm vlinders.
De bloeitijd is vanaf juni tot aan de eerste nachtvorst. Hoogte tot 80 cm.

Goede drachtplant voor hommels, honingbijen en wilde bijen, drachtcode voor stuifmeel en nectar is 5.

Het geslacht Gaura is inheems in enkele zuidelijke staten van Noord-Amerika, op de prairies van Louisiana en Texas.

Gaura houdt van een zonnige standplaats in een goed gedraineerde, niet al te zware bodem en is tevreden met weinig meststoffen. Zet de plant op een beschutte plaats, knip in het najaar de uitgebloeide takken weg en snoei de rest pas na de winter om vorstschade te voorkomen. Bij strenge vorst kan afdekken met stro of blad nodig zijn. Gaura start in het voorjaar een beetje traag op, geef ze de tijd, ze hebben warmte nodig.
Vermeerderen gaat makkelijk door zaaien, hierbij kan er wel wat verschil ontstaan in de zaailingen. Om dit te voorkomen is stekken in het voorjaar of vroege zomer een goede oplossing. Gaura is een kortlevende vaste plant, het is zaak om de plant tijdig te vermeerderen om het soort te behouden. De plant kan zich ook spontaan uitzaaien. 

Ook in een pot op het terras is Gaura een absolute blikvanger! De bloemen kunnen zelfs als snijbloem in een boeket gebruikt worden.

Terug naar index

 

 
November 2021
De drachtplant van de maand november is Delosperma cooperi, ijsbloem

 



Delosperma cooperi, IJsbloem.

Delosperma is afgeleid van de Griekse woorden delos ( goed zichtbaar ) en sperma ( zaad ), met goed herkenbare zaden.
De naam Cooperi is afgeleid van de persoonsnaam Th. Cooper, 1815-1913. Th. Cooper was een tuinbouwkundige die voor Kwekerij Saunders te Reigate in Engeland, Zuid-Afrika bereisde en van daaruit veel planten naar Europa bracht.
De naam IJsbloem heeft de plant gekregen omdat ze blaasachtige haren op het bladoppervlak heeft die licht reflecteren en breken op een manier waardoor het lijkt alsof ze schitteren als ijskristallen.

Delosperma cooperi is afkomstig uit Zuid – Afrika en  wordt daar meestal aangetroffen op droge, rotsachtige locaties. De bloeitijd in het land van herkomst is maar een paar maanden. In de westerse landen is een nieuwe generatie Delosperma gekweekt die bloeit vanaf juni tot aan de winter. Naast roze zijn er ook oranje, witte en gele variëteiten ontstaan.

De plant houdt van de zon en gedijt goed in droge en warme omgevingen. Hoewel de ijsbloem zich goed aanpast aan verschillende grondsoorten heeft hij een hekel aan natte voeten.
Door de geringe hoogte is het een goede bodembedekker en ideaal voor een rotstuin. De plant is ook geschikt voor potten en bakken op het terras, en kunnen dan tijdens een strenge winter naar een beschutte plaats verhuizen.

Delosperma cooperi trekt vele bijen en vlinders aan die nectar en stuifmeel verzamelen op de bloemen. Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 3.

De plant is groenblijvend, snoei is niet nodig. Hooguit kan af en toe het oude, lelijk geworden blad weggeknipt worden.
Vermeerderen gaat het best door middel van stekken. De planten blijven dan soort-echt.  Verwijder hierbij de bloemen en bloemknoppen bij de stekjes. Haal een paar van de onderste bladeren van de stekjes af en steek ze vervolgens in de grond.

In Zuid-Afrika wordt Delosperma cooperi gebruikt voor de bereiding van khadi , een alcoholische wijn.

Terug naar index

 

 
 
 
Oktober 2021
De drachtplant van de maand oktober is Physostegia virginiana, Scharnierbloem

 



Physostegia virginiana, Scharnierbloem.

Physostegia is afgeleid van de Griekse woorden physo wat opgeblazen betekent en stego wat staat voor dak of dek. De naam zinspeelt op de na de bloei opgeblazen kelk die de zaadjes omsluit. De bloemsteeltjes zijn buigbaar waardoor ze in een andere stand kunnen worden gedraaid, vandaar de Nederlandse naam: Scharnierbloem

Physostegia is afkomstig uit het oostelijk deel van Noord-Amerika, groeit daar lang rivieroevers en vochtig grasland. Het zijn rechtopstaande, kruidachtige vaste planten die graag op vochtige, zonnige plaatsen staan. Bloeitijd juni tot oktober afhankelijk van het soort. De roze bloeiende soorten bloeien later dan de witte. Het zijn allemaal goede snijbloemen en kunnen tot wel 90 cm hoog worden.

Drachtplant voor hommels, honingbijen en solitaire bijen. Drachtcode voor nectar en stuifmeel 3.

De Scharnierbloem staat graag in goed gedraineerde humusrijke grond die nooit helemaal mag uitdrogen. Zon is wel een absolute voorwaarde. De planten zijn winterhard, maar sterven in het najaar bovengronds af. Laat de uitgebloeide stengels in de winter staan zodat vogeltjes de zaden kunnen uitpikken. In het voorjaar afknippen en bemesten met compost of koemestkorrels.
Als de planten een jaar of 3 op dezelfde plaats gestaan hebben is het goed om ze een ander plekje te geven, ze zijn dan zoals veel vaste planten de grond moe. Van nature stoelen de meeste vaste planten uit en zoeken zo zelf elk jaar verse grond op. De Scharnierbloem heeft graag een voedzame grond, bemesten in het voorjaar en in de voorzomer is wenselijk. Bij droog weer is besproeien noodzakelijk.

De Scharnierbloem is een prachtige borderplant door zijn lengte maar vooral vanwege de late bloei tot in de herfst.

Vermeerderen door scheuren en zaaien. Zaaien gaat het best voor de winter, de zaadje zullen kiemen in het voorjaar als de temperatuur wat oploopt.

Terug naar index

 

 
 
September 2021
De drachtplant van de maand september is Malva alcea, Vijfdelig kaasjeskruid
 


Malva alcea, Vijfdelig Kaasjeskruid.

De naam Malva is afgeleid van de Griekse woorden malache en malassoo die week of zacht maken betekenen, het is een slijm bevattende plant met verzachtende eigenschappen. Alcea is afgeleid van het Griekse woord altho wat genezen betekend.
De Nederlandse naam Kaasjeskruid heeft te maken met het zaad, de onbehaarde deelvruchten die samen de vorm hebben van een Goudse kaas.
De plant heeft vijflobbige bladeren, en de bloem 5 bloemblaadjes, vandaar de naam vijfdelig.
Bloeitijd van juni tot en met september. Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 3. Malva alcea is een vaste plant die tot 1 meter hoog kan worden.
De bloemen worden bezocht door honingbijen, hommels en solitaire bijen, het  is ook een waardplant voor de vlinder Malvabandspanner (Larentia clavaria).

Vijfdelig kaasjeskruid wordt wel als tuinplant aangetroffen, maar is ook te vinden op grazige plekken in bermen, langs heggen en op dijkhellingen. De plant heeft een zonnige, matig droge tot vochtige, stikstofrijke grond nodig.
Het verspreidingsgebied van Vijfdelig Kaasjeskruid  is Zuid- en Midden-Europa, van Zuid-Italië en het noorden van de Balkan tot in het Oostzeegebied. De plant is ingeburgerd elders in Europa en in het oosten van Noord-Amerika. In Nederland van oorsprong vrij zeldzaam maar wordt tegenwoordig veel uitgezaaid. Het geslacht is met dertig soorten wijdverspreid over gematigde, subtropische en tropische gebieden van Afrika en Eurazië.
De bloemen zijn goed eetbaar en staan mooi in een salade. Er kan ook een thee van worden gezet. De jonge zaden kunnen ook rauw of gebakken gegeten worden als ze nog groen zijn. Ze hebben een nootachtige smaak.
De bladeren worden gekookt als spinazie.

De vermeerdering gebeurt door zaaien. Zaaitijd april – mei. De zaden kiemen onregelmatig en vaak over een lange periode. Bij slechte kieming kan een periode van kou (onder 5 °C) er voor zorgen dat de zaden alsnog kiemen. Dit is een soort waarbij geduld vereist is en waarvan het zaaisel zeker niet te vroeg moet worden weggedaan.

De familie Malvaceae is in ruime zin economisch belangrijk met producten als cacao, katoen en de kolanoot. Het grootste gedeelte van de geslachten behoren tot de kruidachtigen, maar ook heesters en enkele bomen zoals de linde maken deel uit van de Malvaceae.
Het geslacht Malva wordt al zeker 2.500 jaar in cultuur gebracht en is in grote delen van de wereld verwilderd. Grieken en de Romeinen aten het als een vorm van spinazie. Momenteel kweekt men het soort Malva crispa de gekrulde of gekroesde Malva nog als groente. Een nadeel, wanneer ze wordt gekweekt op stikstofrijke bodems heeft de plant de neiging om hoge niveaus van nitraten in de bladeren te concentreren wat nadelig is voor de gezondheid.

Terug naar index

 

 
 
Augustus 2021
De drachtplant van de maand augustus is Tanacetum vulgare, boerenwormkruid

 



Tanacetum vulgare, Boerenwormkruid


De naam Tanacetum is  afgeleid van het Oudgriekse woord ‘athanasia’ dat ‘onsterfelijk’ betekent. De plant dankt deze naam waarschijnlijk aan het feit dat de bloemen niet makkelijk verwelken en lang hun gele kleur behouden, zelfs in gedroogde toestand maar het kan ook duiden op een soort levensdrank die ervan gemaakt werd. Tanacetum werd vroeger ook gebruikt voor het conserveren van lichamen. ‘Vulgare’ betekent “Gewoon”.

De Nederlandse naam Boerenwormkruid heeft deze plant gekregen omdat het door boeren gebruikt werd om dieren te ontwormen. Het kruid werd verwerkt in broden en aan de dieren gevoerd. Ook kinderen die last hadden van wormpjes kregen een stukje van dit brood. De plant is in zijn geheel giftig. Als Boerenwormkruid in het weiland staat, laat het vee de plant staan en graast er omheen.

Boerenwormkruid komt van oorsprong in het grootste deel van Europa en het noordelijke deel van Azië voor.
Boerenwormkruid is op veel plaatsen een gewone verschijning, maar zijn ecologische functie is voor veel lokaal aanwezige dieren en vooral insecten heel belangrijk. Als op het hoogtepunt van de bloei wordt gemaaid, is het feest voor zeer veel insecten voorbij. Gebeurt dat in een vroeg stadium, lang voor de bloei, is er nog wel kans op een late bloeiperiode, maar die komt dan vaak wat te laat voor de insecten die in hoofdzaak op deze plant zijn aangewezen.

Boerenwormkruid is een waardplant voor verschillende soorten vlinders en een drachtplant voor solitaire bijen, honingbijen, zweefvliegen, kevers en wespen. De trouwste bezoekster, die voor haar nageslacht helemaal is aangewezen op nectar en stuifmeel van deze buisbloemen, is de Wormkruid-bij.
Bloeitijd van juni tot oktober. Code voor dracht is 3.

De bladeren zijn geveerd en bezet met klierharen. Bij aanraking wordt een  kamferachtige geur verspreidt. Geef de plant een zonnige plaats op een niet te arme grond.

Boerenwormkruid heeft geen hulp nodig bij vermeerdering, het vermeerdert zichzelf door worteluitlopers en door zaad. Het is een goede droogbloem en een mooie plant in de border maar kan ook behoorlijk irritant worden door zijn woekerende gedrag.

Terug naar index

 

Juli 2021
De drachtplant van de maand juli is Anchusa officinalis, gewone ossentong

 



Anchusa officinalis, gewone ossentong.

Juli 2021
De drachtplant van de maand juli is Anchusa officinalis, Gewone Ossentong

 

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied ligt in Oost-Azië, maar de soort is door de mens in Midden-Europa geïntroduceerd. De Gewone Ossentong komt voor in grote delen van Midden – en Noord-Europa, elders is ze vaak zeldzaam. De plant heeft de sprong naar enkele andere werelddelen zoals Noord-Amerika gemaakt. In de Alpen komt de Gewone Ossentong voor tot een hoogte van 2300 m.

Gewone Ossentong, Anchúsa officinális L., hoort tot de Ruwbladigenfamilie. De plant voelt over zijn gehele oppervlakte ruw aan door de dichte borstelige beharing. De bladeren zijn meer dan viermaal zo lang als breed en dat gecombineerd met het ruwe oppervlak heeft geleid tot de Nederlandse benaming ‘Ossentong’.
De wetenschappelijke naam Anchusa komt uit het Grieks en betekent wurgen en verwijst naar de ingesnoerde bloembuis. Ook kan het afgeleidt zijn van  “Anchousa” een rode verfstof die uit de wortel gewonnen werd en gebruikt werd om het gezicht te schminken. De rode kleurstof kan ook worden gebruikt om oliën en vetten te kleuren.

Gewone Ossentong werd in vroeger dagen in de apotheek gebruikt. De Latijnse naam voor apotheek is officina, vandaar de wetenschappelijke naam Anchusa officinalis. Ze werd  vroeger aangewend tegen zwaarmoedigheid, miltzucht, als hartversterker en als middel tegen darmklachten.

Gewone Ossentong staat graag op een  zonnige plaats, en kan wel wat droogte verdragen. Hoogte 80-100 cm.

De Gewone Ossentong is een waardplant voor verschillende nachtvlinders.
Honingbijen, hommels en solitaire bijen bezoeken de bloemen graag tijdens de bloei van mei tot in de herfst vanwege de nectar die de bloemen te bieden hebben. Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 3.

De Gewone Ossentong staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als vrij zeldzaam. Het is een tweejarige plant die soms overblijft. Vermeerdering gebeurt door zaaien bij een temperatuur van boven de 20 graden. De plant zaait zich makkelijk uit als er geen hoge begroeiing in de buurt staat.
Er zijn verschillende variëteiten in de handel met roze en licht blauwe bloemen.

Dat men de plant antimagische krachten toeschreef kunnen we opmaken uit het feit dat zij met veertien andere planten werd verwerkt in de zogenaamde kruidwissen of bloemruikers, die op 15 augustus (Maria tenhemelopneming) naar de kerk werden gedragen om aldaar gewijd te worden. Een kruidwis kan gezien worden als dankoffer.

Terug naar index

 

Juni 2021
De drachtplant van de maand juni is Catalpa bignonioides, trompetboom

 



Catalpa bignonioides, trompetboom.

Catalpa is de oude Indiaanse volksnaam voor de boom die in 1720 in Carolina werd ontdekt. Bignonioides betekent, lijkend op de Bignonia, dat is de klimmende Trompetbloem.
Deze boom is inheems in het zuidoosten van de Verenigde Staten van Amerika en is in België en Nederland als sierplant ingevoerd. Waarschijnlijk is de eerste boom in 1740 aangeplant in de Hortus van Leiden. Het is in Nederland de boom met het grootste blad, vooral Catalpa’s die geknot worden kunnen bladeren vormen van wel 25 cm bij 15 cm doorsnede.
Bloeitijd juni juli. De bloemen van de Catalpa worden wel eens vergeleken met Orchideeën vanwege de mooie tekeningen en de vorm van de bloem.
De bloemen zijn een goede voedselbron voor bestuivende insecten zoals honingbijen, hommels en wilde bijen. De drachtcode voor nectar is 3 en voor stuifmeel ( lichtgeel) is 2.
De vruchten groeien in september en oktober. Ze worden 20-40 cm lang, en blijven tot in het voorjaar aan de boom. De peulvormige vruchten bevatten veel kleine gevleugelde zaden.

Thee gezet van de boomschors wordt gebruikt voor medicinale doeleinde, dit kan niet zomaar aangewend worden omdat de plant licht giftig is.

Catalpa houdt van voedselrijke, vochtige grond en is winterhard.
Het is een bladverliezende boom die wel 12 tot 15 meter hoog kan worden.
We zien de Catalpa meestal als knotboom, ze worden dan elk jaar geknot en maken dan jonge takken die wel 2 meter lang kunnen worden. Bomen die elk jaar geknot worden bloeien nooit en hebben als drachtplant geen waarde. Helemaal geen waarde is weer overdreven, op de bladeren zitten kleine kliertje die nectar afscheiden, de zogenaamde extraflorale klieren. Doordat ze een zoete stof produceren trekken ze ook mieren aan die wel als lijfwacht voor de plant functioneren en bijvoorbeeld rupsen aanvallen. Een gewone, vrijuit groeiende Catalpa hoeft nauwelijks gesnoeid te worden. De snoei beperkt zich dan tot het in de winterperiode wegnemen van dood, ziek, beschadigd hout, of taken die in de weg zitten.
In het land van herkomst legt de Catalpa Sfinxmot eitje op de onderkant van de bladeren. Hieruit komen de Catalpawormen. In normale jaren is er een evenwicht tussen het aantal wormen en hun natuurlijke vijand en is er geen probleem, is dit evenwicht verstoord dan kan de boom helemaal kaal gevreten worden en moet de boom voor een tweede generatie blad zorgen. Voor gezonde bomen is dit geen probleem.
Niet voor iedereen is de rups een plaag. Vissers hebben zelf in hun tuin of in de buurt een Catalpa staan om de rupsen te verzamelen. Ze worden gebruikt als aas om forelbaars en meerval te vangen. De Sfinxmot is inheems in de Verenigde Staten van Amerika en komt niet voor in Europa dus wij hebben hier ook geen last van de rupsen.
Catalpa vermeerdert zich in zijn natuurlijke omgeving door zaad maar kan ook gestekt worden. Variëteiten die moeilijk te stekken zijn worden op een wilde onderstam geënt.

Terug naar index

 

Mei 2021
De drachtplant van de maand mei is Echium vulgare, slangenkruid

 



Echium vulgare, slangenkruid.

Echium komt van het Griekse echis (adder), omdat het zaad op een slangenkop lijkt, vulgare betekent gewoon.
De vorm van de bloeiwijze doet enigszins denken aan een slang, de plant werd in de Romeinse tijd gebruikt tegen slangenbeten, vandaar de naam Slangenkruid.
Opvallend zijn de ver uit de bloemen stekende meeldraden die wel een beetje op de tong van een slang lijken.
Andere benamingen die men tegenkomt zijn: Adderkop, IJzerkruid (wellicht naar de Duitse naam Eisenhart) en Wilde Ossentong naar de vorm en het ruwe blad.

Slangenkruid komt voor in  bijna heel Europa en aansluitend Centraal Azië. Het is een soort die voorkomt op warme door de zon direct beschenen plaatsen. Het zijn vaak open, zandige, humusarme, kalk- en stikstofrijke bodems.

Gebruik van Slangenkruid voor medische doeleinden kan gevaarlijk zijn. De plant bevat gifstoffen die de lever kunnen beschadigen.
Verder werd de wortel ook gebruikt om er een rode verfstof uit te winnen. De kleurstof werd blijkbaar door de vrouwen als een soort rouge voor het gezicht gebruikt.
Zoals bij vele ruwbladigen verkleurt de bloemkroon van roodachtig, naar paars tot blauw,

Slangenkruid komt in Nederland voornamelijk voor in de kuststreken en Zuid Limburg. De laatste jaren wordt de plant steeds meer ingezaaid in een bloemenweide voor insecten.

De Slangenkruid-bij ( Osmia adunca ) is volledig afhankelijk van Slangenkruid, het is daarom belangrijk dat de plant voor lange tijd op een bepaalde locatie aanwezig is. Het maaibeleid aanpassen is nodig. Dit houdt in, laat in het jaar maaien, het maaisel enige tijd laten liggen zodat de zaden goed los komen.
Slangenkruid is vooral een goede drachtplant voor hommels maar ook honingbijen, wilde bijen en vlinders bezoeken de planten.
Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 4. Bloeitijd mei tot september.
Slangenkruid is niet alleen een drachtplant maar ook een waardplant voor veel soorten vlinders, voor de gevlamde grasmot is het de enige waardplant.

Vermeerdering door zaaien, de zaden kiemen onregelmatig. Als gebruik gemaakt wordt van een zaaikistje kan men de verspeenbare planten eruit halen en de rest van het zaaikistje in takt laten, zodat de andere zaden ook de kans krijgen om te kiemen. Een vorstperiode kan positief werken. Na het kiemen vormt de plant het eerste jaar een rozet van lange smalle bladeren, het tweede jaar komt de bloemstengel die wel tot een meter lang kan worden. De gehele plant voelt wat stekelig aan. Het Slangenkruid is uitermate geschikt voor verwildering.

Terug naar index

 

April 2021
De drachtplant van de maand april is Acer campestre, Spaanse Aak

 



Acer campestre, Spaanse Aak, Veldesdoorn.

“Acer” is het Latijn woord voor “scherp” of “bijtend van smaak”.  Ook is het de oude Latijnse naam voor de Esdoorn en verwijst naar de kwaliteit van het hout (scherp, sterk). De soortaanduiding campestre komt van het Latijnse “campus” (vlakte, terrein) en wil zeggen: “op de vlakte of in het veld groeiend”. “Veldesdoorn” is hiervan een vertaling en verwijst naar het gebruik van de bomen in heggen en houtwallen die vroeger de akkers van elkaar scheidden.
Zijn naam –Spaanse Aak- ontleent hij aan het feit dat het de enige Esdoorn soort is die in Spanje voorkomt. Aak is afgeleid van ahorn wat weer Esdoorn betekent.
De ‘es’ van Esdoorn ” duidt op de gelijkenis met de vruchten van de  ‘gewone Es’ (Fraxinus excelsior). De reden van de ‘doorn’ van Esdoorn is onzeker, het zou kunnen dat de naam Acer letterlijk vertaald is. Acer betekent scherp of spits maar heeft dan meer betrekking op de spitse vorm van de bladeren. Esdoorns hebben geen doornen, dus dat is het niet.

Zeeuwse haag,
De Veldesdoorn werd veel gebruikt in heggen. Dit vanwege zijn dichte en compacte groei en het feit dat hij zich gemakkelijk laat snoeien. Met name in Zeeland werd vroeger de zogenaamde “Zeeuwse haag” veel aangeplant. Deze bestond voor 60% uit Meidoorn, 20% uit Sleedoorn en 20% uit Veldesdoorn. Deze heggen werden vooral aangeplant als veekering vanwege de doorns en de dichte groeiwijze. Kleine zoogdieren, vogels en insecten vonden hierin een goede schuilplaats. Tegenwoordig zijn deze heggen helaas bijna uit het landschap verdwenen. In Zeeland werd in 2012 nog subsidie verstrekt aan grondeigenaren die een Zeeuwse haag aanplanten.

De Spaanse Aak is een traag groeiende Esdoorn. Naast gebruik in hagen kan de Spaanse Aak uitgroeien tot een grote heester of boom. Als boom kan deze Esdoorn 200 tot 300 jaar oud worden. Van nature komt hij vooral voor op vochtige kalk- en leembodems langs bosranden. Hij is windbestendig, geschikt voor zonnige en schaduwrijke plaatsen en is bestand tegen luchtverontreiniging, strooizout en een zilte bodem.

De rechtopstaande bloemtuilen verschijnen van april tot juni, tegelijkertijd met of net na de bladeren. De bloemen zijn vrij klein, onopvallend en groengeel van kleur.
De bloemen zijn een goede bron van nectar en pollen, en worden druk bezocht door honingbijen, hommels, wilde bijen en andere insecten. De drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5. De vruchten worden gegeten door onder andere Appelvink en Groenling. Voor sommige (nacht)vlindersoorten is het een belangrijke waardplant. Het is ook een echte mezenboom, de Veldesdoorn is een zogenaamde vuile boom, trekt ontzettend veel insecten aan, waar mezen en ook andere vogels dol op zijn. Esdoornhoning is lichtgeel van kleur, aromatisch en fijn van smaak.

De Spaanse aak werd vaak aangeplant in de buurt van boerderijen en als hakhout beheerd. Vroeger was deze Esdoorn een echte “nuts- of geriefboom”. Het hout werd veel gebruikt om kleine gereedschappen en stelen te maken en zelfs voor blaasinstrumenten. Het is het hardste hout dat van nature in Europa aanwezig is.
Doordat de schors niet afvalt werden traditioneel zitstokken voor hoenderhokken van de takken gemaakt. Hierdoor hadden de kippen een goede houvast en werden de poten niet koud. Het loof van de Spaanse Aak was vroeger in tijden van schaarste een noodoplossing om aan het vee te voeren.

Uit de bloemen groeien zaden die omhuld worden door vleugeltjes: de bekende helikoptertjes. Zo’n helikoptertje heet een ‘Samara’, een gevleugeld nootje.
De Esdoorn is makkelijk te vermeerderen door zaaien. In de buurt van een Esdoorn staan vaak zaailingen die te verplanten zijn.

In de Lage Landen is alleen de ‘Spaanse Aak’ onbetwist inheems. Van de ‘Gewone Esdoorn’ is dat nog een onderwerp van discussie. Aanvullend op deze twee komen ook de ‘Vederesdoorn’ en de ‘Noorse Esdoorn’ in het wild voor.

Terug naar index

 

Maart 2021
De drachtplant van de maand maart is Salix x Chrysocoma, Treurwilg

 



Salix x Chrysocoma, Gele Treurwilg.

Salix , Treurwilg.
Salix is afgeleid van het Oudindische salila dat water betekent, ( staat graag aan het water of erg vochtig).
De Latijnse naam voor de gele Treurwilg is Salix x chrysocoma en betekent ‘de Wilg met de gouden lokken’. De x tussen de twee namen wil zeggen dat het geen, van nature voorkomend soort is, maar een kruising. De ouders van de Treurwilg zijn de Chinese Treurwilg (door Linnaeus Salix babylonica gedoopt) en de West-Europese Salix alba. De Treurwilg wordt al eeuwen in Azië gekweekt en dook in Europa voor het eerst op in Frankrijk rond 1675.
Het woord Wilg is (zegt men) afgeleid van het Angelsaksische “welig” wat te maken heeft met de buigzaamheid van de takken.
De Wilg ofwel Salix is een geslacht van tweehuizige bomen en struiken uit de wilgenfamilie genaamd Salicaceae. Tweehuizig wil zeggen dat een plant of mannelijk of vrouwelijk is, de geslachten huizen op twee verschillende planten. Wilgen komen in Nederland en België veel voor langs sloten en plassen. Wilgen houden namelijk over het algemeen van een vochtige bodem en groeien zeer snel. Het zijn bladverliezende bomen waarvan we de bloemvorm een katje noemen. Wilgen zijn makkelijk in onderhoud. Ze houden van water, staan graag in de zon en groeien op allerlei grondsoorten.

Het geslacht Salix omvat ongeveer driehonderd soorten, waarvan er een twaalftal inheems zijn in Nederland en België.
De Wilg heeft van alle bomen ter wereld het grootste verspreidingsgebied, je kunt ze overal tegenkomen behalve in Australië.

De Treurwilg is een drachtplant voor veel insectensoorten waaronder de Honingbij. Vooral de mannelijke exemplaren zijn in het voorjaar belangrijk voor de honingbij, ze halen veel stuifmeel op de hangende katjes. Drachtcode voor stuifmeel en nectar is 3 – 5. Bloeitijd maart – april.

De Treurwilg heeft veel ruimte nodig om uit te groeien, wordt vaak aan geplant in een parkachtige tuin en staat daar bij voorkeur langs het water. De Treurwilg verdraagt natte grond. De boom kan makkelijk 15 tot 20 meter hoog en 10 tot 12 meter breed worden. Voor kleinere tuinen kan de boom gesnoeid worden. Het nadeel is dat dit elk jaar moet gebeuren en dat er door de sterke groei geen bloemknoppen aangezet worden.
Jonge Treurwilgen hebben naar verhouding een grote kruin met veel takken en een dunne stam. Bij sterke wind kan er schade ontstaan. Het is daarom raadzaam meteen bij het planten aan weerszijde van de stam een stevige paal te plaatsen en de stam goed vast te zetten. Maak het plantgat ruim genoeg, zodat er rondom de kluit 10 tot 15 cm ruimte is om losse grond gemengd met compost of potgrond aan te vullen. Daarna de grond zachtjes aandrukken en enkele emmers water geven zodat de grond goed aansluit.

De Wilg is een veelzijdige plant: De mandenmaker heeft wilgentenen nodig voor z’n manden. De klompenmaker gebruikt naast populier, wilgenhout voor de zondagse klompen omdat die mooi wit zijn. Mensen met hartproblemen nemen dagelijks een dosis wilg, ( Bayer maakte rond 1900 uit wilgenschors de eerste aspirine ). En de cricketspeler zou zonder Wilg met lege handen staan.

De jonge takjes van de Wilg zijn rijk aan auxine, dit kan gebruikt worden i.p.v. Stekpoeder. Knip wat eenjarige takjes in kleine stukjes, overgiet ze met heet water en laat dit een paar dagen staan. Zet de stekjes 1 dag in dit water voordat je ze in de grond steekt.
Vermeerderen van Wilgen gaat het best door middel van winterstek, gebruik hiervoor jong hout en knip de stekken op 15 tot 20 cm. Ze kunnen gewoon in de volle grond gestekt worden, de beste tijd hiervoor is december- januari.

Terug naar index

 
Februari 2021
De drachtplant van de maand februari is Corylopsis pauciflora, Schijnhazelaar

 



Corylopsis, Schijnhazelaar.

De Nederlandse naam is te danken aan het blad dat erg op dat van de Hazelaar lijkt en ook de naam Corylopsis heeft dezelfde betekenis, Corylus is de Hazelaar en opsis betekent, lijkt op.

Corylopsis is een breed groeiende heester die vanaf februari tot april bloeit met lichtgele hangende bloemen en is in China, Taiwan, Japan en de Himalaya inheems en nauw verwant aan de Toverhazelaar. De gele bloempjes zijn talrijk, de bloei valt samen met vroegbloeiende bolgewassen en vaste planten. Corylopsis verspreidt tijdens de bloei een prettige geur. In de herfst krijgen de bladeren een mooie gele of bronze kleur. In Japan draagt deze heester de naam Hyugamizuki, wat sterrenhout betekent. Deze naam heeft hij gekregen omdat de gele bloemen aan de kale takken lijken op sterren aan de nachtelijke hemel.
De lichte zoete geur is een aantrekkingskracht voor insecten, daardoor zijn de vroege bloempjes een welkome voedselbron voor insecten die al vroeg in het jaar actief zijn, zoals Hommels, vroege Wilde Bijen en Honingbijen. Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 3. Takken van Corylopsis houden goed op de vaas en ook binnen komen de bloemknoppen open. Als snoeien nodig is kan dit het best gebeuren net voor de bloei als de knopje beginnen te kleuren zodat je het voorjaar in huis kunt halen.
Corylopsis is een bladverliezende struik met slanke twijgen. Hij kan 1,5 tot 4 m hoog worden maar kan doordat het geen sterke groeier is met snoeien goed in toom gehouden worden. Als deze heester de ruimte heeft is snoeien niet nodig. Het is een winterbloeier die iets later bloeit dan de Toverhazelaar en eerder dan de Forsythia.
Corylopsis is een geslacht met meer dan 30 vertegenwoordigers, waarvan enkele zogenaamde naaktbloeiers belangrijk zijn voor de tuin, met name: Corylopsis pauciflora, Corylopsis sinensis en Corylopsis spicata.
Corylopsis pauciflora, hoogte 2 meter. Herkomst Japan. Pauciflora betekent minder bloemen, dit soort heeft per tros maar 2 of 3 bloempjes.
Bloeitijd februari tot april.

Corilopsis sinensis,  sinensis betekent, afkomstig uit China, dit soort groeit in het wild in de bergen op 1300-2000 m hoogte, kan 4 meter hoog worden en groeit ook sterk in de breedte. Bloeit met grote trossen. Bloeitijd maart – april.

Corilopsis spicata, hoogte 1-2 meter. De tweede naam duidt op de aarvormige bloeiwijze. Dit soort is het meest geschikt voor de kleine tuin en kan door snoeien makkelijk in toom gehouden worden. Bloeitijd maart – april.
Deze heesters zijn eigenlijk het hele jaar door mooi, maar vooral in voorjaar en herfst. Eerst genieten we van de bloemen, daarna van het zich ontplooiende frisgroene lenteblad en later in het jaar van de prachtig gekleurde herfstbladeren. Als we geluk hebben bloeit deze heester nog eens in september. Dan zijn de bloemen natuurlijk niet zo zichtbaar omdat ze zich tussen het blad verstoppen. Al met al een heester met veel mogelijkheden.

Terug naar index

 
Januari 2021
De drachtplant van de maand januari is Sinapis alba, Witte mosterd

 



Sinapis alba, witte mosterd.

Sinapis is een oude Latijnse naam voor mosterd. Het woord mosterd is afkomstig van het Latijnse ‘mustum’, dat halfvergist druivensap betekent (in het Nederlands: most); De mosterd is dus niet genoemd naar de grondstof waaruit, maar naar de most waarmee hij bereid werd.

De Chinezen verbouwden drieduizend jaar geleden al mosterd. Ook de Egyptenaren, de oude Grieken en de Romeinen kenden en gebruikten mosterd. Mosterd wordt vernoemd in de Bijbel en de Koran. Sinds de 16e eeuw wordt de plant  als cultuurgewas gekweekt voor consumptie in vele delen van Europa.

Voor de teelt van mosterdzaad wordt in het voorjaar gezaaid, na de bloei in de zomer, vindt de oogst in het najaar plaats. Door vroeger of later te zaaien kan de bloeitijd beïnvloed en gespreid worden. Voor de teelt van zaad is vroeg zaaien belangrijk zodat de zaden goed kunnen rijpen.

Mosterd is een goede drachtplant voor Solitaire Bijen, Honingbijen, Hommels, vlinders en andere insecten. De drachtcode voor stuifmeel en nectar is 5. Wanneer de Honingbijen massaal op een mosterdveld vliegen kunnen ze lastig en steeklustig worden zoals dat ook bij koolzaad het geval is, de gewassen  horen tot de zelfde familie.

Mosterd stelt weinig eisen aan de grond, vooral stikstofarme grond is perfect voor witte (gele) mosterd omdat de plant zelf stikstof uit de lucht kan vastleggen. Mosterd wordt als groenbemesting gezaaid vanaf begin augustus tot begin september. Onder gunstige omstandigheden produceert het gewas in korte tijd een grote hoeveelheid organische stof. In zes weken tijd is de grond tot zo’n 70cm doorgeworteld. Door de goede bodembedekking krijgt onkruid geen kans. De planten kunnen in het najaar nog bloeien en zelfs in een zachte winter blijven er bloempjes te zien. Als de temperatuur wat verder onder het vriespunt komt, zakt het gewas in elkaar en kan in het voorjaar makkelijk ondergeploegd worden. Doordat mosterd in het najaar nog grote hoeveelheden gewas produceert is het een uitstekend vanggewas, het vangt de overgebleven meststoffen uit de grond op en slaat dit op in het gewas zodat ze niet uitspoelen en het grondwater verontreinigen. Na onderploegen en vertering komen de meststoffen weer vrij voor de volgende teelt.

Mosterd is eenvoudig zelf te zaaien. De zaden kiemen snel en de plantjes groeien letterlijk als kool. Houd er rekening mee dat die kleine plantjes uit gaan groeien tot grote bossige planten. In het najaar rijpt het gewas af en kan dan gedorst worden. Dat kan bijvoorbeeld door de  takken met rijpe zaaddozen in een jute zak te doen en er met een stok op te slaan. De zaadjes kunnen we gebruiken voor een zelfgemaakte azijn, om groenten in het zuur in te leggen (augurken) of om zelf mosterd te maken. Mosterd is een mengsel van gemalen mosterdzaden, azijn, water, suiker en zout. In plaats van suiker kunnen we natuurlijk onze eigen honing gebruiken voor een persoonlijk tintje!

Voor de kleine moestuin is mosterd minder geschikt, Doordat het tot dezelfde familie hoort als de koolsoorten werkt het knolvoet in de hand.

Mosterd is net zoals koolzaad uitermate geschikt om percelen te ontginnen. Doordat het snel ontwikkeld en diep wortelt verdringt het onkruid en maakt het de grond tot op 70 cm diep goed los. De beste zaaitijd is dan juli zodat er maximaal gewas komt. In het voorjaar het gewas onderwerken of verwijderen en composteren.

Strooi eens wat mosterdzaad op een verloren plekje in je tuin dan maak je alle insecten superblij en zelf kun je genieten van de prachtige bloemen.

Terug naar index

December 2020
De drachtplant van de maand december is Hypochaeris radicata, Gewoon Biggenkruid

 



Hypochaeris radicata, Gewoon Biggenkruid.

Biggenkruid ontleent zijn naam uit het Grieks. Hypo betekent voer en chaeris komt van choiros en betekent zwijn. Radicata betekent sterk geworteld.
Varkens zijn er dol op, vandaar de naam Biggenkruid. Ze eten de blaadjes en graven zelfs de wortels uit.

Gewoon Biggenkruid is een kruid dat je vrijwel het hele jaar tegen kunt komen. De plant is een gemakkelijke groeier die graag in het zonnetje staat. Je kunt Biggenkruid vooral vinden in grasvelden, bermen, rivierdijken en zelfs tussen de bestrating. Biggenkruid is te vinden in gematigde streken van zowat alle continenten.
De plant kwam oorspronkelijk voor in Zuidwest-Azië en Europa en is later over de gematigde streken van alle andere werelddelen verspreid geraakt.

Biggenkruid is ook voor de mens eetbaar, in het voorjaar zijn de blaadjes zacht en mals en kunnen in een salade verwerkt worden. De blaadjes zijn een bron van vitamine C. De bloemen zijn geschikt als versiering van gerechten en men kan er thee van zetten.

Biggenkruid is een drachtplant voor meerdere wilde bijen soorten en een populaire waardplant voor vlinders zoals dagpauwoog, klein geaderd witje, vuurvlinders, en ook voor galwespen en de biggenkruidboorvlieg.

De drachtcode voor nectar en stuifmeel is 3.

De bloeitijd is van juni tot september maar als de temperaturen in najaar en winter aan de hoge kant zijn kunnen we bijna het hele jaar door bloeiende planten vinden.

In de weilanden lijkt Biggenkruid wel wat op de Paardenbloem, zeker als er veel bloeien, ook het vruchtpluis van uitgebloeide planten doen denken aan Paardenbloem. De bloemstengel van de Paardenbloem is hol in tegenstelling met die van Biggenkruid.  Het bladrozet van Biggenkruid licht plat op de grond, de bloemstengel kan in hoogte variëren van 15 tot 60 cm.
Biggenkruid is moeilijk te onderscheiden van andere composieten, vooral de Leeuwentand soorten die in dezelfde habitat groeien lijken veel op Biggenkruid.
Biggenkruid vermeerdert zichzelf door zaden maar ook door uitlopers. De zaden kiemen snel en blijven maar een half jaar kiemkrachtig.
Het is een ideale plant voor in een bloemrijk gazon, als in de zomer het gras weinig gemaaid wordt kan het massaal bloeien samen met klaver en madeliefje, waardoor het gazon een ideaal foerageer plekje is voor allerlei insecten en vogels.

Terug naar index

 
November 2020
De drachtplant van de maand november is Tagetes patula, Afrikaantje

 



Tagetes patula, Afrikaantje.

De plant is genoemd naar Tages, een met grote wijsheid begaafde kleinzoon van Jupiter. Patula betekent openstaand, wijd vertakt, en verwijst naar de groei van de plant.

Herkomst Midden-Amerika , Waarom wij ze Afrikaantjes noemen is een vraagteken.  De naam “Afrikaantje” slaat dus zeker niet op het gebied van herkomst.
Aan het eind van de 16de eeuw voerden de Spanjaarden de planten in vanuit Mexico. Later werden verschillende soorten overal in Europa gekweekt voor in de tuin. In Zuid-Afrika is sinds eind negentiende eeuw Tagetes minuta, een geelgroen Afrikaantje ( Kakiebos genoemd ) ingeburgerd als invasieve exoot, dit zou wel eens de reden kunnen zijn van onze naam Afrikaantje.

Er zijn eetbare soorten met een anijs of citrusachtige smaak.
De gedroogde en gemalen bloemblaadjes vormen een populair kruid vooral in de Georgische keuken. Afrikaantjes worden in de Mexicaanse keuken ook gebruikt in groenten en soepen. In de parfumindustrie wordt olie op basis van afrikaantjes toegepast (bijvoorbeeld voor het maken van insectenwerende parfums. In de huidverzorging wordt deze olie vaak in crèmes  ter bestrijding van voetschimmels verwerkt. De bloemblaadjes zijn ook te gebruiken als kleurstof voor kleding. Toevoeging aan kippenvoer geeft een mooie oranje dooier. De hele plant wordt geoogst in bloei en gedistilleerd voor zijn etherische olie .

Tagetes heeft een bewezen aaltjes dodende werking die de populatie wortelaaltjes ( Pratylenchus penetrans ) een aantal jaren onderdrukt. Afrikaantjes geven een stof af waar het wortelaaltje niet tegen kan. Aaltjes of nematoden is een verzamelnaam voor minuscule wormpjes, die de groei van onze planten belemmeren.
Gebruik voor groenbemester enkelbloemige soorten zodat insecten er ook nog wat aan hebben. Het meeste effect hebben de afrikaantjes als ze voor half juli gezaaid worden. In het najaar rijpe zaden verzamelen is kostenbesparend zeker bij grote hoeveelheden.
Het geeft ook een goede afweer tegen Witte vlieg in vooral tomaat, spruitkool en boerenkool. Gebruik hiervoor hoge soorten en plant kool en Afrikaantjes om en om, als de Afrikaantjes te groot worden, gewoon snoeien.

Tagetes is een eenjarige plant. Ze zijn er in verschillend kleuren, enkelbloemige en gevuld bloemige, hoge en lage soorten. Het is een makkelijk te kweken plant voor op het terras in bakken en in de tuin. Vroeg in het voorjaar zaaien onder glas of in mei in de volle grond, het is een dankbare tuinplant die tot aan de winter bloeit. Vooral laat in het jaar zijn de enkelbloemige soorten een goede aanvulling als drachtplant voor veel soorten insecten, waaronder Honingbijen, Hommels en Vlinders.

Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 3.

Terug naar index

 
Oktober 2020
De drachtplant van de maand oktober is Colchicum autumnale, Herfsttijloos

 



Colchicum autumnale, Herfsttijloos,

Colchicum komt van Colchis, een landstreek ten oosten van de Zwarte Zee. Autumnale betekent herfst.
Verklaring voor de Nederlandse naam Herfsttijloos… een plant die zich vergist in de tijd, die in de zomer niet te zien is en in de herfst plotseling bloeit, en er ook een rare volgorde op na houdt. In 1 kalenderjaar zien we eerst blad, daartussen de vruchten en pas in de herfst komen de bloemen. De verklaring is als volgt, de bloemen worden in het najaar bevrucht, het vruchtbeginsel zit onder in de knol, de vruchten komen in het voorjaar samen met het blad naar boven en zijn dus het resultaat van de bestuiving in de voorafgaande herfst.
Oorspronkelijk komt de plant voor in een groot gebied, van West-Azië tot en met het Middellandse Zeegebied, maar is nu over heel Europa verspreid met uitzondering van de koude streken.

Vroeger werd Herfsttijloos in de geneeskunde gebruikt als middel tegen geelzucht. Voorzichtigheid was geboden, de plant is giftig voor mens en dier. In de Middeleeuwen werd Herfsttijloos gezien als een toverkruid. Met een knol in de broekzak was je gevrijwaard van tandpijn en pest.

Herfsttijloos is in Nederland zeer zeldzaam in het wild, staat op de rode lijst maar is sinds 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd.

In tuincentra worden de knollen in de maanden juli en augustus verkocht als droogbloeiers, de knol kan zonder grond of water voor het raam gelegd worden en gaat in de herfst bloeien. Na de bloei kan men de knol in de tuin op een schaduwrijk plekje in de grond planten. Het is een overblijvende plant die in de herfst, winter en voorjaar blad geeft, in de zomer afsterft en in de herfst weer bloeit.
De knol zal zich uitbreiden en vermeerderen en is dus zeer geschikt voor verwildering.

De giftige stof in Herfsttijloos is Colchicine, deze stof heeft niet alleen een geneeskrachtige werking, in de plantenveredeling gebruikt men Colchicine voor het verdubbelen van het aantal chromosomen, hierdoor ontstaan er tetraploïde soorten die een grotere opbrengst hebben, bijvoorbeeld tetraploïd Engels Raaigras.

Herfsttijloos staat ook bekend als Herfstkrokus en Wilde saffraan maar mag niet als saffraan gebruikt worden vanwege de zeer giftige werking. De plant is niet verwant aan echte Krokussen, maar zit botanisch gezien dichter bij Lelies.

Vanwege de late bloei is Herfsttijloos een geliefde drachtplant voor allerlei insecten. Voor Solitaire bijen komt de bloei te laat, die hebben al voor nageslacht gezorgd en zijn niet meer actief.

Indicatie voor dracht, code 3.

Terug naar index

 
September 2020
De drachtplant van de maand september is Solidago canadensis, Guldenroede

 



Solidago canadensis, Canadese Guldenroede.

Solidago is samengesteld uit de Latijnse woorden ”solidus” wat stevig en krachtig betekent en ”agere” wat werken of maken betekent. Het is dus een plant met een versterkende werking die in de geneeskunde gebruikt werd.
Canadensis betekent afkomstig uit Canada.
Guldenroede, vanwege de rechte stengel (roede) met goudgele (gulden) bloemen.

De plant is als sierplant vanuit Noord America of Canada naar Europa ingevoerd, vanuit de tuinen verwilderd en nu niet meer weg te denken uit de Europese flora.
De Canadese Guldenroede is voor sommige een invasieve exoot omdat andere planten verdreven worden doordat de Guldenroede snel groeit en daarbij een chemische stof afscheidt die andere planten in hun groei belemmert. Andere hechten weer veel waarde aan deze laatbloeiende plant vanwege de rijke nectar en stuifmeeldracht.

Laat in het jaar is het nog een populaire voedselplant voor veel vliegen, bijen, solitaire bijen, hommels, wespen en andere insecten. Drachtcode nectar en stuifmeel 3 tot 5.

De plant vermeerdert zich door zaad en vooral door ondergronds uitlopers. Door dit woekerend gedrag is het geen goede keuze voor een kleine siertuin. Voor de insectenweide met vaste planten is het een goede aanvulling.

Gebruik: Er kunnen diverse tinten kleurstof aan de plant onttrokken worden.
De Guldenroede is een goede en gewaardeerde snijbloem.

De Guldenroede wordt door insecten bestoven en is geen windbestuiver, maar doordat de stuifmeelproductie hoog is kan er toch veel stuifmeel in de lucht komen met voor sommige mensen hooikoorts als gevolg. Stuifmeel van insectenbestuivers is te zwaar om lang in de lucht te blijven maar in de buurt van bloeiende planten moet men er toch rekening mee houden.

Guldenroede heeft een voorkeur voor een zonnige plaats op matig droge tot vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke grond en is te vinden langs waterkanten, ruigten, bosranden, omgewerkte grond, bermen en langs spoorwegen.  Het is een typische pioniersplant die als eerste op braakliggende gronden te voorschijn komt.

Terug naar index

 
Augustus 2020

De drachtplant van de maand augustus is Lythrum salicaria, Grote Kattenstaart



Drachtplant van de maand augustus:
Lythrum salicaria Grote Kattenstaart.

Lythrum is afgeleid van het Griekse lythron (bloed, uit wonden vloeiend), hetgeen betrekking heeft op de bloemkleur. De soortnaam ‘salicaria’  betekent  ‘op wilg lijkend’.

De beste standplaats voor de Grote Kattenstaart kan omschreven worden als drassig tot bijna droog en een zonnige plaats. De Grote Kattenstaart groeit veel langs sloten en vaarten en heeft veel stikstof nodig, waardoor het een van de weinige wilde planten is die niet van overbemesting te lijden heeft.
De Grote Kattenstaart is als tuinplant te gebruiken en kan dan op matig vochtige grond goed gedijen.

De soort is van oorsprong een Euraziatische soort, maar is inmiddels in Amerika ingevoerd en heeft zich daar ook gevestigd.

Medicinaal werd de plant vroeger ingezet voor haar bloedstelpende werking.
Het sap uit de wortel levert een rode kleurstof voor het verven van wol.
Doordat stengel en bladeren tannine bevatten, werd het vroeger in de leerlooierij gebruikt.

De Grote Kattenstaart is te vermeerderen door zaaien en scheuren, het is een overblijvende plant die snel verouderd. Het is daarom nodig om de plant  regelmatig te scheuren en op deze manier te verjongen. Zo gauw de eerste bloemen open zijn kunnen ze gebruikt worden als snijbloem.

De Grote Kattenstaart is een goede drachtplant voor hommels, vlinders, honingbijen en veel soorten wilde bijen. Er is zelfs een wilde bij, de Kattenstaartbij ( Melitta nigricans ) die volledig afhankelijk is van de Grote Kattenstaart. De drachtcode voor stuifmeel en nectar is 5, Het stuifmeel is geelgroen.
Ook leven er diverse keversoorten op de Grote Kattenstaart, met name als larve in de wortel, stengel of in de vruchten. Daarnaast is het één van de waardplanten van het Boomblauwtje (Celastrina argiolus).

Op een natte grond zal de plant zich gemakkelijk uitzaaien en vermeerderen.

 

Terug naar index

Juli 2020

De drachtplant van de maand juli is Lavendel



Drachtplant van de maand juli:

Lavendel, Lavandula officinalis, Lavandula angustifolia.

Lavendel is een mediterrane plant die gedijt op de droge rotsachtige grond van de Provence, en is uitgegroeid tot een klassieker van de cottagetuin. De plant bleek ook onmisbaar voor de parfumindustrie. De welriekende bloemen worden verzameld als ze net opengaan. Daarna wordt de olie eruit gehaald.
Lavendel is ook in de keuken toe te passen. Gebruik de jonge blaadjes bij de bereiding van lams- of schaapvlees, in visgerechten, stoofschotels, en kruidenboters. Thee van blad en stengels werkt rustgevend.

De naam Lavandula is waarschijnlijk afgeleid van lavare, wat baden of wassen betekent. De Romeinen hadden de gewoonte om een geurig bundeltje kruiden waaronder Lavendel aan het badwater toe te voegen.
Officinalis staat voor planten die vroeger in een apotheek gebruikt werden.
Angustifolia betekent smalbladig.

Al vanaf de 17de eeuw verbouwden de Fransen Lavendel voor de parfumindustrie. De Romeinen verzorgden er wonden mee en hielden met het gewas vlooien en luizen op afstand.

Lavendel is een halfheestertje. De vermeerdering geschiedt door zaaien, stekken of scheuren. Er zijn verschillende variëteiten en kleuren in de handel.

Tijdens de  bloei in juni – augustus worden de planten door allerlei insecten bevlogen. Bijen die alleen op Lavendel vliegen produceren een intens geurende honing met een volle smaak.
Op de Lavendel kunnen de insecten veel nectar halen maar de stuifmeel productie is vrijwel nihil, de drachtcode voor nectar is 5. Voor solitaire bijen kan dit een probleem zijn, zij moeten als ze op Lavendel de nectar halen, voor stuifmeel een ander bloem bezoeken, omdat ze alles in hun eentje moeten doen. De jonge larfjes hebben de eiwitten van stuifmeel nodig om te kunnen groeien. Honingbijen en Hommels die in een kolonie leven kunnen samenwerken, de een haalt nectar de andere stuifmeel.

Om de plant mooi compact te houden is het aan te raden deze te snoeien. Dat kan na de bloei, waarna er nog voldoende nieuwe scheuten kunnen worden gevormd voor de winter. Lavendel wordt veel gebruikt in combinatie met rozen; de geur houdt mieren en bladluis op een afstand.

Lavendel is elk jaar op onze bijenmarkt te koop

Terug naar index

Juni 2020

De drachtplant van de maand juni is Pyracanthus coccinea, vuurdoorn



Pyracantha angustifolia, Pyracantha coccinae, Vuurdoorn.

De geslachtsnaam van Vuurdoorn is de van het Griekse afgeleide “Pyracantha”. Het eerste deel daarvan komt van “pyros” en betekent “vuur. Het tweede deel van de naam komt van “Acantha” en betekent doorn. Vuurdoorn dus.
Angustifolia betekent smalbladig. Coccinea betekent karmijnrood.

De Vuurdoorn komt oorspronkelijk uit een gebied vanaf Zuid-Europa tot Centraal China en de Himalaya’s en is al sinds de zestiende eeuw als sierheester in cultuur.
Vuurdoorn is een hele sterke, groenblijvende struik met scherpe doornen.
Het is eigenlijk geen klimplant, valt onder de heesters, maar is wel goed toepasbaar als leiplant en kan dan tot wel 4 meter hoog worden.

Merels en Kramsvogels zijn dol op de bessen.
De besjes zijn overigens niet giftig voor mensen, maar ook niet erg lekker en kunnen voor maagklachten zorgen.

Vuurdoorn verlangt een zonnige plaats, is geschikt als solitaire heester,  leiplant tegen een gevel en als haagplant. In het laatste geval is snoei extra belangrijk zodat een dicht vertakte haag ontstaat. De takken geven dan steun aan elkaar waardoor de plant niet gaat hangen. Een letterlijk ondoordringbare haag is het resultaat. Vooral op plaatsen die inbraak gevoelig zijn is dit een uitstekende afscheiding.
Net als alle vroeg bloeiende heesters kan een Vuurdoorn na de bloei (mei – juni) worden gesnoeid en geleid, later kan ook, dan is ook al te zien waar de bessen komen en kunnen de mooiste takken gespaard worden.  Aan de zonzijde komen de meeste bessen. Ook tijdens de zomer en in het najaar, als de vruchten al mooi kleuren, kun je doorgaan met het weghalen van takken die in de weg zitten of voor het begroeien van de muur of schutting niet nodig zijn. Door deze manier van snoeien en leiden zie je soms mooie kunstwerken ontstaan.

Door de dichte takkenstructuur en de vele doorns is de vuurdoorn een ideale struik voor vogels. Ze kunnen zich hier schuil houden voor sperwers en katten. Ook maken Merels, Winterkoninkjes en Heggenmussen er hun nest in. Huismussen gebruiken de struik graag als sociale ontmoetingsplaats.

De bloemen worden bezocht door Honingbijen, Wilde bijen, Zweefvliegen, Vlinders en Hommels. Omdat de Vuurdoorn bloeit direct na de voorjaarsbloei en voor de bloei van de Linde is het vaak een goede drachtplant.
Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5.

De Vuurdoorn kan gezaaid worden maar met cultivars weet je nooit hoe de planten er uiteindelijk uit gaan zien. Voor de winter zaaien geeft het beste resultaat. Vuurdoorn kan in de periode mei – juni heel gemakkelijk gestekt worden, gewoon in de volle grond op een plekje in de schaduw.

Terug naar index

Mei 2020

Rosmarinus officinalis, Rozemarijn.

De drachtplant van de maand mei is Rosmarinus officinalis.



Rosmarinus officinalis, Rozemarijn.

De botanische naam Rosmarinus betekent letterlijk: dauw der zee. Deze naam verwijst waarschijnlijk naar het feit dat de altijd groene struik met name langs de kust groeide.  Een andere verklaring omtrent de herkomst van de naam is dat deze afgeleid zou zijn van de Griekse woorden “rhops” (struik) en “myrinos” (balsemachtig), verwijzend naar de aromatische geur van Rozemarijn. De tweede naam officinalis staat bij veel kruiden die men vroeger in de apotheek gebruikten.
Bij de Egyptenaren en de Grieken was dit het kruid van de liefde en “Niet vergeten”.  Rozemarijn zou ook het geheugen versterken. Ook  werd het gebruikt als versiering bij bruiloften en bij begrafenissen.
In oude kruidenboeken schrijven auteurs haast mythische krachten toe aan Rozemarijn. De plant beschermde tegen kwade geesten en werd aan doden meegegeven bij de begrafenis. Maar rozemarijn kon ook de mens jong en vruchtbaar houden, dus bij bruiloften nam rozemarijn zeker een belangrijke plaats in.

Rozemarijn verspreidt een sterke geur en is net als Lavendel geschikt voor geurzakjes in badkamer en linnenkast.Als keukenkruid is Rozemarijn geschikt voor Italiaanse gerechten, vleesgerechten, soepen en gebakken aardappeltjes.
Rozemarijn kan aan heel veel theemengsels worden toegevoegd, geeft een verfrissende smaak aan allerlei soorten thee.
Rozemarijn kan als vervanger dienen voor echte wierook, het is één van de oudste wieroken.
In landen als Spanje, Frankrijk en Marokko kweekt men de plant op grote schaal, voor medicinale en culinaire doeleinden, voor de parfumindustrie en als tuinplant. In deze landen kunnen de imkers Rozemarijnhoning winnen  Deze honing heeft de uitgesproken geur van Rozemarijn.

Omdat Rozemarijn wintergroen is, kan er eigenlijk het hele jaar door vers van het smakelijke blad worden geoogst. De geur van de blaadjes komt vrij als ze worden gekneusd. In de Zuid-Europese keukens is rozemarijn een van de onmisbare basiskruiden. Het heeft bovendien een pijnstillende werking en bevordert een goede bloedsomloop.

Geef de plant een plekje in de volle zon en een goed gedraineerde grond in bijvoorbeeld een rotstuin.
Rozemarijn is uitermate geschikt als kuipplant en verdient een plaatsje op terras of balkon. Na een jaar of 3 geeft de plant mooie blauwe bloemen die van april tot juni bloeien. Na de bloei kunnen de langste taken terug geknipt worden om de plant te verjongen. Rozemarijn is makkelijk te drogen en kan zo lange tijd bewaard worden.

Houd er rekening mee, dat Rozemarijn van oorsprong een mediterrane plant is, en bescherm de plant tegen strenge vorst. In de volle grond verdraagt de plant een temperatuur van 10 graden onder 0.

Rozemarijn is een drachtplant vooral voor Hommels en solitaire bijen. De honingbij foerageert liever op andere planten die meer nectar en stuifmeel opleveren, vooral omdat hier in Nederland geen grote hoeveelheden bij elkaar staan.

Rozemarijn is te vermeerderen door zaaien en stekken maar dit is niet makkelijk en omdat er meestal maar enkele planten nodig zijn is kopen vaak de beste oplossing.

Rozemarijn is elk jaar op onze bijenmarkt te koop.

Terug naar index

April 2020

 

De drachtplant van de maand april is Mahonia aquifolium.



Mahonia aquifolium, Mahoniastruik.

De naam Mahonia is afgeleid van de persoonsnaam McMahon, een botanicus en heeft niets te maken met de houtsoort Mahonie, aquifolium is afgeleid van het Latijnse acus (= naald) en folium (= blad) en betekent met scherpe bladeren. De plant wordt ook wel druifstruik genoemd vanwege de trossen blauwe bessen.
Mahoniehout is oorspronkelijk afkomstig uit West-Indië van de plant Swietenia mahagoni, een boom die wel 30 meter hoog kan worden en  die weer genoemd is naar de Nederlander van Swieten.
Mahonia aquifolium is oorspronkelijk afkomstig uit het westen van Noord-Amerika, plaatselijk ingeburgerd in o.a. Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, België en Nederland en verwilderd door verspreiding van de zaden door vogels.
Het stekelige groene blad van Mahonia aquifolium verkleurt vaak naar een bronskleur in de winterperiode.

In de periode maart-april verschijnen de gele bloemen.  Ze verspreiden bij warm weer een opvallende zoete geur.  Het zal voor de bijen dan ook niet zo’n groot probleem zijn om de gele bloem pluimen op de geur te vinden. Je treft er bij warm zonnig weer bijna altijd bijen op aan.  Na de bloei vormt Mahonia aquifolium grijs-blauw berijpte bessen. Het vruchtvlees van de bes is eetbaar, maar de pitten in de bes zijn giftig. Evenals de wortel. Dus voorzichtig bij gebruik. Vogels zijn gek op de bessen, ze hebben een snelle spijsvertering zodat ze het vruchtvlees verteren maar de giftige bessen niet, die verlaten het lichaam samen met de ontlasting. Mahonie komt van nature voor op droge grond in naaldbossen.

De standplaats voor  Mahonia aquifolium: halfschaduw tot schaduw, dus een geschikte plek is gedeeltelijk onder bomen. Mahonia aquifolium is goed winterhard. Doordat de plant het blad in de winter behoud ontstaat er geen kale plek in de tuin. Het groen van de Mahonia kan in bloemwerk ( kerst ) gebruikt worden.

Mahonia struiken krijgen op den duur wat kale takken. Snoei ze daarom regelmatig. Dat verjongt de struiken.
Takken die aan de onderkant kaal zijn geworden, kunnen na de bloei in maart tot 30 à 40 cm boven de grond teruggesnoeid worden. Indien alle takken in één keer verwijderd worden, duurt het wel een paar jaar voordat de plant weer gaat bloeien. Alternatief, haal per keer 1/3 van de takken weg. Bij het snoeien is te zien dat het hout een mooie gele kleur heeft.

De bloemen worden vooral door hommels en solitaire bijen bevlogen, maar ook onze honingbij weet de geurende bloemen te vinden. Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5.

Terug naar index

 
Maart 2020

De drachtplant van de maand maart is Skimmia japonica.



Skimmia japonica

De naam Skimmia is een Latinisering van de Japanse volksnaam Shikimi.
De plant is afkomstig uit Oost-Azië en is rond 1860 vanuit China naar Frankrijk gebracht.
Tijdens de bloei geeft de Skimmia een fijne en zoete geur.
De bloeitijd valt in de maanden maart en april maar de plant staat de hele winter met mooie donkerrode knoppen en is dan een sieraad voor elke tuin. De takjes met bloemknoppen zijn geliefd met kerst in bloemstukjes, ze blijven dan wekenlang fris. Het is een winterharde groenblijvende heester.
Skimmia is een drachtplant voor bijen en hommels, de code voor nectar en stuifmeel is 5.

Skimmia heeft het liefst een plaatsje waar niet te veel zon komt, bij te veel zon krijgen de bladeren een gele kleur en staan ze er niet fris bij.
De grond mag een beetje aan de zure kant zijn. Het is goed om bij het planten wat tuinturf door de grond te mengen. In het voorjaar bijmesten met wat organische mest.
De plant is ook geschikt voor in een pot en staat dan mooi op een balkon of terras. Zorg er dan wel voor dat de plant niet verdroogd, regelmatig verpotten met wat licht zure grond zal de plant goed doen.

Skimmia kan men vermeerderen door stekken. Meen hiervoor in de zomer uitgegroeide jonge scheuten, stek ze in potgrond en bescherm de stekjes met een plastic kapje tegen te veel verdampen.

Skimmia is dit jaar op de bijenmarkt te koop.

Terug naar index

Februari 2020

 

De drachtplant van de maand februari is Cornus mas, Gele kornoelje.



Cornus mas (Gele kornoelje)

Cornus is afgeleid van het Griekse kranaos (hard), vanwege het harde hout of de harde steenvrucht,  Mas betekent mannelijk. Het harde hout werd vroeger veel gebruikt voor houten raderen, tandwielen, wandelstokken en hamerstelen. In het oude Griekenland werd Kornoeljehout gebruikt om er bogen van te maken.
De Gele Kornoelje is inheems in bergachtige streken in Klein Azië, Zuid en Midden Europa en de Kaukasus. Cornus mas staat in Nederland op de rode lijst.
Cornus mas wordt vaak in plantsoenen, groenstroken en tuinen aangeplant om zijn vroege bloei en zijn bessen. Geef de planten een plaatsje in de zon of half schaduw en zorg voor een kalkrijke grond.
Bloeitijd februari maart met trosjes kleine gele bloemetjes. Als de eerste bloempjes open zijn kunnen de takken ook binnen in een vaas verder in bloei komen en zeker een week mooi blijven. In het najaar verschijnen de rode vruchten en kleuren de bladeren geel en roodbruin.
Als de temperatuur mee zit is de Gele Kornoelje een goede drachtplant voor Hommels en Honingbijen. Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 4.
De bes is een steenvrucht, de eivormige, 1-2 cm lange bessen zijn glanzend rood en enigszins sappig. Ze zijn eetbaar, maar hebben een wrange smaak. In de bessen zit een vrij grote pit. Met wat suiker toegevoegd zijn de bessen geschikt voor jam en sap. Het verwerken van de vruchten is al lang bekend. De oude Grieken en Romeinen hebben Kornoeljes bessen net als olijven, in zuur ingemaakt. In de Middeleeuwen werd de Gele Kornoelje in kloostertuinen gekweekt en verwerkt tot likeur en brandewijn. Pitten van Kornoelje werden vroeger wel geroosterd en gemalen om te gebruiken als surrogaatkoffie met een op vanille-lijkende smaak. In Wiener melange worden geroosterde en gemalen pitten van de Gele Kornoelje vermengd met koffiebonen voor een speciaal vanille aroma.
Gele Kornoelje wordt ook als vruchtboom in een voedselbos aangeplant. Rassen met grote vruchten zijn Jolico, Kasanlak en ‘Schonbrunner Gourmet’. Voor een goede vruchtzetting is het belangrijk om verschillende variëteiten aan te planten in verband met kruisbestuiving.
Cornus mas is een kleine meerstammige boom of grote struik met een dichte, ronde vorm, langzaam groeiend en kan even breed als hoog worden. Oudere stammen van de gele Kornoelje zijn grijsbruin en afbladderend, jonge twijgen zijn groen.
De naam Gele Kornoelje wordt ook wel gebruikt voor een andere soort, een Cornus met geel hout. Gebruik daarom bij het aankopen de Latijnse naam  “ Cornus mas ” en beschrijf de plant als winterbloeiend met gele bloempjes en eetbare bessen.
Aan de Kornoelje vruchten worden geneeskrachtige eigenschappen toebedeeld, gunstige effecten op veel maag- en darmkwalen.
Cornus mas kan men vermeerderen door afleggen, hierbij worden lange dunne takken naar de grond gebogen, een beetje ingegraven en vast gezet. Na enkele jaren zijn ze geworteld en klaar om te verplanten. Een andere manier is de pitten in het najaar te zaaien, na een koude rustperiode zullen ze kiemen.

Cornus mas is dit jaar op de bijenmarkt te koop.

Terug naar index

Januari 2020

 

De drachtplant van de maand januari is Erica x darleyensis, Winterheide.



Erica x darleyensis (Winterheide)

Erica is de oude Griekse naam voor Heide.  Darleyensis is afgeleid van Darley Dale een plaats in Engeland. De letter x tussen de twee namen wil zeggen dat het een kruising is tussen soorten.
Erica x darleyensis is een natuurlijke kruising, waarschijnlijk tussen Erica carnea en Erica erigena. De zaailingen werden eind negentiende eeuw ontdekt op een kwekerij  in Darley Dale , Derbyshire, Engeland. Uit deze planten zijn weer allerlei cultivars ontstaan en in de handel gebracht.

Qua standplaats is Heide niet erg veeleisend. De planten gedijen het best op een zonnige plaats die goed afwatert maar in de zomer toch voldoende vochtig blijft. Heide groeit natuurlijkerwijze op een arme grond, alhoewel een aanvulling van turf of heidegrond aanzienlijk zal bijdragen tot een betere groei en bloei. Geef Heide zeker geen kunstmest, eventueel een klein beetje gedroogde koemest in het voorjaar is al voldoende.

Heide komt het beste tot zijn recht wanneer ze in groepjes aangeplant worden. Heideplanten zijn laagblijvende bodembedekkers, die om weinig onderhoud vragen. Het zijn zuurminnende planten. Bij het aanplanten moet u altijd de grond mengen met tuinturf. Elk jaar is het verstandig dat u tuinturf tussen de heideplanten strooit om de grond zuur te houden, een laagje turf houdt ook het meeste onkruid tegen. De eerste jaren is onkruid bestrijding nodig, het beste is het onkruid plukken. Heide wortelt ondiep, met schoffelen zullen de wortels beschadigen. Na een paar jaar is de grond dichtgegroeid en krijgt het onkruid geen kans meer.

Snoeien van Heide
Nadat de winterheide (Erica) halverwege het vroege voorjaar is uitgebloeid, moeten de uitgebloeide bruine bloemen in april meteen afgeknipt worden. Deze snoeibeurt bevordert de groei van nieuwe scheuten waaraan nieuwe bloemen zullen verschijnen. Snoeien zorgt er ook voor dat de planten niet te veel gaan verhouten en hun vorm blijven behouden. Het is niet goed om in het oude hout te knippen. Planten die een aantal jaren niet geknipt zijn laten zich moeilijk verjongen.

Bloeitijd vanaf januari tot april. In het voorjaar zien we op deze planten de eerste Hommelkoninginnen nectar halen. Ook de Honingbijen hebben de planten zo gevonden als de temperatuur maar hoog genoeg is. De drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5.

Terug naar index

December 2019

De drachtplant van de maand December is Cymbalaria muralis, Muurleeuwenbekje.



Cymbalaria muralis, Muurleeuwenbekje

Cymbalaria komt van het Latijnse Cymbalum wat “cimbaal/bekken” betekent, dat verwijst naar de bladvorm van sommige soorten. Het blad is in het midden verdiept en lijkt een beetje op het muziekinstrument. Muralis betekent op of bij muren groeiend.

Aangenomen wordt dat de plant uit Kroatië en/of Noord-Italië afkomstig is en in de 17de eeuw is ingevoerd in west en midden Europa en daarna is verwilderd.

De plant nestelt zich vooral in de spleten van oude bakstenen muren, op rotspartijen, tussen bestrating en muur, aan de binnenkant van een gemetselde put  en op stenige glooiingen van dijken en  spoorwegemplacementen. Als het Muurleeuwenbekje zich in spleten van oude muren hecht, kan het hangend tot wel 60 cm lang worden.De plant vormt veel lange stengels, die regelmatig wortel schieten, waardoor het zich behalve door uitzaaiing ook vegetatief kan vermeerderen.
Een bijzonderheid van het Muurleeuwenbekje is de wijze waarop de zaden naar een geschikte kiemlocatie worden geleid. Na de bloei kromt de stengel zich van het licht af, waardoor de rijpe zaden in spleten gedrukt worden, en  tussen stenen in het donker kiemen.
Bloeitijd vanaf april tot diep in de herfst, zelfs na een beetje vorst in de nacht kan het Muurleeuwenbekje nog blijven bloeien.

Cymbalaria is een drachtplant voor solitaire bijen en hommels. De drachtcode voor nectar en stuifmeel is slechts 1

Onder gunstige omstandigheden is het Muurleeuwenbekje een sterke groeier die in tuinen makkelijk lage planten overgroeit en zich zelfs als een lastige plant kan gedragen tussen andere bodembedekkers.
Het Muurleeuwenbekje groeit en bloeit het mooist op een plaats waar weinig water komt en volop in de zon. Ideaal is een stapel stenen of een muurtje van tegels met hier en daar een klein beetje grond. Ook gemetselde muren die een beetje ongelijk zijn geven al voldoende houvast.

Eenmaal in een tuin geïntroduceerd zal het Muurleeuwenbekje niet makkelijk verdwijnen.

Terug naar index

 
November 2019

 

De drachtplant van de maand november is Geranium rozanne, Geranium “Rozanne”.



Geranium rozanne,  Geranium “Rozanne”

De Nederlandse naam voor Geranium is ooievaarsbek. De vrucht heeft de vorm van de snavel van een ooievaar. De naam Geranium is afgeleid van het Griekse Geranos wat ooievaar betekent.
Geranium “Rozanne” is ontstaan uit een kruising tussen twee andere soorten namelijk Geranium himalayense en Geranium wallichianum ‘. Het echtpaar Donald en Rozanne Waterer in Somerset, Verenigd Koninkrijk kweekte de plant door kruising eind jaren negentig, rond de eeuwwisseling kreeg de plant bekendheid en werd in de handel gebracht onder de naam Rozanne.
In 2013 hebben de Nederlandse vaste plantenkwekers Geranium ‘Rozanne’ gekozen tot vaste plant van het jaar.
Deze geranium heeft een lange bloeitijd, vanaf mei tot diep in de herfst tot aan de eerste nachtvorst.
Andere variëteitsnamen voor deze Geranium zijn: “Gerwat” en “Jolly Bee” .

Geef de plant een humusrijke, zonnige plaats in de border. Het is een bodembedekker die de grond snel dicht heeft en zo onkruid tegen houdt. 3 tot 5 planten per m² is voldoende om de grond dicht te laten groeien.

Ondanks haar omvangrijke karakter past Rozanne goed in ruime terrasbakken en zelfs hangende manden, waarbij de prachtige blauwe bloemen over de randen hangen.
De laatste jaren zie je de plant veel in openbaar groen, vooral vanwege de lange bloeitijd maar ook omdat het een sterke vaste plant is die goed bestand is tegen warme droge zomers en goed overwintert.
Tijdens de winter, als de plant uitgebloeid is, een beetje snoeien tot een hoogte van 15 tot 20 cm zodat de plant na de winter weer fris groen en bloemen kan maken en niet te groot wordt.

Geranium Rozanne is in vergelijking met andere geranium soorten vrij duur in aanschaf, waarschijnlijk komt dit doordat de plant moeilijk te kweken is. Voor de hobby kweker is de beste manier, de plant uit de grond halen, scheuren en terug planten.

Drachtplant voor Honingbijen, vlinders, hommels en vooral veel soorten wilde bijen. De drachtcode voor stuifmeel en nectar is 5, vooral in het najaar is dit voor veel insecten die overwinteren een belangrijke drachtplant.

Terug naar index

Oktober 2019

De drachtplant van de maand oktober is Callistephus chinensis, zomeraster.



Callistephus chinensis,  Zomeraster

Callistephus chinensis is afkomstig uit China wat aan de tweede naam is af te leiden. De eerste naam is een samenvoeging van de Griekse woorden Kallos wat prachtig betekent en Stephos wat staat voor krans. De originele soort, waaruit alle variëteiten zijn ontstaan, heeft een hart van gele, vruchtbare, buisbloempjes, omringd door een krans van onvruchtbare lintbloempjes. Zelfs de Nederlandse naam Aster komt uit het Oud-Grieks en betekent ster.
Vroeger omvatte het geslacht Aster meer dan 500 soorten en was de naamgeving verwarrend. Daarom is er een onderscheid gemaakt en heeft de Zomeraster de naam Callistephus gekregen.

De Zomeraster is een eenjarige plant die bloeit van juni tot in oktober, dit is afhankelijk van de zaaitijd.  Vroeg in het voorjaar kunnen we de Zomeraster al  zaaien op een verwarmde plaats en na half mei buiten uitplanten. Later in het voorjaar rond eind april zaaien, rechtstreeks in de volle grond, kan ook maar geeft een iets latere bloei.

De Zomeraster is er in veel soorten, kleuren en variëteiten: enkele bloem, gevulde bloem, lage en hoge soorten tot 1 meter hoog. Deze laatste zijn uitermate geschikt als snijbloem. De lage soorten doen het goed in potten en bakken op terras of balkon. De uitgebloeide bloemen regelmatig weghalen zorgt er voor dat de plant telkens nieuwe scheuten en bloemknoppen maakt en tot laat in de herfst bloeit.

Voor insecten zijn de enkelbloemige soorten belangrijk, Honingbijen en Hommels zullen in het najaar, als het voedsel aanbod minder is, op de Zomeraster nectar en stuifmeel halen. De drachtcode voor stuifmeel en nectar is 3.

Zomerasters zijn gevoelig voor de verwelkingsziekte, die door een schimmel wordt veroorzaakt. De stengels worden dan zwart, de planten verwelken en sterven af. Het is belangrijk om de aangetaste planten direct te verwijderen en niet op de composthoop te gooien maar liever in de groenbak! Kies bij voorkeur voor resistente rassen en wat heel belangrijk is, plant de aster ieder jaar op een andere plaats, laat ze bijvoorbeeld mee draaien in de moestuin waar wisselteelt wordt toegepast zodat ze zeker pas na 3 tot 4 jaar weer op dezelfde plaats terug komen.
Geef de plant een warm plaatsje in de volle zon. In het voorjaar compost in de grond werken en in de zomer zorgen voor voldoende vocht.

Terug naar index

September 2019

 

De drachtplant van de maand september is Anemone hybrida,Herfstanemoon.



Anemone hybrida, Herfst-anemoon.

De geslachtsnaam Anemone stamt uit de klassieke oudheid en is afgeleid van het Griekse ‘ánemos’ of wind.  Anemone betekent letterlijk ‘dochter van de wind’ en verwijst naar het feit dat de Anemoon volgens de oude Grieken haar bloemen pas opende als er wind stond.
De tweede naam hybrida betekend dat de plant een kruising is van verschillende soorten, in dit geval Anemone hupehensis uit China en Anemone japonica die afkomstig is uit Japan. In deze landen vinden we  de planten in bossen en aan de oevers van water tot op een hoogte tot 2600 meter in de bergen.
De naam hupehensis verwijst naar de oude naam Hupeh van de provincie Hebei in China waar Anemone hupehensis voor het eerst ontdekt werd.

Bloeitijd augustus-september met een hoogte van 120 cm.

De herfstanemoon is een van de mooiste bloemen die in deze maanden bloeien en heeft daarom de naam “ Koningin van de herfst ” gekregen.

De Herfstanemoon heeft niet veel onderhoud nodig. In het najaar kan een mulchlaag rondom de plant worden aangebracht, vooral jonge planten moeten beschermd worden tegen strenge vorst. Een mulchlaag geeft ook een goede, voedselrijke bodemstructuur. In het vroege voorjaar kunnen de oude stengels gesnoeid worden. Ook is in het voorjaar is een beetje organische mest wenselijk.

Omdat de Herfstanemoon een hybride soort is geeft de plant geen zaad.
Vermeerderen van herfstanemoon gaat makkelijk in het najaar door middel van wortelstek. Hierbij haal je de plant uit de grond, de dikste wortels zijn het beste om te gebruiken. Knip de wortels in stukjes van ongeveer 5 tot 7 cm en leg ze in een bakje met potgrond ongeveer 3 cm diep. In het voorjaar geeft elk stukje wortel nieuwe scheutjes die weer uitgeplant kunnen worden.
De moederplant kan weer terug de grond in, deze groeit gewoon door.

Omdat de  Herfstanemoon laat bloeit worden de bloemen bezocht door hommels en honingbijen. Als nectarplant scoort de anemoon niet hoog, insecten kunnen er in het najaar wel nog wat stuifmeel op halen.

Het is een bloem waar je niet op uitgekeken komt, en waar je als het een beetje mee zit tot eind oktober van kunt genieten. De witte soorten blijven langer bloeien dan de lila soorten.

Geef de herfstanemoon een plekje in de zon in humusrijke vochtige grond.
De herfst-anemoon is goed te combineren met andere herfstbloeier zoals herfstaster en Sedum.
In zachte winters blijven de planten hun blad behouden, daarom is de herfst-anemoon een goede kandidaat voor het openbaar groen, plantvakken geven weinig onderhoud vanwege het dichte bladerdek.
De plant kan als bodembedekker geplant worden. De bladeren vormen dichte pollen met een hoogte van 30 a 40 cm waar de bloemen bijna een meter bovenuit komen.

Terug naar index

Augustus 2019

De drachtplant van de maand augustus is Verbascum nigrum, Zwarte toots.



Verbascum nigrum,  Zwarte Toorts

Verbascum is een verbastering van barbascum (gebaard), de planten zijn bedekt met vilt en voorzien van gebaarde meeldraden. Nigrum betekent zwart of in dit geval “donker”.  De plant dankt zijn Nederlandse naam aan de donkere verkleuring van de opgedroogde bloemstengel.  heeft zwarte wortels, maar ook donkerder bladeren dan de andere soorten. Toorts, omdat de bladeren en de stelen van dit kruid nuttig zijn om lonten en fakkels van te maken, daarom werd het ook Torsekruid of Toersekruid genoemd.

Bloeitijd juni tot en met september.
De Zwarte Toorts heeft gele bloemen met paarse meeldraden. De meeldraden zijn net paarse veertjes met oranje helmknoppen.
De hoge stengel kan zich bovenin de bloeiwijze vertakken, waardoor het uiterlijk iets krijgt van een meer-armige kandelaar met kaarsen.

Zwarte Toorts is te vinden op zonnige ruderale terreinen, zoals in de stedelijke omgeving, op zandige rivierduinen, in wegbermen en op spoorbanen. De plant kan goed tegen droogte en handhaaft zich makkelijk in een ruige begroeiing.
Zwarte Toorts is in tegenstelling tot de andere Toortsen een overblijvende soort, die reservevoedsel opslaat in de dikke wortel voordat de bovengrondse delen in de winter afsterven. Ook de geur die ze afgeeft is heel typisch en lijkt sterk op die van Helmkruid en doet denken aan een brandlucht.

Drachtplant vooral voor solitairen Bijen en Hommels, Na de bloei van de Linde wordt de Toorts ook wel door de Honingbij bezocht, zij verzamelen vooral het oranje stuifmeel.

Verbascum nigrum is makkelijk door zaad te vermeerderen en is te koop op onze bijenmarkt in april.

Terug naar index

 
Juli 2019

 

De drachtplant van de maand juli is Melilotus officinalis, Honingklaver.



Melilotus officinalis, Honingklaver

Melilotus bestaat uit de Griekse woorden meli (honing) en lotus (klaver). Officinalis komt van het Latijnse officium (werkplaats, in plantkundig/medische verband is dat de apotheek). Officinalis betekent dus in gebruik in de apotheek / geneeskrachtig.

Volgens veel Etymologen is de herkomst van het woord Klaver onzeker. Het kwam al voor in het Middelnederlands (tussen 1200 en 1500) als Klever en Clavere. Het woord zou ook afgeleid kunnen zijn van het Oudgermaanse Cloefre, wat wil zeggen Splitsen of Klieven en dat zou slaan op het in drieën gespleten blad. Omdat de bloemen veel nectar produceren is de Nederlandse naam Honingklaver voor de hand liggend.

Honingklaver is inheems in een groot deel van Europa en Noord-Azië en is van daaruit verspreid naar alle continenten met een gematigd klimaat. De plant komt van nature voor op zonnige plaatsen op ruige verstoorde grond, langs wegen, akkers en zelf op stenige grond. Tegenwoordig is honingklaver een onderdeel van bijen en insecten mengsels met vaste en tweejarige planten en kan goed tegen droogte. Bloeitijd van juni tot ver in de herfst, de gele honingklaver bloeit langer dan de witte. Honingklaver is een goede drachtplant voor hommels, solitairen bijen, honingbijen en vlinders.

Drachtcode voor stuifmeel en nectar is 5.

Honingklaver is tweejarig en heeft  een dikke penwortel, ze overwinteren door in die penwortel reserves op te slaan en winterknoppen te ontwikkelen. In het eerste jaar bloeien de planten nog niet, maar in het tweede jaar geven ze volop kleine gele bloemetjes en in het najaar veel zaad. De planten kunnen een hoogte bereiken tot wel 150 cm en met hun wortelknolletjes dragen ze bij aan de verbetering van de grond  zoals andere vlinderbloemige gewassen.

Honingklaver heeft een geneeskrachtig werking tegen ontstekingen, men verwerkte het in pleisters. Voorzichtigheid is geboden bij inwendig gebruik. In gedroogde vorm werd het als mot werend middel gebruikt, het geeft na drogen een zeer sterke aromatische geur door de cumarine die het bevat. Om te drogen kan men het best de bloeiende plant gebruiken.

Honingklaver is in het voorjaar op onze bijenmarkt te koop.

Terug naar index

Juni 2019



 Digitalis purpurea, Vingerhoedskruid

Andere Nederlandse namen voor Vingerhoedskruid zijn: Poppenschoenen, Slangenbloem, Judasbeurs, Pijpskop, Pijpenkop en Onze Lieve Vrouwe Handschoen.
Digitalis komt van het Latijnse digitus: vinger, en achtervoegsel alis: achtig, de bloem lijkt op de vinger van een handschoen. Of van Latijn digitabulum: vingerhoed.
De ontdekking in de 18e eeuw dat vingerhoedskruid  een belangrijk geneesmiddel was, gaf de wereld een van zijn waardevolste remedies tegen  hartklachten. Deze toepassing is voor het eerst beschreven door de Engelse arts William Withering (1741-1799) uit Birmingham, Bij verkeerd gebruik is het kruid zeer giftig.

Vingerhoedskruid is een 2 jarige plant die vanaf juni tot in het najaar bloeit. In het najaar kiemen de zaden en de plant vormt een rozet. In het voorjaar groeit hieruit de bloemstengel. De bloemen worden veel door hommel bezocht, ze kruipen hierbij helemaal in de bloem.

De plant komt in de natuur voor op kalkarme gronden, ruigtes en bossen. Het is van naturen een bergplant, tegenwoordig komt de plant in heel Europa voor op plaatsen die een beetje in de schaduw liggen, vooral open plekken in bossen.

Bij Vingerhoedskruid  komt soms het verschijnsel voor van een zogenaamde ‘pelorische top bloem’.  Zo’n bloem staat omhoog gericht aan het topje van de bloeistengel, en is niet tweezijdig symmetrisch zoals de normale bloemen, maar veelzijdig symmetrisch.

Vingerhoedskruid voelt zich prettig op halfbeschaduwde plaatsen met een natuurlijke wildgroei, bijvoorbeeld naast een oude boomstronk, bij rottend hout of samen met varens aan de rand van een tuinpad. Vingerhoedskruid zaait zichzelf uit en vormt daardoor jarenlang kolonies van veelkleurige bloemen van wit naar purper en roze. De bloemen staan aan een lange stengel en zijn meestal naar een kant gericht. Ze kunnen tot 180 cm hoog worden. Hommels en wilde bijen halen nectar en stuifmeel op vingerhoedskruid.

Vingerhoedskruid wordt als één van de heksenkruiden beschouwd. Dit zijn planten die volgens verhalen werden gebruikt omdat ze stoffen bevatten die een zeer sterke werking kunnen hebben zoals hallucinogeen, verdovend, geneeskrachtig of rustgevend. Heksen en kruidengenezers die met kruiden werkten wisten de eigenschappen van deze planten of delen daarvan vroeger al te benutten. Heksenkruiden zijn niet zelden heel giftige planten en Vingerhoedskruid is daarop geen uitzondering: de werkzame stof bij deze plant is digoxine.

Vingerhoedskruid is vaak op onze bijenmarkt te koop.

Terug naar index

Mei 2019

 

De drachtplant van de maand mei is Cytisus scoparius, Brem, Bezembrem.



Cytisus scoparius, Brem, Bezembrem

De naam Brem werd vroeger gebruikt voor Braam en andere doornen struiken. Dit terwijl de brem geen doornen heeft maar misschien verward werd met de Gaspeldoorn of de Stekelbrem die in de bloei veel op Brem lijken.
Cytisus verwijst naar het eiland Cythno of Cythisa uit de eilandengroep van de Cycladen in de Egeische zee, waar Brem veel voorkwam/voorkomt, al was dit waarschijnlijk de Spaanse Brem, die meer thuishoort in het Middellandse Zeegebied.
De oude geslachtsnaam ‘Sarothamnus´ betekent ‘vegen´, wat slaat op het feit dat de struik vroeger gebruikt werd als bezem.
De soortnaam ‘scoparius´ komt van het Latijnse woord ‘scopa´ wat ook weer ‘bezem´ betekent.

Brem werd gebruikt als dakbedekking( in plaats van riet) voor bezems en zelfs bijenkorven.
De twijgen hebben ook een geneeskrachtige werking maar bij verkeerd gebruik zijn ze giftig, net als de zaden.

Het gewas bezit, net als andere leden van de vlinderbloemige, stikstofknolletjes die gevormd worden door bacteriën waardoor deze plant in zijn eigen stikstofbehoefte kan voorzien en daarom op arme zandgrond goed kan groeien.

De soort is niet geheel vorstbestendig en na een strenge winter zie je vaak dat de toppen van de takken zijn bevroren. de planten lopen dan van onderen vaak weer uit en er zijn dan meestal nog voldoende levende knoppen, zodat er ook bloei kan optreden

Brem komt zeer algemeen voor op droge kalkarme en voedselarme grond, vooral op zandgrond, heidevelden, in duinen en langs spoordijken.

De bloemen worden bevrucht door bijen,hommels en andere insecten. Als deze op de kiel landen splijt de naad van de kiel onder de druk van het insect en springen de tien vergroeide meeldraden te voorschijn. Ze bepoederen dan het insect met pollen. ook de spiraalvormige stijl komt dan vrij en in een eigenaardige cirkelvormige beweging wrijft de stijl over de rug van het insect. Heeft het insect al eerder een andere bloem bezocht dan kan het pollen van die bloem zorgen voor bevruchting.
Brem bloeit in mei en juni. De zaden zitten in zwarte peulen van 4 cm lang.
Aan de zaden zit een oranje aanhangsel wat mierenbroodje genoemd wordt, mieren zijn er dol op en nemen de zaden mee naar het nest. Zo zorgen ze voor de verspreiding. De zaden kiemen langzaam, soms pas na jaren maar kunnen tientallen jaren kiemkrachtig blijven.
De code voor dracht is 5, Brem geeft vooral veel stuifmeel.

De struiken degraderen relatief snel, na de bloei voor de helft terug snoeien geeft de struiken nieuwe groeikracht en gaan ze langer mee. In geschikte milieus zaaien ze zich uit en ontstaan er nieuwe struiken.

Terug naar index

April 2019

De drachtplant van de maand april is Glechoma hederacae, Hondsdraf.

 


De Nederlandse naam heeft niets met de draf van een hond te maken, al zou je de snelle groei van de rank daar wel mee kunnen vergelijken, en de rank met de blaadjes lijkt verdacht veel op het spoor van een hond, het blad heeft wel iets weg van een pootafdruk.
Hondsdraf is een verbastering van de Gotische naam “Gondrave” wat wondrank betekend. De plant werd in de Middeleeuwen gebruikt om etterende wonden te behandelen.
Glechoma komt van het Griekse woord Glechon (een Munt- of Tijmsoort), naar de sterke geur die vrijkomt bij het wrijven van de bladeren.
Hederacae komt van Hedera wat rank betekend.

Hondsdraf kan bijna het hele jaar door bloeien, de hoofdbloei valt in april.
De plant groeit op een humusrijke grond in de zon of een licht beschaduwde plaats en is inheems in de gematigde streken van Europa en Azië, later door de mens verspreidt naar Noord Amerika, Australië en Nieuw Zeeland. Niet alleen in de natuur is het een prachtige bodembedekker, ook in een natuurlijke tuin is de plant een makkelijke groeier. Zorg er dan wel voor dat de Hondsdraf niet tussen andere bodembedekkers komt, de ranken zijn dan niet makkelijk te verwijderen omdat ze afbreken en weer doorgroeien. Als hondsdraf het naar de zin heeft wordt het een echte woekerplant en blijft er van anderen bodembedekkers niets over.

Verse Hondsdraf is ideaal als theekruid en heeft een sterke muntsmaak.
Het werkt ook tegen de jeuk die men krijgt van Brandnetels, vaak groeit Hondsdraf in de buurt van Brandnetels. Hondsdraf is een goede drachtplant voor hommels, honingbijen en veel soorten solitaire bijen, indicatie voor dracht: nectar en stuifmeel, code 3. In tuincentra zijn verschillende bonte soorten te koop, deze hebben over het algemeen meer zonlicht nodig maar bloeien minder rijk als hun groene soortgenoot.

Heel vroeger werden de naar munt ruikende bladeren in de bierbrouwerij gebruikt om het bier helderder en langer houdbaar te maken.
De Engelse naam Alehoof komt nog uit de Middeleeuwen toen de hondsdraf werd gebruikt om bier (Aal) te klaren. Een verwante toepassing was om bladeren van de hondsdraf toe te voegen aan vaten bier die mee gingen op lange zeereizen. Op deze wijze bleef het bier, dat toen niet gekoeld kon worden, beter op smaak.

Terug naar index

Maart 2019
De drachtplant van de maand maart is Eranthis hyemalis, Winterakoniet of Winterling.

 

 


Eranthis is een samentrekking van, er (voorjaar) en anthos (bloem). Hyemalis kan vrij worden vertaald als “typisch voor de winter”. De Nederlandse naam Winterakoniet hebben we te danken aan de Griekse mythologie. Cerberus, de driehoofdige hond werd door Hercules uit de onderwereld weggetrokken. Cerberus begon te blaffen toen hij het daglicht zag en terwijl hij blafte, vielen er kleine speekseldruppels op de grond rondom hem. De speekseldruppels veranderden in steen en uit die steen groeide de giftige Winterakoniet. Akoniet is afgeleid van het Griekse akónē of wetsteen.

De plant komt oorspronkelijk uit de bergen van Zuid-Frankrijk, via Italië tot in de Balkan en is ingeburgerd in West- en Midden-Europa. Al in de 15e eeuw werd de Winterakoniet op grote schaal aangeplant in tuinen van buitenplaatsen, kastelen, kloosters en landgoederen en is van daaruit verwilderd, en deel geworden van onze natuurlijke flora.

Winterakoniet groeit het best in een border waarin de grond niet bewerkt wordt. Plekjes tussen ruim staande heesters of onder een boom met een open kruin zijn daarom ideaal. De knolletjes kunnen tientallen jaren op dezelfde plek blijven staan.
Winterakoniet kent twee methoden van vermeerderen: Door zaad en door knolletjes. De knolletjes zijn in tuincentra te koop. Helaas stamt het grootste deel van de in de handel verkrijgbare Winterakoniet nog steeds uit exemplaren die in het wild, in met name Turkije worden verzameld.
In september planten op 10 cm diepte in goed losgemaakte grond. Voorkom uitdroging. Het is aan te bevelen de knolletjes voor het planten eerst een nacht in water te laten weken.
Vermeerderen uit zaad duurt veel langer, het duurt drie jaar voordat je uit zaad, bloeiende Winterakoniet hebt.
Per steel is er één nectarrijke bloem, die zich ’s ochtends opent en ’s avonds sluit. Bloeiperiode : januari-maart.
Wanneer de buitentemperatuur boven de 12 – 13°C uitkomt, zullen de eerste bijtjes en hommelkoninginnen het gele hartje van deze bloem proberen te veroveren op zoek naar verse nectar en pollen.
Voor solitaire bijen bloeit de Winterakoniet te vroeg.
Indicatie voor dracht: nectar en stuifmeel code 3
Na de bloei bemesten met wat organische meststof.

Door Winterakoniet te combineren met andere vroegbloeiers zoals sneeuwklokje (Galanthus), krokus (Crocus), witte bosanemoon (Anemone nemorosa) en Speenkruid (Ficaria verna), ontstaat er een voorjaarsbloemenpracht waarvan we samen met de vroege insecten kunnen genieten.

Terug naar index

Februari 2019
 
De drachtplant van de maand januari is Alnus glutinosaZwarte Els

 

 


Alnus glutinosaZwarte Els

Alnus stamt mogelijk van het Latijnse quod alatur amne (ik word door de stroom verzorgd), dus een liefhebber van waterrijke plaatsen. Een andere mogelijkheid is dat Alnus is afgeleid van het oud Keltische woord voor water alis. Glutinosa is afgeleid van het Latijnse gluten (kleverig), het heeft betrekking op de knoppen en de jonge bladeren. Zwarte els of Alnus glutinosa, is een veel voorkomende boomsoort.

Overal waar voldoende vocht aanwezig is, langs waterkanten, beek- en rivieroevers, broekbossen en moerassen kunnen we deze boom aantreffen. Alnus glutinosa heeft verschillende toepassingen in de bosbouw en de houtindustrie. Het oranje gekleurde hout is bestand tegen rot en wordt ook wel ‘Schotse mahonie’ genoemd. Elzenhout wordt onder water hard als steen. Het hout diende vroeger dan ook voor heipalen, funderingen, oeverbeschoeiingen en zinkstukken bij waterwerken. (half Venetië is gebouwd op elzen palen)De schors en bladeren van de boom hebben ook medicinale toepassingen Alnus glutinosa is waardevol voor vogels, omdat de kegels geleidelijk open gaan en de zaden zich de hele winterperiode lang verspreiden. De zaden zijn een betrouwbare voedselbron voor zaadetende vogels zoals sijsjes, putters en andere vinkachtige.

Elzenstuifmeel is matig allergeen en de zwarte els, die als een van de eerste boomsoorten al in de winter begint te bloeien, is dan ook een hooikoortsveroorzakende soort. Voor bestuiving is de Els aangewezen op de wind. De enige insecten die stuifmeel van de Els verzamelen zijn de honingbijen die in de winter als het even wat warmer wordt uitvliegen. De drachtcode voor stuifmeel is 1 en voor nectar zelfs 0. De Els vermeerdert zich door zaad. De vrouwelijke katjes, die in de herfst uitgroeien tot de houtachtige, kegelvormige proppen, bevatten bruine, 3 mm grote nootjes, die door wind en water worden verspreid. Het drijfvermogen van de zaden is prima door hun kurkachtige uitsteeksels en de met lucht gevulde holten. Ze kunnen via het water gemakkelijk naar allerlei plekken drijven. De zwarte els heeft, in knolletjes op de wortels, bacteriën, die in staat zijn stikstof uit de lucht te binden. Dit compenseert het stikstofgebrek dat drassige grond vaak vertoont. Hij wordt dan ook aangeplant om slechte grond te verbeteren of om erosie van rivieroevers te voorkomen.Elzenbladhaantjes, (Agelastica alni), kleine, blauwglanzende kevertjes en de larven van deze kevertjes, eten zijn bladeren. Dit kan bij sommige bomen zo erg kan zijn dat er geen gaaf blad meer aan de boom zit. Van sommige bladen is al het bladmoes verdwenen zodat alleen het bladskelet nog over is.

De bast, vruchten en bladeren zijn geschikt voor het maken van kleurstoffen.Het hout van de zwarte els kleurt na het kappen oranjerood. Hierdoor ontstond het bijgeloof dat de boom een kwade geest herbergt. Men dacht dat de boom bloedde, daardoor ontstond het bijgeloof dat hij de belichaming was van een boze geest: de Erlkönig (= ’elzenkoning’) bekend uit een oude Duitse legende. De mensen geloofden ook stellig dat er ‘s nachts rode vlammen rond het hout dansten. De els werd als een gevaarlijke en duivelse boom gezien: “Rood haar en elzenknoppen, daar kan de duivel zijn kousen mee stoppen..”, want ook personen met rood haar werden gewantrouwd.

De bladeren vallen in het najaar groen van de boom en kennen geen herfstkleur.Een Els die op jonge leeftijd wordt geknot groeit vaak uit tot een fantastische knotboom die je kan vergelijken met een knotwilg maar dan mooier, sierlijker en landschappelijk ook meteen waardevoller. Een Els die op een natuurlijke wijze tot boom kan uitgroeien is in de winter een van onze mooiste loofhoutbomen. Wanneer de bladeren zijn afgevallen zien we de rijpe elzenproppen en de donker paarse katjes die vroeg in het voorjaar gaan bloeien.

Terug naar index

Januari 2019

De drachtplant van de maand januari is Lamium album, Witte Dovenetel.

 


Lamium album, Witte Dovenetel

 

Het verspreidingsgebied beslaat Europa en gematigd Azië. In Noord-Amerika is de soort ingevoerd.Lamium is afgeleid van het Griekse woord lamos (muil of keelgat) en heeft betrekking op de muilvormige bloemkroon. Album betekent wit.
Er zijn verschillende bonte vormen die worden gekweekt als sier-kruidachtige vaste planten.De bladeren zijn evenals die van de brandnetel getand. De naam Dovenetel is hiervan afgeleid, hij brandt namelijk niet. Bovendien is het sap uit de bladeren van de Dovenetel te gebruiken om de pijn van het branden van een Brandnetel te verminderen. Hij ‘dooft’ als het ware de pijn.De zaden, nootjes, dragen een zogenaamd mierenbroodje, een oliehoudend aanhangsel, wit van kleur en een lekkernij voor de mieren. Deze nootjes worden door mieren versleept en zo verspreid.De jonge scheuten kunnen in soepen en salades worden verwerkt. Verder kan men deze samen met andere groenten als spinazie eten. De plant heeft een onaangename geur, maar die verdwijnt met het koken.Groeiplaatsen zijn vooral voedselrijke grond waaronder bermen, dijken, grasland, bossen, bosranden en onder heggen.Lamium album verspreidt zich door zaad en door middel van wortelstokken met ondergrondse uitlopers. De Witte Dovenetel bloeit opvallend lang door, bij zacht weer zelfs wel tot in de wintermaanden. Als drachtplant heeft de Dovenetel in de winter weinig of geen waarde omdat de meeste insecten ondergedoken zijn.De plant is de waardplant voor rupsen van nachtvlinders en een drachtplant voor hommels, solitaire bijen en honingbijen.
Indicatie voor de dracht code 2. Blijft insectenbezoek uit, dan is in deze homogame bloemen door de stand van de stempels ten opzichte van de helmknopjes zelfbestuiving mogelijk.In bepaalde streken in Engeland en ook in Friesland wordt de Witte Dovenetel ‘Adam en Eva in het prieel’ genoemd. Hou een bloemetje ondersteboven en je zal begrijpen waar die naam vandaan komt: op de bodem van de bovenlip liggen dan de twee lange meeldraden als twee menselijke figuren naast elkaar.

Terug naar index

 

December 2018

De drachtplant van de maand december is Achillea Millefolium, Duizendblad..

 



Duizendblad verwijst naar de heel fijn verdeelde bladen. Achillea is genoemd naar Achilles, de krijgsheld van Troje. Achilles redde zijn gewonde soldaten door de wonden met deze plant te behandelen. Millefolium verwijst naar de Latijnse woorden mille (duizend) en folium (blad).Duizendblad was in de zeventiende eeuw een populaire groente. De jonge bladeren werden als spinazie klaargemaakt of in soep gedaan. De bladeren zijn zoet met een iets bittere smaak. De jonge blaadjes kunnen ook in salades en sauzen worden gebruikt. Duizendblad werd vroeger, voordat de werking van hop ontdekt werd, gebruikt bij de bierbereiding.

De plant ( vooral de bloemschermen) bevat geneeskrachtige stoffen.
Behalve als medicijn kan Duizendblad ook worden gebruikt voor het verven van textiel.

Bloeitijd vanaf juni tot laat in het najaar. Duizendblad kan goed tegen droogte.
In de droge zomer van dit jaar heeft de plant zich extra goed kunnen ontwikkelen. Door de droogte was de concurrentie van gras en andere planten
minimaal. Dit is de reden dat we nu zo laat in het najaar overal in de bermen en weilanden de witte schermen van Duizendblad zien bloeien.

Duizendblad is in het voorjaar en in de zomer een goede drachtplant voor vlinders en wilde of solitaire bijen, de honingbij laat deze plant links liggen. Naast drachtplant is Duizendblad belangrijk als waardplant voor nachtvlinders.

Door de jaren heen zijn er veel variëteiten gekweekt in allerlei tinten rood roze en geel. De wilde en gekweekte soorten zijn allemaal uitstekende snijbloemen.
De plant komt algemeen voor in Europa en Noord-Amerika, heeft een typische op kamille lijkende geur en hoort tot de Composietenfamilie.
De plant wordt 15-50 cm hoog en vormt ondergronds wortelstokken en kan zich op die manier vegetatief verspreiden. Door deze eigenschap kan de plant in de tuin gaan woekeren en zelf in het gazon een plek opeisen.
Terug naar index

 

November 2018

De drachtplant van de maand november is Symphyotrichum lateriflorum.

 



Symphyotrichum lateriflorum ‘Lady in Black’ , Sluieraster.

Aster lateriflorus is een vroegere naam en de synoniem voor deze plant.

Namen veranderen vaak omdat er in een familie grote verschillen zijn die weer in groepen onderverdeeld kunnen worden. Linnaeus beschreef deze plant als Solidago lateriflorum. Gray herkende er meer dan een eeuw later de aster in en weer later splitste men de familie Symphyotrichum af van de Asters.
De plant is inheems in Amerika en komt voor in een verscheidenheid aan habitats, voornamelijk lage natte bossen, weiden, natte prairies en wegbermen. In Nederland komt de Symphyotrichum verwildert langs de grote rivieren voor.
‘Lady in Black’ heeft uniek donkerpaars blad. Bladeren blijven aantrekkelijk gedurende het groeiseizoen. Een groot deel van het jaar staat deze zwarte dame rustig als een donkere gedaante in de tuin om dan laat in de herfst een explosie aan roze bloemetjes te geven. Een welkome drachtplant zo laat in de herfst. De bijen kunnen er nog stuifmeel op halen wat voor de jonge winterbijen nodig is om hun eiwitvetlichaam te vormen dat zorgt voor een lang winterleven. Een deel van het late stuifmeel wordt opgeslagen in de raten om in het voorjaar aan de larfjes te voeren.
Symphyotrichum lateriflorum gedijt het best in vochtige, goed gedraineerde grond in de volle zon tot halfschaduw en kan tot 120 cm hoog worden.
De hoogte kan beperkt worden door de planten in de late lente een keer te toppen.
Geef deze late herfstbloeier een plek in de border die ook vanuit huis goed te zien is , zo kunt u er ook van genieten als het weer wat kouder gaat worden. De vele kleine bloemetjes trekken veel insecten aan. U kunt de bloemen ook uitstekend als snijbloem gebruiken.
Vermeerderen gaat heel eenvoudig, gewoon scheuren en als je er te veel krijgt, gewoon uitdelen.
Op onze bijenmarkt is naast deze “Lady in Black” ook een witte variant te koop.

Terug naar index

Oktober 2018De drachtplant van de maand oktober Zinnia elegans.

 



Zinnia elegans.

Het geslacht werd door Carl von Linné genoemd naar de Duitse botanicus Johann Gottfried Zinn.
De tweede naam elegans lijkt op het Nederlandse woord elegant en betekend sierlijk of smaakvol, elegans kan ook uitverkoren betekenen.
Zinnia is inheems in Mexico en vandaar verspreidt over een groot deel van de wereld.
Het is een eenjarige plant die gemakkelijk uit zaad te kweken is. Vroeg in het voorjaar zaaien onder glas of eind april begin mei in de volle grond.
Let in het begin wel op slakkenvraat, als de planten groter zijn blijven de slakken van de planten af omdat ze dan een stugge beharing hebben op stengels en bladeren.
Zinnia is een sterke tuinplant die ook lang in de vaas goed blijft. Regelmatig een bosje bloemen snijden is goed voor de planten, ze vertakken beter en geven zo meer bloemen tot diep in de herfst. Die late bloei is dan weer goed voor de insecten die er nectar en stuifmeel op halen. De drachtcode voor nectar en stuifmeel is 1, dit is laag maar het is in een tijd van schaarste dus toch een welkome aanvulling vooral voor insecten die in hun eentje moeten overwinteren.
De bloemblaadjes zijn eetbaar en kunnen in een salade worden gebruikt om er wat kleur aan toe te voegen. Daarnaast kan er thee worden gezet van de bloemblaadjes en van gedroogd zinnia zaad.
Zinnia is een gemakkelijke tuinplant die een standplaats in de volle zon nodig heeft om mooi te bloeien. De grond dient voedsel- en humusrijk te zijn en goed af te wateren want deze tropische plant houdt niet van natte voeten. Plant Zinnia’s niet te dicht bij elkaar want anders blijven de bladeren te lang vochtig en treedt meeldauw op.
Zinnia is als zaad verkrijgbaar in tuincentra. Er zijn prachtige hybriden en cultivars te koop, de keuze is haast onuitputtelijk.

Terug naar index

September 2018

De drachtplant van de maand september Japanse duizendknoop, Fallopia japonica
Familie van rabarber, zuring en bruidssluier.

 

 



Japanse duizendknoop, Fallopia japonica.
Familie van rabarber, zuring en bruidssluier.

Rond 1829 is de plant ingevoerd in Europa als sierplant. Pas na 1950 heeft grootschalige verwildering plaats gevonden. Het dumpen van tuinafval heeft waarschijnlijk geleid tot deze massale verwildering. De wortels en scheuten van de plant kunnen door scheuren in de fundering huizen binnen groeien, door asfalt heen breken en rioleringen en drainagebuizen beschadigen. Een begroeiing met Fallopia is in ecologisch opzicht armer dan een veld maïs. Bestrijding door: Ten eerste, maaien, denk hierbij aan “De aanhouder wint” eenmalig ingrijpen is zinloos. Ten tweede, bedekken, dit kan met kleinere stukken, hierbij de randen goed controleren.Ten derde, varkens inzetten voor begrazing, ook al vinden ze de plant niet zo lekker, het helpt wel. Vermeerderen gebeurt vooral door verspreiding van delen van de plant, stukjes wortel van maar een paar gram kunnen tot een nieuwe plant uitgroeien. In Engeland wordt inmiddels al de bladvlo Aphalara itadori vrij succesvol uitgezet om de duizendknoop te bestrijden, Dit is ook een exoot uit Japan en is het nu verstandig om die hier binnen te halen? Vooral overheden moeten zich inzetten om te voorkomen dat de plant zich kan verspreiden of kan uitbreiden. De kans is reëel dat de natuur zelf ons ooit de beste bestrijdingsmethode voor Fallopia aanreikt, bijvoorbeeld in de vorm van een ziekte of een schimmel. Maar niet alles is negatief aan de Japanse Duizendknoop. Het is een goede drachtplant die bloeit in augustus en september, maanden waarin er voor insecten weinig te halen is. De drachtcode voor stuifmeel en nectar is 3. Fallopia heeft bamboe-achtige stengels die mooi zijn om te verwerken in de bloemsierkunst. Als ze in de winter geknipt worden, zijn ze voldoende afgestorven en kunnen ze niet meer uitschieten. Jonge scheuten van de Japanse Duizendknoop zijn goed te eten, de smaak lijkt enigszins op Rabarber en er zitten mineralen, vitamine A en Resveratrol in, een stofje dat helpt hartaandoeningen en kanker te voorkomen. “If you can’t beat it then eat it”. De voordelen wegen niet op tegen de nadelen. Je kunt de plant beter niet in de tuin hebben.
Terug naar index

 

Augustus 2018

De drachtplant van de maand augustus is Silphium perfoliatum, Zonnekroon.

 



Silphium perfoliatum, Zonnekroon.
Andere namen zijn: Bekerplant, Indiase beker, Silphie.

De naam Silphium komt van de Griekse naam Silphion die wordt gebruikt voor een Noord-Afrikaanse harshoudende plant. Het gedroogde sap kan als een soort kauwgom gebruikt worden. Inheemse Amerikanen zouden het harsachtige sap verzamelen dat uit de plant werd uitgestoten. De hars werd gebruikt voor een kauwgom om de adem op te frissen.
De tweede naam `perfoliatum heeft betrekking op een zittend blad of schutblad dat de stengel volledig sluit en het lijkt of die er door wordt geboord. Bij de Zonnekroon zijn het de tegenovergestelde bladparen die met elkaar verbonden zijn aan de stengel en zo een beker vormen. ( latijn: Perfoliatum = omringd door bladeren)
Als de hoofdbloem is uitgebloeid ontstaat er een krans van kleinere bloemen
omheen die samen een gouden kroon vormen, vandaar de naam Zonnekroon.
De plant is inheems op de prairies van de USA.

Drachtplant voor hommel, bijen en vlinders. Indicatie voor dracht code 3. Bloeitijd juli tot en met september, hoogte tot 2.5 meter.

Zonnekroon is een vaste plant die jaren achtereen op de zelfde plaats kan blijven staan. Het eerste jaar na het zaaien is onkruidbestrijding belangrijk omdat de Zonnekroon niet meer dan een rozet vormt en niet hoog wordt. De daarop volgende jaren kunnen de planten het onkruid verdringen en kan er wel 10 tot 15 jaar achtereen geoogst worden. Het is een goed alternatief voor Mais, voor gebruik als diervoeder of biomassa. Vanwege de late bloei is het een welkome aanvulling als drachtplant voor allerlei insecten.
De honingopbrengst van 1 ha Zonnekroon kan 150 kg per jaar zijn.
Zonnekroon kan zich beter als mais aanpassen aan droge locaties, omdat het, in tegenstelling tot maïs, zijn vocht niet alleen uit de grond, maar ook uit de bladkommen kan afleiden. De planten kunnen doordat ze jaren achtereen blijven staan tot grote diepte wortelen en zo diepliggend (grondwater) water aan.
Vanaf het tweede jaar produceert zonnekroon tussen 13 en 20 ton droge stof (biomassa) per hectare.
Vanaf het tweede jaar is geen onkruidbestrijding meer nodig omdat de planten de grond volledig bedekken. Dierlijke plagen zijn onbekend in Centraal-Europa, er is dus ook geen insecticide nodig, deze combinatie aan eigenschappen is goed voor het milieu,

De plant heeft een hoge ecologische waarde en is met name geschikt als energieteelt vanwege de lage onderhouds eisen en hoge biomassa- en biogasopbrengsten. Het gewas is ongeveer 15 jaar productief. In Duitsland zijn de laatste jaren veel veldproeven opgezet met gunstige resultaten.

De bladeren zijn tegenover staand en met elkaar vergroeid zodat er een beker ontstaat die water opvangt en zo een drinkplaats vormt voor vogels en insecten. In droge tijden kan de plant zelf ook van dit water gebruik maken.

De Zonnekroon kan men vermeerderen door scheuren of door zaaien. Bij het zaaien is de tijd van het jaar belangrijk, de zaden hebben een lange tijd van lage temperatuur nodig om te kunnen kiemen ( Koude kiemer ) In het voorjaar en gedurende de zomer van het eerste jaar is onkruidbestrijding van groot belang omdat de planten het eerste jaar niet hoog worden maar een rozet vormen.

Voor huisdieren zoals konijnen, cavia’s, schapen of geiten is het ideaal als groenvoeder.

Terug naar index

 
 

Juli 2018

De drachtplant van de maand juli is de Reuzenberenklauw,(Heracleum mantegazzianum).

 



 

Heracleum is genoemd naar de god Heracles of Hercules, vanwege de grootte van de plant en de grote geneeskracht, die men haar toeschreef. Mantegazzianum is genoemd naar Paolo Mantegazzi, een Italiaanse natuurhistoricus (1831-1910). Een 2 tot 4 jarige overblijvende plant die na de vruchtzetting afsterft.
Bloeitijd juni tot september met grote witte schermen van wel 50 cm doorsnede.Een prachtige decoratieve plant die om deze reden vanuit Zuid-West Azië naar Europa is gehaald. De plant kan wel 3 meter hoog worden.
Verwarring is mogelijk met de inheemse gewone berenklauw (Heracleum sphondylium), maar deze is veel kleiner (tot 1,5 m).

De Reuzenberenklauw is een goede drachtplant voor allerlei insecten waaronder de honingbij, drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5. Invasieve niet-inheemse planten, zoals Reuzenberenklauw zijn steeds vaker de oorzaak van bezorgdheid. Ze leiden tot de afname van inheemse biodiversiteit.
De Reuzenberenklauw probeert vanuit België ons land te veroveren, Als je met de trein of via de autosnelweg reist, kan je er niet meer naast kijken!
De plant verdringt met zijn grote bladeren de omliggende vegetatie en zaait zich makkelijk uit.
Het sap van de Reuzenberenklauw geeft in combinatie met zonlicht ernstige huidirritaties die kunnen leiden tot brandblaren. Sap in de ogen kan blindheid veroorzaken.
De plant is vooral gevaarlijk voor spelende kinderen, de grote bladeren als parasol, holle stengels voor fluitjes of verrekijkers, verstoppertje spelen tussen de planten.
Het contact met de plant is volkomen pijnloos, de meeste slachtoffers blijven rustig in de zon omdat de brandwonden ( roodverkleuring of blaren ) pas optreden na een kwartier tot twee uur.
Deze gevaren en het feit dat de Reuzenberenklauw een invasieve exoot is en inheemse vegetatie verdringt is de reden dat het soort op de EU-lijst van invasieve exoten is gezet.
Reuzenberenklauw staat sinds augustus 2017 op de Unielijst van invasieve exoten. Een soort die op de EU-lijst staat, mag o.a. niet meer worden verhandeld, niet verplaatst, en mag zich niet voort kunnen planten. Verder geldt voor lidstaten de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen, te verwijderen, of als dat niet lukt, zodanig te beheren dat verspreiding en schade zo veel mogelijk wordt voorkomen.

Staatsbosbeheer laat in de Flevopolder een afgerasterd gebied begrazen door schapen om op deze manier de Reuzenberenklauw te bestrijden.
Het gaat om rassen die graag Reuzenberenklauw eten zonder er last van te hebben.
De zaden van de Reuzenberenklauw kunnen wel 15 jaar kiemkrachtig blijven, we zijn dus nog lang niet van dit soort af.
Terug naar index

Juni 2018

De drachtplant van de maand juni is de Akkerdistel (Cirsium Arvense).
 



 

Akkerdistel, Cirsium Arvense
Cirsium is afkomstig van het Griekse woord Kirsos, dat “gezwollen ader” of “spatader” betekent. Distels werden vroeger als remedie hiertegen gebruikt.
Arvense komt van Arvum (Latijn) en betekent “akker”, wat slaat op de groeiplaats. Net zoals het eerste deel van de Nederlandse naam.

De Akkerdistel komt van oorsprong voor in Europa en Azië, maar is inmiddels over alle gematigde streken van de wereld verspreid. De plant is een echte cultuurvolger en is te vinden overal waar de mens actief is.

Bloeitijd van juni tot en met september.
De plant wordt vanwege de aanwezige nectar door de honingbij, vlinders, hommels en solitaire bijen bezocht. Indicatie voor nectar en stuifmeel is 5.
Hiernaast bieden de lastig toegankelijke distelhaarden broedplaatsen aan meerdere vogelsoorten, onder meer putter, vink en veldleeuwerik.

De Akkerdistel maakt ondergrondse stengels (wortelstokken). Stukjes wortelstok kunnen weer een plant vormen, waardoor de plant een zeer lastig onkruid is. Ze wordt dan ook wel boerenplaag genoemd.
Als men deze planten ongemoeid laat, sterven ze na een aantal jaren af; veel grondbewerking zorgt voor een nieuwe ontwikkeling.

Een andere methode om de Akkerdistel klein te krijgen is de planten een aantal jaren na elkaar door maaien kort te houden en zo uit te putten.

De Akkerdistel is te vinden in ruigten en op ruderale, voedselrijke, zandige, vochtig tot droge standplaatsen. Zelfs als de bodem zout bevat is dat geen bezwaar voor de Akkerdistel vandaar de de plant zich veel liet zien in jongen polders.

Paardenmest en handenarbeid: de oorsprong van een wet uit 1887
De distelwet is gebaseerd op verordeningen van lang voor de mechanisatie van de landbouw, toen landbouwers nog veel handwerk verrichtten op het land. Stekels van distels kunnen diepe wondjes veroorzaken. Voeg daarbij de toen nog veel gebruikte paardenmest en er is een grote kans op een infectie met tetanus. Een ziekte waartegen toen geen remedie bestond: de boer of landknecht stierf eraan. Die drie factoren – handenarbeid, paardenmest en onmacht tegen tetanus – zijn vandaag niet meer geldig. Het land wordt mechanisch bewerkt, paardenmest wordt nauwelijks nog gebruikt. Tegen tetanus kun je je laten inenten.
Maar de haat en de aversie tegen distels is wel gebleven. Zolang de distelwet geldt, mag je de gewraakte soorten niet in je tuin laten bloeien. Je wordt er vast over aangesproken door je buren of door het stadsbestuur, of je nu in de stad woont of op het platteland, de ‘distelwet’ stelt dat “Iedere eigenaar, huurder, pachter etc. verplicht is de bloei, zaadvorming en uitzaaiing van schadelijk geachte distels met alle middelen te beletten”.

In nieuw verworven natuurgebieden kan de Akkerdistel nog veel voorkomen.
Gelukkig geeft dit weinig of geen overlast en kan de plant zijn gang gaan. Insecten en vogels doen daar hun voordeel mee en na een paar jaar zijn de distels verdwenen en hebben plaats gemaakt voor andere planten.

Tot slot een oude spreuk:
distels maaien is distels zaaien
distels plokken is distels lokken
distels laten staan is distels dood laten gaan
distels uitsteken is distels de nek breken.

 

Terug naar index

Mei 2018
 
De drachtplant van de maand mei is de Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum).
 



 

Aesculus hippocastanum, Paardenkastanje
De naamgeving ‘Paardenkastanje’ en Hippocastanum duidt op het gebruik van kastanjes voor paarden; Esca ( Aesculus)= eten, Hippos = ros, paard, castanum = kastanje.
Paardenkastanjes zijn voor de mens niet eetbaar, voor herten, reeën en wilde zwijnen echter zijn ze een populair wintervoer en ook paarden kunnen ze eten.
Turken gaven de vruchten aan hun merries te eten, wanneer deze een veulen verwachtten en ook aan paarden om ze van de hoest, kortademigheid en zweten te genezen.
De kastanjes worden medische toegepast tegen verschillende kwalen.
Een wijdverspreid volksgeloof was dat het in de zak dragen van de vruchten van de Paardenkastanje zou beschermen tegen jicht, reumatiek en rugpijn.

De boom komt van nature voor in de Balkan en is van daaruit over heel Europa verspreid. De eerste Kastanje in Nederland werd geplant in de Leidse Hortus in 1608. Oude bomen kunnen een omtrek van meer dan 5 meter en een hoogte van 25 meter halen.
De Paardenkastanje is een boom die veel ruimte nodig heeft en vaak geplant werd in parken en bij boerderijen om schaduw te geven. De witte Paardenkastanje bleef eeuwenlang vrij van aantastingen, maar sinds 2002 is de kastanjemineermot een plaag en sterven vanaf ongeveer dezelfde tijd veel bomen aan de kastanjebloedingsziekte. De larve van de nachtvlinder Paardenkastanjemineermot mineert in de bladeren van de witte Paardenkastanje. De bladeren kleuren dan bruin en vallen af. Dit verzwakt de boom en kan, na verloop van tijd, de dood betekenen voor deze boom. Deze nachtvlinder, oorspronkelijk afkomstig uit China, rukt op vanuit Oost- en Centraal-Europa.
De eieren van de kastanjemineermot worden door de vlinder op het blad gelegd. Na enkele weken komen deze uit. De larven vreten het bladmoes op waardoor de kenmerkende mijnen in het blad ontstaan. De mijnen zijn bruin verdorde vlekken in het blad, doordat er meerdere mijnen in een blad zitten verkleurt het gehele blad en valt af. Bij een zware aantasting kan de Paardenkastanje zijn blad al in de zomer kwijt raken. Wanneer een Paardenkastanje jaar na jaar zwaar wordt aangetast treedt verzwakking op. De kastanjebloedingsziekte wordt veroorzaakt door een bacterie die de bast infecteert. Hierdoor verschijnen kleine roodbruine vlekken op de bast waaruit vloeistof kan druppelen. Deze vloeistof verspreidt zich over stam en takken en geeft zwarte vlekken. Het bastweefsel wordt aangetast waardoor scheuren in de bast ontstaan. De boom probeert de ontstane wonden te overgroeien.
Bij zwaar aangetaste bomen valt de conditie sterk terug en deze zullen uiteindelijk afsterven.
Er is nog onvoldoende bekend over deze bacteriële infectie waardoor er nog geen goede bestrijdingsmethoden bekend zijn.

De drachtcode voor de paardenkastanje staat aangegeven als 5 voor nectar en 5 voor stuifmeel. Dit is de hoogste waarde die voor de drachtcode wordt gegeven. Voor stuifmeel van de Paardenkastanje is dit merkwaardig:
In bijenhouden van december 2010 schrijven Henk van der Scheer en Mari van Iersel een artikel over stuifmeel en wordt het stuifmeel van de Paardenkastanje aangemerkt als giftig. Dit lijdt meestal niet tot problemen omdat bijen in het voorjaar een grote verscheidenheid aan soorten stuifmeel binnen halen, maar waarom dan toch zo’n hoog cijfer?

Juli 2020

De drachtplant van de maand juli is Lavendel



Drachtplant van de maand juli:

Lavendel, Lavandula officinalis, Lavandula angustifolia.

Lavendel is een mediterrane plant die gedijt op de droge rotsachtige grond van de Provence, en is uitgegroeid tot een klassieker van de cottagetuin. De plant bleek ook onmisbaar voor de parfumindustrie. De welriekende bloemen worden verzameld als ze net opengaan. Daarna wordt de olie eruit gehaald.
Lavendel is ook in de keuken toe te passen. Gebruik de jonge blaadjes bij de bereiding van lams- of schaapvlees, in visgerechten, stoofschotels, en kruidenboters. Thee van blad en stengels werkt rustgevend.

De naam Lavandula is waarschijnlijk afgeleid van lavare, wat baden of wassen betekent. De Romeinen hadden de gewoonte om een geurig bundeltje kruiden waaronder Lavendel aan het badwater toe te voegen.
Officinalis staat voor planten die vroeger in een apotheek gebruikt werden.
Angustifolia betekent smalbladig.

Al vanaf de 17de eeuw verbouwden de Fransen Lavendel voor de parfumindustrie. De Romeinen verzorgden er wonden mee en hielden met het gewas vlooien en luizen op afstand.

Lavendel is een halfheestertje. De vermeerdering geschiedt door zaaien, stekken of scheuren. Er zijn verschillende variëteiten en kleuren in de handel.

Tijdens de  bloei in juni – augustus worden de planten door allerlei insecten bevlogen. Bijen die alleen op Lavendel vliegen produceren een intens geurende honing met een volle smaak.
Op de Lavendel kunnen de insecten veel nectar halen maar de stuifmeel productie is vrijwel nihil, de drachtcode voor nectar is 5. Voor solitaire bijen kan dit een probleem zijn, zij moeten als ze op Lavendel de nectar halen, voor stuifmeel een ander bloem bezoeken, omdat ze alles in hun eentje moeten doen. De jonge larfjes hebben de eiwitten van stuifmeel nodig om te kunnen groeien. Honingbijen en Hommels die in een kolonie leven kunnen samenwerken, de een haalt nectar de andere stuifmeel.

Om de plant mooi compact te houden is het aan te raden deze te snoeien. Dat kan na de bloei, waarna er nog voldoende nieuwe scheuten kunnen worden gevormd voor de winter. Lavendel wordt veel gebruikt in combinatie met rozen; de geur houdt mieren en bladluis op een afstand.

Lavendel is elk jaar op onze bijenmarkt te koop

 
 
 
 
 

Bijen in Boxtel – Drachtplanten

Op deze pagina wordt elke maand een drachtplant behandeld die in deze maand bloeit. Er staat voor elke maand een drachtplant op de site. Deze staan in de index vermeld.
Ben je op zoek naar een plant die niet op deze site staat of wil je gewoon eens kijken wat er aan drachtplanten zoal is, verwijzen we je naar de website drachtplanten.nl

Augustus 2020 Lythrum salicaria, Grote Kattenstaart
Juli 2020 Lavendel
Juni 2020 Pyracantha coccinea
Mei 2020 Rosmarinus officinalis
April 2020 Mahonia aquifolium
Maart 2020 Skimmia japonica
Februari 2020 Cornus mas, Gele kornoelje
Januari 2020 Erica x darleyensis, Winterheide
December 2019 Cymbalaria muralis, Muurleeuwenbekje
November 2019 Geranium rozanne, Geranium”Rozanne”
Oktober 2019 Callistephus chinensis, Zomeraster
September 2019 Anemone hybrida, Herfstanemoon
Augustus 2019 Verbascum nigrum, Zwarte toorts
Juli 2019 Melilotus Officinalis, Honingklaver
Juni 2019 Digitalis purpurea, Vingerhoedskruid
Mei 2019 Cytisus scoparius, Brem
April 2019 Glechoma hederacae, Hondsdraf
Maart 2019 Eranthis hyemalis, Winterakoniet of Winterling
Februari 2019 Alnus glutinosa Zwarte Els.
Januari 2019 Lamium album, Witte Dovenetel.
December 2018 Achillea millefolium, Duizendblad.
November 2018 Symphyotrichum lateriflorum ‘Lady in Black’ , Sluieraster.
Oktober 2018 Zinnia elegans.
September 2018 Japanse duizendknoop, Fallopia japonica.
Augustus 2018 Silphium Perfoliatum, Zonnekroon.
Juli 2018 Reuzenberenklauw,Heracleum mantegazzianum.
Juni 2018 Akkerdistel, Cirsium Arvense
Mei 2018 Aesculus hippocastanum, Paardenkastanje

Augustus 2020

De drachtplant van de maand augustus is Lythrum salicaria, Grote Kattenstaart



Drachtplant van de maand augustus:
Lythrum salicaria Grote Kattenstaart.

Lythrum is afgeleid van het Griekse lythron (bloed, uit wonden vloeiend), hetgeen betrekking heeft op de bloemkleur. De soortnaam ‘salicaria’  betekent  ‘op wilg lijkend’.

De beste standplaats voor de Grote Kattenstaart kan omschreven worden als drassig tot bijna droog en een zonnige plaats. De Grote Kattenstaart groeit veel langs sloten en vaarten en heeft veel stikstof nodig, waardoor het een van de weinige wilde planten is die niet van overbemesting te lijden heeft.
De Grote Kattenstaart is als tuinplant te gebruiken en kan dan op matig vochtige grond goed gedijen.

De soort is van oorsprong een Euraziatische soort, maar is inmiddels in Amerika ingevoerd en heeft zich daar ook gevestigd.

Medicinaal werd de plant vroeger ingezet voor haar bloedstelpende werking.
Het sap uit de wortel levert een rode kleurstof voor het verven van wol.
Doordat stengel en bladeren tannine bevatten, werd het vroeger in de leerlooierij gebruikt.

De Grote Kattenstaart is te vermeerderen door zaaien en scheuren, het is een overblijvende plant die snel verouderd. Het is daarom nodig om de plant  regelmatig te scheuren en op deze manier te verjongen. Zo gauw de eerste bloemen open zijn kunnen ze gebruikt worden als snijbloem.

De Grote Kattenstaart is een goede drachtplant voor hommels, vlinders, honingbijen en veel soorten wilde bijen. Er is zelfs een wilde bij, de Kattenstaartbij ( Melitta nigricans ) die volledig afhankelijk is van de Grote Kattenstaart. De drachtcode voor stuifmeel en nectar is 5, Het stuifmeel is geelgroen.
Ook leven er diverse keversoorten op de Grote Kattenstaart, met name als larve in de wortel, stengel of in de vruchten. Daarnaast is het één van de waardplanten van het Boomblauwtje (Celastrina argiolus).

Op een natte grond zal de plant zich gemakkelijk uitzaaien en vermeerderen.

Juli 2020

De drachtplant van de maand juli is Lavendel



Drachtplant van de maand juli:

Lavendel, Lavandula officinalis, Lavandula angustifolia.

Lavendel is een mediterrane plant die gedijt op de droge rotsachtige grond van de Provence, en is uitgegroeid tot een klassieker van de cottagetuin. De plant bleek ook onmisbaar voor de parfumindustrie. De welriekende bloemen worden verzameld als ze net opengaan. Daarna wordt de olie eruit gehaald.
Lavendel is ook in de keuken toe te passen. Gebruik de jonge blaadjes bij de bereiding van lams- of schaapvlees, in visgerechten, stoofschotels, en kruidenboters. Thee van blad en stengels werkt rustgevend.

De naam Lavandula is waarschijnlijk afgeleid van lavare, wat baden of wassen betekent. De Romeinen hadden de gewoonte om een geurig bundeltje kruiden waaronder Lavendel aan het badwater toe te voegen.
Officinalis staat voor planten die vroeger in een apotheek gebruikt werden.
Angustifolia betekent smalbladig.

Al vanaf de 17de eeuw verbouwden de Fransen Lavendel voor de parfumindustrie. De Romeinen verzorgden er wonden mee en hielden met het gewas vlooien en luizen op afstand.

Lavendel is een halfheestertje. De vermeerdering geschiedt door zaaien, stekken of scheuren. Er zijn verschillende variëteiten en kleuren in de handel.

Tijdens de  bloei in juni – augustus worden de planten door allerlei insecten bevlogen. Bijen die alleen op Lavendel vliegen produceren een intens geurende honing met een volle smaak.
Op de Lavendel kunnen de insecten veel nectar halen maar de stuifmeel productie is vrijwel nihil, de drachtcode voor nectar is 5. Voor solitaire bijen kan dit een probleem zijn, zij moeten als ze op Lavendel de nectar halen, voor stuifmeel een ander bloem bezoeken, omdat ze alles in hun eentje moeten doen. De jonge larfjes hebben de eiwitten van stuifmeel nodig om te kunnen groeien. Honingbijen en Hommels die in een kolonie leven kunnen samenwerken, de een haalt nectar de andere stuifmeel.

Om de plant mooi compact te houden is het aan te raden deze te snoeien. Dat kan na de bloei, waarna er nog voldoende nieuwe scheuten kunnen worden gevormd voor de winter. Lavendel wordt veel gebruikt in combinatie met rozen; de geur houdt mieren en bladluis op een afstand.

Lavendel is elk jaar op onze bijenmarkt te koop

Juni 2020

De drachtplant van de maand juni is Pyracanthus coccinea, vuurdoorn



Pyracantha angustifolia, Pyracantha coccinae, Vuurdoorn.

De geslachtsnaam van Vuurdoorn is de van het Griekse afgeleide “Pyracantha”. Het eerste deel daarvan komt van “pyros” en betekent “vuur. Het tweede deel van de naam komt van “Acantha” en betekent doorn. Vuurdoorn dus.
Angustifolia betekent smalbladig. Coccinea betekent karmijnrood.

De Vuurdoorn komt oorspronkelijk uit een gebied vanaf Zuid-Europa tot Centraal China en de Himalaya’s en is al sinds de zestiende eeuw als sierheester in cultuur.
Vuurdoorn is een hele sterke, groenblijvende struik met scherpe doornen.
Het is eigenlijk geen klimplant, valt onder de heesters, maar is wel goed toepasbaar als leiplant en kan dan tot wel 4 meter hoog worden.

Merels en Kramsvogels zijn dol op de bessen.
De besjes zijn overigens niet giftig voor mensen, maar ook niet erg lekker en kunnen voor maagklachten zorgen.

Vuurdoorn verlangt een zonnige plaats, is geschikt als solitaire heester,  leiplant tegen een gevel en als haagplant. In het laatste geval is snoei extra belangrijk zodat een dicht vertakte haag ontstaat. De takken geven dan steun aan elkaar waardoor de plant niet gaat hangen. Een letterlijk ondoordringbare haag is het resultaat. Vooral op plaatsen die inbraak gevoelig zijn is dit een uitstekende afscheiding.
Net als alle vroeg bloeiende heesters kan een Vuurdoorn na de bloei (mei – juni) worden gesnoeid en geleid, later kan ook, dan is ook al te zien waar de bessen komen en kunnen de mooiste takken gespaard worden.  Aan de zonzijde komen de meeste bessen. Ook tijdens de zomer en in het najaar, als de vruchten al mooi kleuren, kun je doorgaan met het weghalen van takken die in de weg zitten of voor het begroeien van de muur of schutting niet nodig zijn. Door deze manier van snoeien en leiden zie je soms mooie kunstwerken ontstaan.

Door de dichte takkenstructuur en de vele doorns is de vuurdoorn een ideale struik voor vogels. Ze kunnen zich hier schuil houden voor sperwers en katten. Ook maken Merels, Winterkoninkjes en Heggenmussen er hun nest in. Huismussen gebruiken de struik graag als sociale ontmoetingsplaats.

De bloemen worden bezocht door Honingbijen, Wilde bijen, Zweefvliegen, Vlinders en Hommels. Omdat de Vuurdoorn bloeit direct na de voorjaarsbloei en voor de bloei van de Linde is het vaak een goede drachtplant.
Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5.

De Vuurdoorn kan gezaaid worden maar met cultivars weet je nooit hoe de planten er uiteindelijk uit gaan zien. Voor de winter zaaien geeft het beste resultaat. Vuurdoorn kan in de periode mei – juni heel gemakkelijk gestekt worden, gewoon in de volle grond op een plekje in de schaduw.

Terug naar index

Mei 2020

Rosmarinus officinalis, Rozemarijn.

De drachtplant van de maand mei is Rosmarinus officinalis.



Rosmarinus officinalis, Rozemarijn.

De botanische naam Rosmarinus betekent letterlijk: dauw der zee. Deze naam verwijst waarschijnlijk naar het feit dat de altijd groene struik met name langs de kust groeide.  Een andere verklaring omtrent de herkomst van de naam is dat deze afgeleid zou zijn van de Griekse woorden “rhops” (struik) en “myrinos” (balsemachtig), verwijzend naar de aromatische geur van Rozemarijn. De tweede naam officinalis staat bij veel kruiden die men vroeger in de apotheek gebruikten.
Bij de Egyptenaren en de Grieken was dit het kruid van de liefde en “Niet vergeten”.  Rozemarijn zou ook het geheugen versterken. Ook  werd het gebruikt als versiering bij bruiloften en bij begrafenissen.
In oude kruidenboeken schrijven auteurs haast mythische krachten toe aan Rozemarijn. De plant beschermde tegen kwade geesten en werd aan doden meegegeven bij de begrafenis. Maar rozemarijn kon ook de mens jong en vruchtbaar houden, dus bij bruiloften nam rozemarijn zeker een belangrijke plaats in.

Rozemarijn verspreidt een sterke geur en is net als Lavendel geschikt voor geurzakjes in badkamer en linnenkast.Als keukenkruid is Rozemarijn geschikt voor Italiaanse gerechten, vleesgerechten, soepen en gebakken aardappeltjes.
Rozemarijn kan aan heel veel theemengsels worden toegevoegd, geeft een verfrissende smaak aan allerlei soorten thee.
Rozemarijn kan als vervanger dienen voor echte wierook, het is één van de oudste wieroken.
In landen als Spanje, Frankrijk en Marokko kweekt men de plant op grote schaal, voor medicinale en culinaire doeleinden, voor de parfumindustrie en als tuinplant. In deze landen kunnen de imkers Rozemarijnhoning winnen  Deze honing heeft de uitgesproken geur van Rozemarijn.

Omdat Rozemarijn wintergroen is, kan er eigenlijk het hele jaar door vers van het smakelijke blad worden geoogst. De geur van de blaadjes komt vrij als ze worden gekneusd. In de Zuid-Europese keukens is rozemarijn een van de onmisbare basiskruiden. Het heeft bovendien een pijnstillende werking en bevordert een goede bloedsomloop.

Geef de plant een plekje in de volle zon en een goed gedraineerde grond in bijvoorbeeld een rotstuin.
Rozemarijn is uitermate geschikt als kuipplant en verdient een plaatsje op terras of balkon. Na een jaar of 3 geeft de plant mooie blauwe bloemen die van april tot juni bloeien. Na de bloei kunnen de langste taken terug geknipt worden om de plant te verjongen. Rozemarijn is makkelijk te drogen en kan zo lange tijd bewaard worden.

Houd er rekening mee, dat Rozemarijn van oorsprong een mediterrane plant is, en bescherm de plant tegen strenge vorst. In de volle grond verdraagt de plant een temperatuur van 10 graden onder 0.

Rozemarijn is een drachtplant vooral voor Hommels en solitaire bijen. De honingbij foerageert liever op andere planten die meer nectar en stuifmeel opleveren, vooral omdat hier in Nederland geen grote hoeveelheden bij elkaar staan.

Rozemarijn is te vermeerderen door zaaien en stekken maar dit is niet makkelijk en omdat er meestal maar enkele planten nodig zijn is kopen vaak de beste oplossing.

Rozemarijn is elk jaar op onze bijenmarkt te koop.

Terug naar index

April 2020

 

De drachtplant van de maand april is Mahonia aquifolium.



Mahonia aquifolium, Mahoniastruik.

De naam Mahonia is afgeleid van de persoonsnaam McMahon, een botanicus en heeft niets te maken met de houtsoort Mahonie, aquifolium is afgeleid van het Latijnse acus (= naald) en folium (= blad) en betekent met scherpe bladeren. De plant wordt ook wel druifstruik genoemd vanwege de trossen blauwe bessen.
Mahoniehout is oorspronkelijk afkomstig uit West-Indië van de plant Swietenia mahagoni, een boom die wel 30 meter hoog kan worden en  die weer genoemd is naar de Nederlander van Swieten.
Mahonia aquifolium is oorspronkelijk afkomstig uit het westen van Noord-Amerika, plaatselijk ingeburgerd in o.a. Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, België en Nederland en verwilderd door verspreiding van de zaden door vogels.
Het stekelige groene blad van Mahonia aquifolium verkleurt vaak naar een bronskleur in de winterperiode.

In de periode maart-april verschijnen de gele bloemen.  Ze verspreiden bij warm weer een opvallende zoete geur.  Het zal voor de bijen dan ook niet zo’n groot probleem zijn om de gele bloem pluimen op de geur te vinden. Je treft er bij warm zonnig weer bijna altijd bijen op aan.  Na de bloei vormt Mahonia aquifolium grijs-blauw berijpte bessen. Het vruchtvlees van de bes is eetbaar, maar de pitten in de bes zijn giftig. Evenals de wortel. Dus voorzichtig bij gebruik. Vogels zijn gek op de bessen, ze hebben een snelle spijsvertering zodat ze het vruchtvlees verteren maar de giftige bessen niet, die verlaten het lichaam samen met de ontlasting. Mahonie komt van nature voor op droge grond in naaldbossen.

De standplaats voor  Mahonia aquifolium: halfschaduw tot schaduw, dus een geschikte plek is gedeeltelijk onder bomen. Mahonia aquifolium is goed winterhard. Doordat de plant het blad in de winter behoud ontstaat er geen kale plek in de tuin. Het groen van de Mahonia kan in bloemwerk ( kerst ) gebruikt worden.

Mahonia struiken krijgen op den duur wat kale takken. Snoei ze daarom regelmatig. Dat verjongt de struiken.
Takken die aan de onderkant kaal zijn geworden, kunnen na de bloei in maart tot 30 à 40 cm boven de grond teruggesnoeid worden. Indien alle takken in één keer verwijderd worden, duurt het wel een paar jaar voordat de plant weer gaat bloeien. Alternatief, haal per keer 1/3 van de takken weg. Bij het snoeien is te zien dat het hout een mooie gele kleur heeft.

De bloemen worden vooral door hommels en solitaire bijen bevlogen, maar ook onze honingbij weet de geurende bloemen te vinden. Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5.

Terug naar index

 
Maart 2020

De drachtplant van de maand maart is Skimmia japonica.



Skimmia japonica

De naam Skimmia is een Latinisering van de Japanse volksnaam Shikimi.
De plant is afkomstig uit Oost-Azië en is rond 1860 vanuit China naar Frankrijk gebracht.
Tijdens de bloei geeft de Skimmia een fijne en zoete geur.
De bloeitijd valt in de maanden maart en april maar de plant staat de hele winter met mooie donkerrode knoppen en is dan een sieraad voor elke tuin. De takjes met bloemknoppen zijn geliefd met kerst in bloemstukjes, ze blijven dan wekenlang fris. Het is een winterharde groenblijvende heester.
Skimmia is een drachtplant voor bijen en hommels, de code voor nectar en stuifmeel is 5.

Skimmia heeft het liefst een plaatsje waar niet te veel zon komt, bij te veel zon krijgen de bladeren een gele kleur en staan ze er niet fris bij.
De grond mag een beetje aan de zure kant zijn. Het is goed om bij het planten wat tuinturf door de grond te mengen. In het voorjaar bijmesten met wat organische mest.
De plant is ook geschikt voor in een pot en staat dan mooi op een balkon of terras. Zorg er dan wel voor dat de plant niet verdroogd, regelmatig verpotten met wat licht zure grond zal de plant goed doen.

Skimmia kan men vermeerderen door stekken. Meen hiervoor in de zomer uitgegroeide jonge scheuten, stek ze in potgrond en bescherm de stekjes met een plastic kapje tegen te veel verdampen.

Skimmia is dit jaar op de bijenmarkt te koop.

Terug naar index

Februari 2020

 

De drachtplant van de maand februari is Cornus mas, Gele kornoelje.



Cornus mas (Gele kornoelje)

Cornus is afgeleid van het Griekse kranaos (hard), vanwege het harde hout of de harde steenvrucht,  Mas betekent mannelijk. Het harde hout werd vroeger veel gebruikt voor houten raderen, tandwielen, wandelstokken en hamerstelen. In het oude Griekenland werd Kornoeljehout gebruikt om er bogen van te maken.
De Gele Kornoelje is inheems in bergachtige streken in Klein Azië, Zuid en Midden Europa en de Kaukasus. Cornus mas staat in Nederland op de rode lijst.
Cornus mas wordt vaak in plantsoenen, groenstroken en tuinen aangeplant om zijn vroege bloei en zijn bessen. Geef de planten een plaatsje in de zon of half schaduw en zorg voor een kalkrijke grond.
Bloeitijd februari maart met trosjes kleine gele bloemetjes. Als de eerste bloempjes open zijn kunnen de takken ook binnen in een vaas verder in bloei komen en zeker een week mooi blijven. In het najaar verschijnen de rode vruchten en kleuren de bladeren geel en roodbruin.
Als de temperatuur mee zit is de Gele Kornoelje een goede drachtplant voor Hommels en Honingbijen. Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 4.
De bes is een steenvrucht, de eivormige, 1-2 cm lange bessen zijn glanzend rood en enigszins sappig. Ze zijn eetbaar, maar hebben een wrange smaak. In de bessen zit een vrij grote pit. Met wat suiker toegevoegd zijn de bessen geschikt voor jam en sap. Het verwerken van de vruchten is al lang bekend. De oude Grieken en Romeinen hebben Kornoeljes bessen net als olijven, in zuur ingemaakt. In de Middeleeuwen werd de Gele Kornoelje in kloostertuinen gekweekt en verwerkt tot likeur en brandewijn. Pitten van Kornoelje werden vroeger wel geroosterd en gemalen om te gebruiken als surrogaatkoffie met een op vanille-lijkende smaak. In Wiener melange worden geroosterde en gemalen pitten van de Gele Kornoelje vermengd met koffiebonen voor een speciaal vanille aroma.
Gele Kornoelje wordt ook als vruchtboom in een voedselbos aangeplant. Rassen met grote vruchten zijn Jolico, Kasanlak en ‘Schonbrunner Gourmet’. Voor een goede vruchtzetting is het belangrijk om verschillende variëteiten aan te planten in verband met kruisbestuiving.
Cornus mas is een kleine meerstammige boom of grote struik met een dichte, ronde vorm, langzaam groeiend en kan even breed als hoog worden. Oudere stammen van de gele Kornoelje zijn grijsbruin en afbladderend, jonge twijgen zijn groen.
De naam Gele Kornoelje wordt ook wel gebruikt voor een andere soort, een Cornus met geel hout. Gebruik daarom bij het aankopen de Latijnse naam  “ Cornus mas ” en beschrijf de plant als winterbloeiend met gele bloempjes en eetbare bessen.
Aan de Kornoelje vruchten worden geneeskrachtige eigenschappen toebedeeld, gunstige effecten op veel maag- en darmkwalen.
Cornus mas kan men vermeerderen door afleggen, hierbij worden lange dunne takken naar de grond gebogen, een beetje ingegraven en vast gezet. Na enkele jaren zijn ze geworteld en klaar om te verplanten. Een andere manier is de pitten in het najaar te zaaien, na een koude rustperiode zullen ze kiemen.

Cornus mas is dit jaar op de bijenmarkt te koop.

Terug naar index

Januari 2020

 

De drachtplant van de maand januari is Erica x darleyensis, Winterheide.



Erica x darleyensis (Winterheide)

Erica is de oude Griekse naam voor Heide.  Darleyensis is afgeleid van Darley Dale een plaats in Engeland. De letter x tussen de twee namen wil zeggen dat het een kruising is tussen soorten.
Erica x darleyensis is een natuurlijke kruising, waarschijnlijk tussen Erica carnea en Erica erigena. De zaailingen werden eind negentiende eeuw ontdekt op een kwekerij  in Darley Dale , Derbyshire, Engeland. Uit deze planten zijn weer allerlei cultivars ontstaan en in de handel gebracht.

Qua standplaats is Heide niet erg veeleisend. De planten gedijen het best op een zonnige plaats die goed afwatert maar in de zomer toch voldoende vochtig blijft. Heide groeit natuurlijkerwijze op een arme grond, alhoewel een aanvulling van turf of heidegrond aanzienlijk zal bijdragen tot een betere groei en bloei. Geef Heide zeker geen kunstmest, eventueel een klein beetje gedroogde koemest in het voorjaar is al voldoende.

Heide komt het beste tot zijn recht wanneer ze in groepjes aangeplant worden. Heideplanten zijn laagblijvende bodembedekkers, die om weinig onderhoud vragen. Het zijn zuurminnende planten. Bij het aanplanten moet u altijd de grond mengen met tuinturf. Elk jaar is het verstandig dat u tuinturf tussen de heideplanten strooit om de grond zuur te houden, een laagje turf houdt ook het meeste onkruid tegen. De eerste jaren is onkruid bestrijding nodig, het beste is het onkruid plukken. Heide wortelt ondiep, met schoffelen zullen de wortels beschadigen. Na een paar jaar is de grond dichtgegroeid en krijgt het onkruid geen kans meer.

Snoeien van Heide
Nadat de winterheide (Erica) halverwege het vroege voorjaar is uitgebloeid, moeten de uitgebloeide bruine bloemen in april meteen afgeknipt worden. Deze snoeibeurt bevordert de groei van nieuwe scheuten waaraan nieuwe bloemen zullen verschijnen. Snoeien zorgt er ook voor dat de planten niet te veel gaan verhouten en hun vorm blijven behouden. Het is niet goed om in het oude hout te knippen. Planten die een aantal jaren niet geknipt zijn laten zich moeilijk verjongen.

Bloeitijd vanaf januari tot april. In het voorjaar zien we op deze planten de eerste Hommelkoninginnen nectar halen. Ook de Honingbijen hebben de planten zo gevonden als de temperatuur maar hoog genoeg is. De drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5.

Terug naar index

December 2019

De drachtplant van de maand December is Cymbalaria muralis, Muurleeuwenbekje.



Cymbalaria muralis, Muurleeuwenbekje

Cymbalaria komt van het Latijnse Cymbalum wat “cimbaal/bekken” betekent, dat verwijst naar de bladvorm van sommige soorten. Het blad is in het midden verdiept en lijkt een beetje op het muziekinstrument. Muralis betekent op of bij muren groeiend.

Aangenomen wordt dat de plant uit Kroatië en/of Noord-Italië afkomstig is en in de 17de eeuw is ingevoerd in west en midden Europa en daarna is verwilderd.

De plant nestelt zich vooral in de spleten van oude bakstenen muren, op rotspartijen, tussen bestrating en muur, aan de binnenkant van een gemetselde put  en op stenige glooiingen van dijken en  spoorwegemplacementen. Als het Muurleeuwenbekje zich in spleten van oude muren hecht, kan het hangend tot wel 60 cm lang worden.De plant vormt veel lange stengels, die regelmatig wortel schieten, waardoor het zich behalve door uitzaaiing ook vegetatief kan vermeerderen.
Een bijzonderheid van het Muurleeuwenbekje is de wijze waarop de zaden naar een geschikte kiemlocatie worden geleid. Na de bloei kromt de stengel zich van het licht af, waardoor de rijpe zaden in spleten gedrukt worden, en  tussen stenen in het donker kiemen.
Bloeitijd vanaf april tot diep in de herfst, zelfs na een beetje vorst in de nacht kan het Muurleeuwenbekje nog blijven bloeien.

Cymbalaria is een drachtplant voor solitaire bijen en hommels. De drachtcode voor nectar en stuifmeel is slechts 1

Onder gunstige omstandigheden is het Muurleeuwenbekje een sterke groeier die in tuinen makkelijk lage planten overgroeit en zich zelfs als een lastige plant kan gedragen tussen andere bodembedekkers.
Het Muurleeuwenbekje groeit en bloeit het mooist op een plaats waar weinig water komt en volop in de zon. Ideaal is een stapel stenen of een muurtje van tegels met hier en daar een klein beetje grond. Ook gemetselde muren die een beetje ongelijk zijn geven al voldoende houvast.

Eenmaal in een tuin geïntroduceerd zal het Muurleeuwenbekje niet makkelijk verdwijnen.

Terug naar index

 
November 2019

 

De drachtplant van de maand november is Geranium rozanne, Geranium “Rozanne”.



Geranium rozanne,  Geranium “Rozanne”

De Nederlandse naam voor Geranium is ooievaarsbek. De vrucht heeft de vorm van de snavel van een ooievaar. De naam Geranium is afgeleid van het Griekse Geranos wat ooievaar betekent.
Geranium “Rozanne” is ontstaan uit een kruising tussen twee andere soorten namelijk Geranium himalayense en Geranium wallichianum ‘. Het echtpaar Donald en Rozanne Waterer in Somerset, Verenigd Koninkrijk kweekte de plant door kruising eind jaren negentig, rond de eeuwwisseling kreeg de plant bekendheid en werd in de handel gebracht onder de naam Rozanne.
In 2013 hebben de Nederlandse vaste plantenkwekers Geranium ‘Rozanne’ gekozen tot vaste plant van het jaar.
Deze geranium heeft een lange bloeitijd, vanaf mei tot diep in de herfst tot aan de eerste nachtvorst.
Andere variëteitsnamen voor deze Geranium zijn: “Gerwat” en “Jolly Bee” .

Geef de plant een humusrijke, zonnige plaats in de border. Het is een bodembedekker die de grond snel dicht heeft en zo onkruid tegen houdt. 3 tot 5 planten per m² is voldoende om de grond dicht te laten groeien.

Ondanks haar omvangrijke karakter past Rozanne goed in ruime terrasbakken en zelfs hangende manden, waarbij de prachtige blauwe bloemen over de randen hangen.
De laatste jaren zie je de plant veel in openbaar groen, vooral vanwege de lange bloeitijd maar ook omdat het een sterke vaste plant is die goed bestand is tegen warme droge zomers en goed overwintert.
Tijdens de winter, als de plant uitgebloeid is, een beetje snoeien tot een hoogte van 15 tot 20 cm zodat de plant na de winter weer fris groen en bloemen kan maken en niet te groot wordt.

Geranium Rozanne is in vergelijking met andere geranium soorten vrij duur in aanschaf, waarschijnlijk komt dit doordat de plant moeilijk te kweken is. Voor de hobby kweker is de beste manier, de plant uit de grond halen, scheuren en terug planten.

Drachtplant voor Honingbijen, vlinders, hommels en vooral veel soorten wilde bijen. De drachtcode voor stuifmeel en nectar is 5, vooral in het najaar is dit voor veel insecten die overwinteren een belangrijke drachtplant.

Terug naar index

Oktober 2019

De drachtplant van de maand oktober is Callistephus chinensis, zomeraster.



Callistephus chinensis,  Zomeraster

Callistephus chinensis is afkomstig uit China wat aan de tweede naam is af te leiden. De eerste naam is een samenvoeging van de Griekse woorden Kallos wat prachtig betekent en Stephos wat staat voor krans. De originele soort, waaruit alle variëteiten zijn ontstaan, heeft een hart van gele, vruchtbare, buisbloempjes, omringd door een krans van onvruchtbare lintbloempjes. Zelfs de Nederlandse naam Aster komt uit het Oud-Grieks en betekent ster.
Vroeger omvatte het geslacht Aster meer dan 500 soorten en was de naamgeving verwarrend. Daarom is er een onderscheid gemaakt en heeft de Zomeraster de naam Callistephus gekregen.

De Zomeraster is een eenjarige plant die bloeit van juni tot in oktober, dit is afhankelijk van de zaaitijd.  Vroeg in het voorjaar kunnen we de Zomeraster al  zaaien op een verwarmde plaats en na half mei buiten uitplanten. Later in het voorjaar rond eind april zaaien, rechtstreeks in de volle grond, kan ook maar geeft een iets latere bloei.

De Zomeraster is er in veel soorten, kleuren en variëteiten: enkele bloem, gevulde bloem, lage en hoge soorten tot 1 meter hoog. Deze laatste zijn uitermate geschikt als snijbloem. De lage soorten doen het goed in potten en bakken op terras of balkon. De uitgebloeide bloemen regelmatig weghalen zorgt er voor dat de plant telkens nieuwe scheuten en bloemknoppen maakt en tot laat in de herfst bloeit.

Voor insecten zijn de enkelbloemige soorten belangrijk, Honingbijen en Hommels zullen in het najaar, als het voedsel aanbod minder is, op de Zomeraster nectar en stuifmeel halen. De drachtcode voor stuifmeel en nectar is 3.

Zomerasters zijn gevoelig voor de verwelkingsziekte, die door een schimmel wordt veroorzaakt. De stengels worden dan zwart, de planten verwelken en sterven af. Het is belangrijk om de aangetaste planten direct te verwijderen en niet op de composthoop te gooien maar liever in de groenbak! Kies bij voorkeur voor resistente rassen en wat heel belangrijk is, plant de aster ieder jaar op een andere plaats, laat ze bijvoorbeeld mee draaien in de moestuin waar wisselteelt wordt toegepast zodat ze zeker pas na 3 tot 4 jaar weer op dezelfde plaats terug komen.
Geef de plant een warm plaatsje in de volle zon. In het voorjaar compost in de grond werken en in de zomer zorgen voor voldoende vocht.

Terug naar index

September 2019

 

De drachtplant van de maand september is Anemone hybrida,Herfstanemoon.



Anemone hybrida, Herfst-anemoon.

De geslachtsnaam Anemone stamt uit de klassieke oudheid en is afgeleid van het Griekse ‘ánemos’ of wind.  Anemone betekent letterlijk ‘dochter van de wind’ en verwijst naar het feit dat de Anemoon volgens de oude Grieken haar bloemen pas opende als er wind stond.
De tweede naam hybrida betekend dat de plant een kruising is van verschillende soorten, in dit geval Anemone hupehensis uit China en Anemone japonica die afkomstig is uit Japan. In deze landen vinden we  de planten in bossen en aan de oevers van water tot op een hoogte tot 2600 meter in de bergen.
De naam hupehensis verwijst naar de oude naam Hupeh van de provincie Hebei in China waar Anemone hupehensis voor het eerst ontdekt werd.

Bloeitijd augustus-september met een hoogte van 120 cm.

De herfstanemoon is een van de mooiste bloemen die in deze maanden bloeien en heeft daarom de naam “ Koningin van de herfst ” gekregen.

De Herfstanemoon heeft niet veel onderhoud nodig. In het najaar kan een mulchlaag rondom de plant worden aangebracht, vooral jonge planten moeten beschermd worden tegen strenge vorst. Een mulchlaag geeft ook een goede, voedselrijke bodemstructuur. In het vroege voorjaar kunnen de oude stengels gesnoeid worden. Ook is in het voorjaar is een beetje organische mest wenselijk.

Omdat de Herfstanemoon een hybride soort is geeft de plant geen zaad.
Vermeerderen van herfstanemoon gaat makkelijk in het najaar door middel van wortelstek. Hierbij haal je de plant uit de grond, de dikste wortels zijn het beste om te gebruiken. Knip de wortels in stukjes van ongeveer 5 tot 7 cm en leg ze in een bakje met potgrond ongeveer 3 cm diep. In het voorjaar geeft elk stukje wortel nieuwe scheutjes die weer uitgeplant kunnen worden.
De moederplant kan weer terug de grond in, deze groeit gewoon door.

Omdat de  Herfstanemoon laat bloeit worden de bloemen bezocht door hommels en honingbijen. Als nectarplant scoort de anemoon niet hoog, insecten kunnen er in het najaar wel nog wat stuifmeel op halen.

Het is een bloem waar je niet op uitgekeken komt, en waar je als het een beetje mee zit tot eind oktober van kunt genieten. De witte soorten blijven langer bloeien dan de lila soorten.

Geef de herfstanemoon een plekje in de zon in humusrijke vochtige grond.
De herfst-anemoon is goed te combineren met andere herfstbloeier zoals herfstaster en Sedum.
In zachte winters blijven de planten hun blad behouden, daarom is de herfst-anemoon een goede kandidaat voor het openbaar groen, plantvakken geven weinig onderhoud vanwege het dichte bladerdek.
De plant kan als bodembedekker geplant worden. De bladeren vormen dichte pollen met een hoogte van 30 a 40 cm waar de bloemen bijna een meter bovenuit komen.

Terug naar index

Augustus 2019

De drachtplant van de maand augustus is Verbascum nigrum, Zwarte toots.



Verbascum nigrum,  Zwarte Toorts

Verbascum is een verbastering van barbascum (gebaard), de planten zijn bedekt met vilt en voorzien van gebaarde meeldraden. Nigrum betekent zwart of in dit geval “donker”.  De plant dankt zijn Nederlandse naam aan de donkere verkleuring van de opgedroogde bloemstengel.  heeft zwarte wortels, maar ook donkerder bladeren dan de andere soorten. Toorts, omdat de bladeren en de stelen van dit kruid nuttig zijn om lonten en fakkels van te maken, daarom werd het ook Torsekruid of Toersekruid genoemd.

Bloeitijd juni tot en met september.
De Zwarte Toorts heeft gele bloemen met paarse meeldraden. De meeldraden zijn net paarse veertjes met oranje helmknoppen.
De hoge stengel kan zich bovenin de bloeiwijze vertakken, waardoor het uiterlijk iets krijgt van een meer-armige kandelaar met kaarsen.

Zwarte Toorts is te vinden op zonnige ruderale terreinen, zoals in de stedelijke omgeving, op zandige rivierduinen, in wegbermen en op spoorbanen. De plant kan goed tegen droogte en handhaaft zich makkelijk in een ruige begroeiing.
Zwarte Toorts is in tegenstelling tot de andere Toortsen een overblijvende soort, die reservevoedsel opslaat in de dikke wortel voordat de bovengrondse delen in de winter afsterven. Ook de geur die ze afgeeft is heel typisch en lijkt sterk op die van Helmkruid en doet denken aan een brandlucht.

Drachtplant vooral voor solitairen Bijen en Hommels, Na de bloei van de Linde wordt de Toorts ook wel door de Honingbij bezocht, zij verzamelen vooral het oranje stuifmeel.

Verbascum nigrum is makkelijk door zaad te vermeerderen en is te koop op onze bijenmarkt in april.

Terug naar index

 
Juli 2019

 

De drachtplant van de maand juli is Melilotus officinalis, Honingklaver.



Melilotus officinalis, Honingklaver

Melilotus bestaat uit de Griekse woorden meli (honing) en lotus (klaver). Officinalis komt van het Latijnse officium (werkplaats, in plantkundig/medische verband is dat de apotheek). Officinalis betekent dus in gebruik in de apotheek / geneeskrachtig.

Volgens veel Etymologen is de herkomst van het woord Klaver onzeker. Het kwam al voor in het Middelnederlands (tussen 1200 en 1500) als Klever en Clavere. Het woord zou ook afgeleid kunnen zijn van het Oudgermaanse Cloefre, wat wil zeggen Splitsen of Klieven en dat zou slaan op het in drieën gespleten blad. Omdat de bloemen veel nectar produceren is de Nederlandse naam Honingklaver voor de hand liggend.

Honingklaver is inheems in een groot deel van Europa en Noord-Azië en is van daaruit verspreid naar alle continenten met een gematigd klimaat. De plant komt van nature voor op zonnige plaatsen op ruige verstoorde grond, langs wegen, akkers en zelf op stenige grond. Tegenwoordig is honingklaver een onderdeel van bijen en insecten mengsels met vaste en tweejarige planten en kan goed tegen droogte. Bloeitijd van juni tot ver in de herfst, de gele honingklaver bloeit langer dan de witte. Honingklaver is een goede drachtplant voor hommels, solitairen bijen, honingbijen en vlinders.

Drachtcode voor stuifmeel en nectar is 5.

Honingklaver is tweejarig en heeft  een dikke penwortel, ze overwinteren door in die penwortel reserves op te slaan en winterknoppen te ontwikkelen. In het eerste jaar bloeien de planten nog niet, maar in het tweede jaar geven ze volop kleine gele bloemetjes en in het najaar veel zaad. De planten kunnen een hoogte bereiken tot wel 150 cm en met hun wortelknolletjes dragen ze bij aan de verbetering van de grond  zoals andere vlinderbloemige gewassen.

Honingklaver heeft een geneeskrachtig werking tegen ontstekingen, men verwerkte het in pleisters. Voorzichtigheid is geboden bij inwendig gebruik. In gedroogde vorm werd het als mot werend middel gebruikt, het geeft na drogen een zeer sterke aromatische geur door de cumarine die het bevat. Om te drogen kan men het best de bloeiende plant gebruiken.

Honingklaver is in het voorjaar op onze bijenmarkt te koop.

Terug naar index

Juni 2019



 Digitalis purpurea, Vingerhoedskruid

Andere Nederlandse namen voor Vingerhoedskruid zijn: Poppenschoenen, Slangenbloem, Judasbeurs, Pijpskop, Pijpenkop en Onze Lieve Vrouwe Handschoen.
Digitalis komt van het Latijnse digitus: vinger, en achtervoegsel alis: achtig, de bloem lijkt op de vinger van een handschoen. Of van Latijn digitabulum: vingerhoed.
De ontdekking in de 18e eeuw dat vingerhoedskruid  een belangrijk geneesmiddel was, gaf de wereld een van zijn waardevolste remedies tegen  hartklachten. Deze toepassing is voor het eerst beschreven door de Engelse arts William Withering (1741-1799) uit Birmingham, Bij verkeerd gebruik is het kruid zeer giftig.

Vingerhoedskruid is een 2 jarige plant die vanaf juni tot in het najaar bloeit. In het najaar kiemen de zaden en de plant vormt een rozet. In het voorjaar groeit hieruit de bloemstengel. De bloemen worden veel door hommel bezocht, ze kruipen hierbij helemaal in de bloem.

De plant komt in de natuur voor op kalkarme gronden, ruigtes en bossen. Het is van naturen een bergplant, tegenwoordig komt de plant in heel Europa voor op plaatsen die een beetje in de schaduw liggen, vooral open plekken in bossen.

Bij Vingerhoedskruid  komt soms het verschijnsel voor van een zogenaamde ‘pelorische top bloem’.  Zo’n bloem staat omhoog gericht aan het topje van de bloeistengel, en is niet tweezijdig symmetrisch zoals de normale bloemen, maar veelzijdig symmetrisch.

Vingerhoedskruid voelt zich prettig op halfbeschaduwde plaatsen met een natuurlijke wildgroei, bijvoorbeeld naast een oude boomstronk, bij rottend hout of samen met varens aan de rand van een tuinpad. Vingerhoedskruid zaait zichzelf uit en vormt daardoor jarenlang kolonies van veelkleurige bloemen van wit naar purper en roze. De bloemen staan aan een lange stengel en zijn meestal naar een kant gericht. Ze kunnen tot 180 cm hoog worden. Hommels en wilde bijen halen nectar en stuifmeel op vingerhoedskruid.

Vingerhoedskruid wordt als één van de heksenkruiden beschouwd. Dit zijn planten die volgens verhalen werden gebruikt omdat ze stoffen bevatten die een zeer sterke werking kunnen hebben zoals hallucinogeen, verdovend, geneeskrachtig of rustgevend. Heksen en kruidengenezers die met kruiden werkten wisten de eigenschappen van deze planten of delen daarvan vroeger al te benutten. Heksenkruiden zijn niet zelden heel giftige planten en Vingerhoedskruid is daarop geen uitzondering: de werkzame stof bij deze plant is digoxine.

Vingerhoedskruid is vaak op onze bijenmarkt te koop.

Terug naar index

Mei 2019

 

De drachtplant van de maand mei is Cytisus scoparius, Brem, Bezembrem.



Cytisus scoparius, Brem, Bezembrem

De naam Brem werd vroeger gebruikt voor Braam en andere doornen struiken. Dit terwijl de brem geen doornen heeft maar misschien verward werd met de Gaspeldoorn of de Stekelbrem die in de bloei veel op Brem lijken.
Cytisus verwijst naar het eiland Cythno of Cythisa uit de eilandengroep van de Cycladen in de Egeische zee, waar Brem veel voorkwam/voorkomt, al was dit waarschijnlijk de Spaanse Brem, die meer thuishoort in het Middellandse Zeegebied.
De oude geslachtsnaam ‘Sarothamnus´ betekent ‘vegen´, wat slaat op het feit dat de struik vroeger gebruikt werd als bezem.
De soortnaam ‘scoparius´ komt van het Latijnse woord ‘scopa´ wat ook weer ‘bezem´ betekent.

Brem werd gebruikt als dakbedekking( in plaats van riet) voor bezems en zelfs bijenkorven.
De twijgen hebben ook een geneeskrachtige werking maar bij verkeerd gebruik zijn ze giftig, net als de zaden.

Het gewas bezit, net als andere leden van de vlinderbloemige, stikstofknolletjes die gevormd worden door bacteriën waardoor deze plant in zijn eigen stikstofbehoefte kan voorzien en daarom op arme zandgrond goed kan groeien.

De soort is niet geheel vorstbestendig en na een strenge winter zie je vaak dat de toppen van de takken zijn bevroren. de planten lopen dan van onderen vaak weer uit en er zijn dan meestal nog voldoende levende knoppen, zodat er ook bloei kan optreden

Brem komt zeer algemeen voor op droge kalkarme en voedselarme grond, vooral op zandgrond, heidevelden, in duinen en langs spoordijken.

De bloemen worden bevrucht door bijen,hommels en andere insecten. Als deze op de kiel landen splijt de naad van de kiel onder de druk van het insect en springen de tien vergroeide meeldraden te voorschijn. Ze bepoederen dan het insect met pollen. ook de spiraalvormige stijl komt dan vrij en in een eigenaardige cirkelvormige beweging wrijft de stijl over de rug van het insect. Heeft het insect al eerder een andere bloem bezocht dan kan het pollen van die bloem zorgen voor bevruchting.
Brem bloeit in mei en juni. De zaden zitten in zwarte peulen van 4 cm lang.
Aan de zaden zit een oranje aanhangsel wat mierenbroodje genoemd wordt, mieren zijn er dol op en nemen de zaden mee naar het nest. Zo zorgen ze voor de verspreiding. De zaden kiemen langzaam, soms pas na jaren maar kunnen tientallen jaren kiemkrachtig blijven.
De code voor dracht is 5, Brem geeft vooral veel stuifmeel.

De struiken degraderen relatief snel, na de bloei voor de helft terug snoeien geeft de struiken nieuwe groeikracht en gaan ze langer mee. In geschikte milieus zaaien ze zich uit en ontstaan er nieuwe struiken.

Terug naar index

April 2019

De drachtplant van de maand april is Glechoma hederacae, Hondsdraf.

 


De Nederlandse naam heeft niets met de draf van een hond te maken, al zou je de snelle groei van de rank daar wel mee kunnen vergelijken, en de rank met de blaadjes lijkt verdacht veel op het spoor van een hond, het blad heeft wel iets weg van een pootafdruk.
Hondsdraf is een verbastering van de Gotische naam “Gondrave” wat wondrank betekend. De plant werd in de Middeleeuwen gebruikt om etterende wonden te behandelen.
Glechoma komt van het Griekse woord Glechon (een Munt- of Tijmsoort), naar de sterke geur die vrijkomt bij het wrijven van de bladeren.
Hederacae komt van Hedera wat rank betekend.

Hondsdraf kan bijna het hele jaar door bloeien, de hoofdbloei valt in april.
De plant groeit op een humusrijke grond in de zon of een licht beschaduwde plaats en is inheems in de gematigde streken van Europa en Azië, later door de mens verspreidt naar Noord Amerika, Australië en Nieuw Zeeland. Niet alleen in de natuur is het een prachtige bodembedekker, ook in een natuurlijke tuin is de plant een makkelijke groeier. Zorg er dan wel voor dat de Hondsdraf niet tussen andere bodembedekkers komt, de ranken zijn dan niet makkelijk te verwijderen omdat ze afbreken en weer doorgroeien. Als hondsdraf het naar de zin heeft wordt het een echte woekerplant en blijft er van anderen bodembedekkers niets over.

Verse Hondsdraf is ideaal als theekruid en heeft een sterke muntsmaak.
Het werkt ook tegen de jeuk die men krijgt van Brandnetels, vaak groeit Hondsdraf in de buurt van Brandnetels. Hondsdraf is een goede drachtplant voor hommels, honingbijen en veel soorten solitaire bijen, indicatie voor dracht: nectar en stuifmeel, code 3. In tuincentra zijn verschillende bonte soorten te koop, deze hebben over het algemeen meer zonlicht nodig maar bloeien minder rijk als hun groene soortgenoot.

Heel vroeger werden de naar munt ruikende bladeren in de bierbrouwerij gebruikt om het bier helderder en langer houdbaar te maken.
De Engelse naam Alehoof komt nog uit de Middeleeuwen toen de hondsdraf werd gebruikt om bier (Aal) te klaren. Een verwante toepassing was om bladeren van de hondsdraf toe te voegen aan vaten bier die mee gingen op lange zeereizen. Op deze wijze bleef het bier, dat toen niet gekoeld kon worden, beter op smaak.

Terug naar index

Maart 2019
De drachtplant van de maand maart is Eranthis hyemalis, Winterakoniet of Winterling.

 

 


Eranthis is een samentrekking van, er (voorjaar) en anthos (bloem). Hyemalis kan vrij worden vertaald als “typisch voor de winter”. De Nederlandse naam Winterakoniet hebben we te danken aan de Griekse mythologie. Cerberus, de driehoofdige hond werd door Hercules uit de onderwereld weggetrokken. Cerberus begon te blaffen toen hij het daglicht zag en terwijl hij blafte, vielen er kleine speekseldruppels op de grond rondom hem. De speekseldruppels veranderden in steen en uit die steen groeide de giftige Winterakoniet. Akoniet is afgeleid van het Griekse akónē of wetsteen.

De plant komt oorspronkelijk uit de bergen van Zuid-Frankrijk, via Italië tot in de Balkan en is ingeburgerd in West- en Midden-Europa. Al in de 15e eeuw werd de Winterakoniet op grote schaal aangeplant in tuinen van buitenplaatsen, kastelen, kloosters en landgoederen en is van daaruit verwilderd, en deel geworden van onze natuurlijke flora.

Winterakoniet groeit het best in een border waarin de grond niet bewerkt wordt. Plekjes tussen ruim staande heesters of onder een boom met een open kruin zijn daarom ideaal. De knolletjes kunnen tientallen jaren op dezelfde plek blijven staan.
Winterakoniet kent twee methoden van vermeerderen: Door zaad en door knolletjes. De knolletjes zijn in tuincentra te koop. Helaas stamt het grootste deel van de in de handel verkrijgbare Winterakoniet nog steeds uit exemplaren die in het wild, in met name Turkije worden verzameld.
In september planten op 10 cm diepte in goed losgemaakte grond. Voorkom uitdroging. Het is aan te bevelen de knolletjes voor het planten eerst een nacht in water te laten weken.
Vermeerderen uit zaad duurt veel langer, het duurt drie jaar voordat je uit zaad, bloeiende Winterakoniet hebt.
Per steel is er één nectarrijke bloem, die zich ’s ochtends opent en ’s avonds sluit. Bloeiperiode : januari-maart.
Wanneer de buitentemperatuur boven de 12 – 13°C uitkomt, zullen de eerste bijtjes en hommelkoninginnen het gele hartje van deze bloem proberen te veroveren op zoek naar verse nectar en pollen.
Voor solitaire bijen bloeit de Winterakoniet te vroeg.
Indicatie voor dracht: nectar en stuifmeel code 3
Na de bloei bemesten met wat organische meststof.

Door Winterakoniet te combineren met andere vroegbloeiers zoals sneeuwklokje (Galanthus), krokus (Crocus), witte bosanemoon (Anemone nemorosa) en Speenkruid (Ficaria verna), ontstaat er een voorjaarsbloemenpracht waarvan we samen met de vroege insecten kunnen genieten.

Terug naar index

Februari 2019
 
De drachtplant van de maand januari is Alnus glutinosaZwarte Els

 

 


Alnus glutinosaZwarte Els

Alnus stamt mogelijk van het Latijnse quod alatur amne (ik word door de stroom verzorgd), dus een liefhebber van waterrijke plaatsen. Een andere mogelijkheid is dat Alnus is afgeleid van het oud Keltische woord voor water alis. Glutinosa is afgeleid van het Latijnse gluten (kleverig), het heeft betrekking op de knoppen en de jonge bladeren. Zwarte els of Alnus glutinosa, is een veel voorkomende boomsoort.

Overal waar voldoende vocht aanwezig is, langs waterkanten, beek- en rivieroevers, broekbossen en moerassen kunnen we deze boom aantreffen. Alnus glutinosa heeft verschillende toepassingen in de bosbouw en de houtindustrie. Het oranje gekleurde hout is bestand tegen rot en wordt ook wel ‘Schotse mahonie’ genoemd. Elzenhout wordt onder water hard als steen. Het hout diende vroeger dan ook voor heipalen, funderingen, oeverbeschoeiingen en zinkstukken bij waterwerken. (half Venetië is gebouwd op elzen palen)De schors en bladeren van de boom hebben ook medicinale toepassingen Alnus glutinosa is waardevol voor vogels, omdat de kegels geleidelijk open gaan en de zaden zich de hele winterperiode lang verspreiden. De zaden zijn een betrouwbare voedselbron voor zaadetende vogels zoals sijsjes, putters en andere vinkachtige.

Elzenstuifmeel is matig allergeen en de zwarte els, die als een van de eerste boomsoorten al in de winter begint te bloeien, is dan ook een hooikoortsveroorzakende soort. Voor bestuiving is de Els aangewezen op de wind. De enige insecten die stuifmeel van de Els verzamelen zijn de honingbijen die in de winter als het even wat warmer wordt uitvliegen. De drachtcode voor stuifmeel is 1 en voor nectar zelfs 0. De Els vermeerdert zich door zaad. De vrouwelijke katjes, die in de herfst uitgroeien tot de houtachtige, kegelvormige proppen, bevatten bruine, 3 mm grote nootjes, die door wind en water worden verspreid. Het drijfvermogen van de zaden is prima door hun kurkachtige uitsteeksels en de met lucht gevulde holten. Ze kunnen via het water gemakkelijk naar allerlei plekken drijven. De zwarte els heeft, in knolletjes op de wortels, bacteriën, die in staat zijn stikstof uit de lucht te binden. Dit compenseert het stikstofgebrek dat drassige grond vaak vertoont. Hij wordt dan ook aangeplant om slechte grond te verbeteren of om erosie van rivieroevers te voorkomen.Elzenbladhaantjes, (Agelastica alni), kleine, blauwglanzende kevertjes en de larven van deze kevertjes, eten zijn bladeren. Dit kan bij sommige bomen zo erg kan zijn dat er geen gaaf blad meer aan de boom zit. Van sommige bladen is al het bladmoes verdwenen zodat alleen het bladskelet nog over is.

De bast, vruchten en bladeren zijn geschikt voor het maken van kleurstoffen.Het hout van de zwarte els kleurt na het kappen oranjerood. Hierdoor ontstond het bijgeloof dat de boom een kwade geest herbergt. Men dacht dat de boom bloedde, daardoor ontstond het bijgeloof dat hij de belichaming was van een boze geest: de Erlkönig (= ’elzenkoning’) bekend uit een oude Duitse legende. De mensen geloofden ook stellig dat er ‘s nachts rode vlammen rond het hout dansten. De els werd als een gevaarlijke en duivelse boom gezien: “Rood haar en elzenknoppen, daar kan de duivel zijn kousen mee stoppen..”, want ook personen met rood haar werden gewantrouwd.

De bladeren vallen in het najaar groen van de boom en kennen geen herfstkleur.Een Els die op jonge leeftijd wordt geknot groeit vaak uit tot een fantastische knotboom die je kan vergelijken met een knotwilg maar dan mooier, sierlijker en landschappelijk ook meteen waardevoller. Een Els die op een natuurlijke wijze tot boom kan uitgroeien is in de winter een van onze mooiste loofhoutbomen. Wanneer de bladeren zijn afgevallen zien we de rijpe elzenproppen en de donker paarse katjes die vroeg in het voorjaar gaan bloeien.

Terug naar index

Januari 2019

De drachtplant van de maand januari is Lamium album, Witte Dovenetel.

 


Lamium album, Witte Dovenetel

 

Het verspreidingsgebied beslaat Europa en gematigd Azië. In Noord-Amerika is de soort ingevoerd.Lamium is afgeleid van het Griekse woord lamos (muil of keelgat) en heeft betrekking op de muilvormige bloemkroon. Album betekent wit.
Er zijn verschillende bonte vormen die worden gekweekt als sier-kruidachtige vaste planten.De bladeren zijn evenals die van de brandnetel getand. De naam Dovenetel is hiervan afgeleid, hij brandt namelijk niet. Bovendien is het sap uit de bladeren van de Dovenetel te gebruiken om de pijn van het branden van een Brandnetel te verminderen. Hij ‘dooft’ als het ware de pijn.De zaden, nootjes, dragen een zogenaamd mierenbroodje, een oliehoudend aanhangsel, wit van kleur en een lekkernij voor de mieren. Deze nootjes worden door mieren versleept en zo verspreid.De jonge scheuten kunnen in soepen en salades worden verwerkt. Verder kan men deze samen met andere groenten als spinazie eten. De plant heeft een onaangename geur, maar die verdwijnt met het koken.Groeiplaatsen zijn vooral voedselrijke grond waaronder bermen, dijken, grasland, bossen, bosranden en onder heggen.Lamium album verspreidt zich door zaad en door middel van wortelstokken met ondergrondse uitlopers. De Witte Dovenetel bloeit opvallend lang door, bij zacht weer zelfs wel tot in de wintermaanden. Als drachtplant heeft de Dovenetel in de winter weinig of geen waarde omdat de meeste insecten ondergedoken zijn.De plant is de waardplant voor rupsen van nachtvlinders en een drachtplant voor hommels, solitaire bijen en honingbijen.
Indicatie voor de dracht code 2. Blijft insectenbezoek uit, dan is in deze homogame bloemen door de stand van de stempels ten opzichte van de helmknopjes zelfbestuiving mogelijk.In bepaalde streken in Engeland en ook in Friesland wordt de Witte Dovenetel ‘Adam en Eva in het prieel’ genoemd. Hou een bloemetje ondersteboven en je zal begrijpen waar die naam vandaan komt: op de bodem van de bovenlip liggen dan de twee lange meeldraden als twee menselijke figuren naast elkaar.

Terug naar index

 

December 2018

De drachtplant van de maand december is Achillea Millefolium, Duizendblad..

 



Duizendblad verwijst naar de heel fijn verdeelde bladen. Achillea is genoemd naar Achilles, de krijgsheld van Troje. Achilles redde zijn gewonde soldaten door de wonden met deze plant te behandelen. Millefolium verwijst naar de Latijnse woorden mille (duizend) en folium (blad).Duizendblad was in de zeventiende eeuw een populaire groente. De jonge bladeren werden als spinazie klaargemaakt of in soep gedaan. De bladeren zijn zoet met een iets bittere smaak. De jonge blaadjes kunnen ook in salades en sauzen worden gebruikt. Duizendblad werd vroeger, voordat de werking van hop ontdekt werd, gebruikt bij de bierbereiding.

De plant ( vooral de bloemschermen) bevat geneeskrachtige stoffen.
Behalve als medicijn kan Duizendblad ook worden gebruikt voor het verven van textiel.

Bloeitijd vanaf juni tot laat in het najaar. Duizendblad kan goed tegen droogte.
In de droge zomer van dit jaar heeft de plant zich extra goed kunnen ontwikkelen. Door de droogte was de concurrentie van gras en andere planten
minimaal. Dit is de reden dat we nu zo laat in het najaar overal in de bermen en weilanden de witte schermen van Duizendblad zien bloeien.

Duizendblad is in het voorjaar en in de zomer een goede drachtplant voor vlinders en wilde of solitaire bijen, de honingbij laat deze plant links liggen. Naast drachtplant is Duizendblad belangrijk als waardplant voor nachtvlinders.

Door de jaren heen zijn er veel variëteiten gekweekt in allerlei tinten rood roze en geel. De wilde en gekweekte soorten zijn allemaal uitstekende snijbloemen.
De plant komt algemeen voor in Europa en Noord-Amerika, heeft een typische op kamille lijkende geur en hoort tot de Composietenfamilie.
De plant wordt 15-50 cm hoog en vormt ondergronds wortelstokken en kan zich op die manier vegetatief verspreiden. Door deze eigenschap kan de plant in de tuin gaan woekeren en zelf in het gazon een plek opeisen.
Terug naar index

 

November 2018

De drachtplant van de maand november is Symphyotrichum lateriflorum.

 



Symphyotrichum lateriflorum ‘Lady in Black’ , Sluieraster.

Aster lateriflorus is een vroegere naam en de synoniem voor deze plant.

Namen veranderen vaak omdat er in een familie grote verschillen zijn die weer in groepen onderverdeeld kunnen worden. Linnaeus beschreef deze plant als Solidago lateriflorum. Gray herkende er meer dan een eeuw later de aster in en weer later splitste men de familie Symphyotrichum af van de Asters.
De plant is inheems in Amerika en komt voor in een verscheidenheid aan habitats, voornamelijk lage natte bossen, weiden, natte prairies en wegbermen. In Nederland komt de Symphyotrichum verwildert langs de grote rivieren voor.
‘Lady in Black’ heeft uniek donkerpaars blad. Bladeren blijven aantrekkelijk gedurende het groeiseizoen. Een groot deel van het jaar staat deze zwarte dame rustig als een donkere gedaante in de tuin om dan laat in de herfst een explosie aan roze bloemetjes te geven. Een welkome drachtplant zo laat in de herfst. De bijen kunnen er nog stuifmeel op halen wat voor de jonge winterbijen nodig is om hun eiwitvetlichaam te vormen dat zorgt voor een lang winterleven. Een deel van het late stuifmeel wordt opgeslagen in de raten om in het voorjaar aan de larfjes te voeren.
Symphyotrichum lateriflorum gedijt het best in vochtige, goed gedraineerde grond in de volle zon tot halfschaduw en kan tot 120 cm hoog worden.
De hoogte kan beperkt worden door de planten in de late lente een keer te toppen.
Geef deze late herfstbloeier een plek in de border die ook vanuit huis goed te zien is , zo kunt u er ook van genieten als het weer wat kouder gaat worden. De vele kleine bloemetjes trekken veel insecten aan. U kunt de bloemen ook uitstekend als snijbloem gebruiken.
Vermeerderen gaat heel eenvoudig, gewoon scheuren en als je er te veel krijgt, gewoon uitdelen.
Op onze bijenmarkt is naast deze “Lady in Black” ook een witte variant te koop.

Terug naar index

Oktober 2018De drachtplant van de maand oktober Zinnia elegans.

 



Zinnia elegans.

Het geslacht werd door Carl von Linné genoemd naar de Duitse botanicus Johann Gottfried Zinn.
De tweede naam elegans lijkt op het Nederlandse woord elegant en betekend sierlijk of smaakvol, elegans kan ook uitverkoren betekenen.
Zinnia is inheems in Mexico en vandaar verspreidt over een groot deel van de wereld.
Het is een eenjarige plant die gemakkelijk uit zaad te kweken is. Vroeg in het voorjaar zaaien onder glas of eind april begin mei in de volle grond.
Let in het begin wel op slakkenvraat, als de planten groter zijn blijven de slakken van de planten af omdat ze dan een stugge beharing hebben op stengels en bladeren.
Zinnia is een sterke tuinplant die ook lang in de vaas goed blijft. Regelmatig een bosje bloemen snijden is goed voor de planten, ze vertakken beter en geven zo meer bloemen tot diep in de herfst. Die late bloei is dan weer goed voor de insecten die er nectar en stuifmeel op halen. De drachtcode voor nectar en stuifmeel is 1, dit is laag maar het is in een tijd van schaarste dus toch een welkome aanvulling vooral voor insecten die in hun eentje moeten overwinteren.
De bloemblaadjes zijn eetbaar en kunnen in een salade worden gebruikt om er wat kleur aan toe te voegen. Daarnaast kan er thee worden gezet van de bloemblaadjes en van gedroogd zinnia zaad.
Zinnia is een gemakkelijke tuinplant die een standplaats in de volle zon nodig heeft om mooi te bloeien. De grond dient voedsel- en humusrijk te zijn en goed af te wateren want deze tropische plant houdt niet van natte voeten. Plant Zinnia’s niet te dicht bij elkaar want anders blijven de bladeren te lang vochtig en treedt meeldauw op.
Zinnia is als zaad verkrijgbaar in tuincentra. Er zijn prachtige hybriden en cultivars te koop, de keuze is haast onuitputtelijk.

Terug naar index

September 2018

De drachtplant van de maand september Japanse duizendknoop, Fallopia japonica
Familie van rabarber, zuring en bruidssluier.

 

 



Japanse duizendknoop, Fallopia japonica.
Familie van rabarber, zuring en bruidssluier.

Rond 1829 is de plant ingevoerd in Europa als sierplant. Pas na 1950 heeft grootschalige verwildering plaats gevonden. Het dumpen van tuinafval heeft waarschijnlijk geleid tot deze massale verwildering. De wortels en scheuten van de plant kunnen door scheuren in de fundering huizen binnen groeien, door asfalt heen breken en rioleringen en drainagebuizen beschadigen. Een begroeiing met Fallopia is in ecologisch opzicht armer dan een veld maïs. Bestrijding door: Ten eerste, maaien, denk hierbij aan “De aanhouder wint” eenmalig ingrijpen is zinloos. Ten tweede, bedekken, dit kan met kleinere stukken, hierbij de randen goed controleren.Ten derde, varkens inzetten voor begrazing, ook al vinden ze de plant niet zo lekker, het helpt wel. Vermeerderen gebeurt vooral door verspreiding van delen van de plant, stukjes wortel van maar een paar gram kunnen tot een nieuwe plant uitgroeien. In Engeland wordt inmiddels al de bladvlo Aphalara itadori vrij succesvol uitgezet om de duizendknoop te bestrijden, Dit is ook een exoot uit Japan en is het nu verstandig om die hier binnen te halen? Vooral overheden moeten zich inzetten om te voorkomen dat de plant zich kan verspreiden of kan uitbreiden. De kans is reëel dat de natuur zelf ons ooit de beste bestrijdingsmethode voor Fallopia aanreikt, bijvoorbeeld in de vorm van een ziekte of een schimmel. Maar niet alles is negatief aan de Japanse Duizendknoop. Het is een goede drachtplant die bloeit in augustus en september, maanden waarin er voor insecten weinig te halen is. De drachtcode voor stuifmeel en nectar is 3. Fallopia heeft bamboe-achtige stengels die mooi zijn om te verwerken in de bloemsierkunst. Als ze in de winter geknipt worden, zijn ze voldoende afgestorven en kunnen ze niet meer uitschieten. Jonge scheuten van de Japanse Duizendknoop zijn goed te eten, de smaak lijkt enigszins op Rabarber en er zitten mineralen, vitamine A en Resveratrol in, een stofje dat helpt hartaandoeningen en kanker te voorkomen. “If you can’t beat it then eat it”. De voordelen wegen niet op tegen de nadelen. Je kunt de plant beter niet in de tuin hebben.
Terug naar index

 

Augustus 2018

De drachtplant van de maand augustus is Silphium perfoliatum, Zonnekroon.

 



Silphium perfoliatum, Zonnekroon.
Andere namen zijn: Bekerplant, Indiase beker, Silphie.

De naam Silphium komt van de Griekse naam Silphion die wordt gebruikt voor een Noord-Afrikaanse harshoudende plant. Het gedroogde sap kan als een soort kauwgom gebruikt worden. Inheemse Amerikanen zouden het harsachtige sap verzamelen dat uit de plant werd uitgestoten. De hars werd gebruikt voor een kauwgom om de adem op te frissen.
De tweede naam `perfoliatum heeft betrekking op een zittend blad of schutblad dat de stengel volledig sluit en het lijkt of die er door wordt geboord. Bij de Zonnekroon zijn het de tegenovergestelde bladparen die met elkaar verbonden zijn aan de stengel en zo een beker vormen. ( latijn: Perfoliatum = omringd door bladeren)
Als de hoofdbloem is uitgebloeid ontstaat er een krans van kleinere bloemen
omheen die samen een gouden kroon vormen, vandaar de naam Zonnekroon.
De plant is inheems op de prairies van de USA.

Drachtplant voor hommel, bijen en vlinders. Indicatie voor dracht code 3. Bloeitijd juli tot en met september, hoogte tot 2.5 meter.

Zonnekroon is een vaste plant die jaren achtereen op de zelfde plaats kan blijven staan. Het eerste jaar na het zaaien is onkruidbestrijding belangrijk omdat de Zonnekroon niet meer dan een rozet vormt en niet hoog wordt. De daarop volgende jaren kunnen de planten het onkruid verdringen en kan er wel 10 tot 15 jaar achtereen geoogst worden. Het is een goed alternatief voor Mais, voor gebruik als diervoeder of biomassa. Vanwege de late bloei is het een welkome aanvulling als drachtplant voor allerlei insecten.
De honingopbrengst van 1 ha Zonnekroon kan 150 kg per jaar zijn.
Zonnekroon kan zich beter als mais aanpassen aan droge locaties, omdat het, in tegenstelling tot maïs, zijn vocht niet alleen uit de grond, maar ook uit de bladkommen kan afleiden. De planten kunnen doordat ze jaren achtereen blijven staan tot grote diepte wortelen en zo diepliggend (grondwater) water aan.
Vanaf het tweede jaar produceert zonnekroon tussen 13 en 20 ton droge stof (biomassa) per hectare.
Vanaf het tweede jaar is geen onkruidbestrijding meer nodig omdat de planten de grond volledig bedekken. Dierlijke plagen zijn onbekend in Centraal-Europa, er is dus ook geen insecticide nodig, deze combinatie aan eigenschappen is goed voor het milieu,

De plant heeft een hoge ecologische waarde en is met name geschikt als energieteelt vanwege de lage onderhouds eisen en hoge biomassa- en biogasopbrengsten. Het gewas is ongeveer 15 jaar productief. In Duitsland zijn de laatste jaren veel veldproeven opgezet met gunstige resultaten.

De bladeren zijn tegenover staand en met elkaar vergroeid zodat er een beker ontstaat die water opvangt en zo een drinkplaats vormt voor vogels en insecten. In droge tijden kan de plant zelf ook van dit water gebruik maken.

De Zonnekroon kan men vermeerderen door scheuren of door zaaien. Bij het zaaien is de tijd van het jaar belangrijk, de zaden hebben een lange tijd van lage temperatuur nodig om te kunnen kiemen ( Koude kiemer ) In het voorjaar en gedurende de zomer van het eerste jaar is onkruidbestrijding van groot belang omdat de planten het eerste jaar niet hoog worden maar een rozet vormen.

Voor huisdieren zoals konijnen, cavia’s, schapen of geiten is het ideaal als groenvoeder.

Terug naar index

 
 

Juli 2018

De drachtplant van de maand juli is de Reuzenberenklauw,(Heracleum mantegazzianum).

 



 

Heracleum is genoemd naar de god Heracles of Hercules, vanwege de grootte van de plant en de grote geneeskracht, die men haar toeschreef. Mantegazzianum is genoemd naar Paolo Mantegazzi, een Italiaanse natuurhistoricus (1831-1910). Een 2 tot 4 jarige overblijvende plant die na de vruchtzetting afsterft.
Bloeitijd juni tot september met grote witte schermen van wel 50 cm doorsnede.Een prachtige decoratieve plant die om deze reden vanuit Zuid-West Azië naar Europa is gehaald. De plant kan wel 3 meter hoog worden.
Verwarring is mogelijk met de inheemse gewone berenklauw (Heracleum sphondylium), maar deze is veel kleiner (tot 1,5 m).

De Reuzenberenklauw is een goede drachtplant voor allerlei insecten waaronder de honingbij, drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5. Invasieve niet-inheemse planten, zoals Reuzenberenklauw zijn steeds vaker de oorzaak van bezorgdheid. Ze leiden tot de afname van inheemse biodiversiteit.
De Reuzenberenklauw probeert vanuit België ons land te veroveren, Als je met de trein of via de autosnelweg reist, kan je er niet meer naast kijken!
De plant verdringt met zijn grote bladeren de omliggende vegetatie en zaait zich makkelijk uit.
Het sap van de Reuzenberenklauw geeft in combinatie met zonlicht ernstige huidirritaties die kunnen leiden tot brandblaren. Sap in de ogen kan blindheid veroorzaken.
De plant is vooral gevaarlijk voor spelende kinderen, de grote bladeren als parasol, holle stengels voor fluitjes of verrekijkers, verstoppertje spelen tussen de planten.
Het contact met de plant is volkomen pijnloos, de meeste slachtoffers blijven rustig in de zon omdat de brandwonden ( roodverkleuring of blaren ) pas optreden na een kwartier tot twee uur.
Deze gevaren en het feit dat de Reuzenberenklauw een invasieve exoot is en inheemse vegetatie verdringt is de reden dat het soort op de EU-lijst van invasieve exoten is gezet.
Reuzenberenklauw staat sinds augustus 2017 op de Unielijst van invasieve exoten. Een soort die op de EU-lijst staat, mag o.a. niet meer worden verhandeld, niet verplaatst, en mag zich niet voort kunnen planten. Verder geldt voor lidstaten de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen, te verwijderen, of als dat niet lukt, zodanig te beheren dat verspreiding en schade zo veel mogelijk wordt voorkomen.

Staatsbosbeheer laat in de Flevopolder een afgerasterd gebied begrazen door schapen om op deze manier de Reuzenberenklauw te bestrijden.
Het gaat om rassen die graag Reuzenberenklauw eten zonder er last van te hebben.
De zaden van de Reuzenberenklauw kunnen wel 15 jaar kiemkrachtig blijven, we zijn dus nog lang niet van dit soort af.
Terug naar index

Juni 2018

De drachtplant van de maand juni is de Akkerdistel (Cirsium Arvense).
 



 

Akkerdistel, Cirsium Arvense
Cirsium is afkomstig van het Griekse woord Kirsos, dat “gezwollen ader” of “spatader” betekent. Distels werden vroeger als remedie hiertegen gebruikt.
Arvense komt van Arvum (Latijn) en betekent “akker”, wat slaat op de groeiplaats. Net zoals het eerste deel van de Nederlandse naam.

De Akkerdistel komt van oorsprong voor in Europa en Azië, maar is inmiddels over alle gematigde streken van de wereld verspreid. De plant is een echte cultuurvolger en is te vinden overal waar de mens actief is.

Bloeitijd van juni tot en met september.
De plant wordt vanwege de aanwezige nectar door de honingbij, vlinders, hommels en solitaire bijen bezocht. Indicatie voor nectar en stuifmeel is 5.
Hiernaast bieden de lastig toegankelijke distelhaarden broedplaatsen aan meerdere vogelsoorten, onder meer putter, vink en veldleeuwerik.

De Akkerdistel maakt ondergrondse stengels (wortelstokken). Stukjes wortelstok kunnen weer een plant vormen, waardoor de plant een zeer lastig onkruid is. Ze wordt dan ook wel boerenplaag genoemd.
Als men deze planten ongemoeid laat, sterven ze na een aantal jaren af; veel grondbewerking zorgt voor een nieuwe ontwikkeling.

Een andere methode om de Akkerdistel klein te krijgen is de planten een aantal jaren na elkaar door maaien kort te houden en zo uit te putten.

De Akkerdistel is te vinden in ruigten en op ruderale, voedselrijke, zandige, vochtig tot droge standplaatsen. Zelfs als de bodem zout bevat is dat geen bezwaar voor de Akkerdistel vandaar de de plant zich veel liet zien in jongen polders.

Paardenmest en handenarbeid: de oorsprong van een wet uit 1887
De distelwet is gebaseerd op verordeningen van lang voor de mechanisatie van de landbouw, toen landbouwers nog veel handwerk verrichtten op het land. Stekels van distels kunnen diepe wondjes veroorzaken. Voeg daarbij de toen nog veel gebruikte paardenmest en er is een grote kans op een infectie met tetanus. Een ziekte waartegen toen geen remedie bestond: de boer of landknecht stierf eraan. Die drie factoren – handenarbeid, paardenmest en onmacht tegen tetanus – zijn vandaag niet meer geldig. Het land wordt mechanisch bewerkt, paardenmest wordt nauwelijks nog gebruikt. Tegen tetanus kun je je laten inenten.
Maar de haat en de aversie tegen distels is wel gebleven. Zolang de distelwet geldt, mag je de gewraakte soorten niet in je tuin laten bloeien. Je wordt er vast over aangesproken door je buren of door het stadsbestuur, of je nu in de stad woont of op het platteland, de ‘distelwet’ stelt dat “Iedere eigenaar, huurder, pachter etc. verplicht is de bloei, zaadvorming en uitzaaiing van schadelijk geachte distels met alle middelen te beletten”.

In nieuw verworven natuurgebieden kan de Akkerdistel nog veel voorkomen.
Gelukkig geeft dit weinig of geen overlast en kan de plant zijn gang gaan. Insecten en vogels doen daar hun voordeel mee en na een paar jaar zijn de distels verdwenen en hebben plaats gemaakt voor andere planten.

Tot slot een oude spreuk:
distels maaien is distels zaaien
distels plokken is distels lokken
distels laten staan is distels dood laten gaan
distels uitsteken is distels de nek breken.

 

Terug naar index

Mei 2018
 
De drachtplant van de maand mei is de Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum).
 



 

Aesculus hippocastanum, Paardenkastanje
De naamgeving ‘Paardenkastanje’ en Hippocastanum duidt op het gebruik van kastanjes voor paarden; Esca ( Aesculus)= eten, Hippos = ros, paard, castanum = kastanje.
Paardenkastanjes zijn voor de mens niet eetbaar, voor herten, reeën en wilde zwijnen echter zijn ze een populair wintervoer en ook paarden kunnen ze eten.
Turken gaven de vruchten aan hun merries te eten, wanneer deze een veulen verwachtten en ook aan paarden om ze van de hoest, kortademigheid en zweten te genezen.
De kastanjes worden medische toegepast tegen verschillende kwalen.
Een wijdverspreid volksgeloof was dat het in de zak dragen van de vruchten van de Paardenkastanje zou beschermen tegen jicht, reumatiek en rugpijn.

De boom komt van nature voor in de Balkan en is van daaruit over heel Europa verspreid. De eerste Kastanje in Nederland werd geplant in de Leidse Hortus in 1608. Oude bomen kunnen een omtrek van meer dan 5 meter en een hoogte van 25 meter halen.
De Paardenkastanje is een boom die veel ruimte nodig heeft en vaak geplant werd in parken en bij boerderijen om schaduw te geven. De witte Paardenkastanje bleef eeuwenlang vrij van aantastingen, maar sinds 2002 is de kastanjemineermot een plaag en sterven vanaf ongeveer dezelfde tijd veel bomen aan de kastanjebloedingsziekte. De larve van de nachtvlinder Paardenkastanjemineermot mineert in de bladeren van de witte Paardenkastanje. De bladeren kleuren dan bruin en vallen af. Dit verzwakt de boom en kan, na verloop van tijd, de dood betekenen voor deze boom. Deze nachtvlinder, oorspronkelijk afkomstig uit China, rukt op vanuit Oost- en Centraal-Europa.
De eieren van de kastanjemineermot worden door de vlinder op het blad gelegd. Na enkele weken komen deze uit. De larven vreten het bladmoes op waardoor de kenmerkende mijnen in het blad ontstaan. De mijnen zijn bruin verdorde vlekken in het blad, doordat er meerdere mijnen in een blad zitten verkleurt het gehele blad en valt af. Bij een zware aantasting kan de Paardenkastanje zijn blad al in de zomer kwijt raken. Wanneer een Paardenkastanje jaar na jaar zwaar wordt aangetast treedt verzwakking op. De kastanjebloedingsziekte wordt veroorzaakt door een bacterie die de bast infecteert. Hierdoor verschijnen kleine roodbruine vlekken op de bast waaruit vloeistof kan druppelen. Deze vloeistof verspreidt zich over stam en takken en geeft zwarte vlekken. Het bastweefsel wordt aangetast waardoor scheuren in de bast ontstaan. De boom probeert de ontstane wonden te overgroeien.
Bij zwaar aangetaste bomen valt de conditie sterk terug en deze zullen uiteindelijk afsterven.
Er is nog onvoldoende bekend over deze bacteriële infectie waardoor er nog geen goede bestrijdingsmethoden bekend zijn.

De drachtcode voor de paardenkastanje staat aangegeven als 5 voor nectar en 5 voor stuifmeel. Dit is de hoogste waarde die voor de drachtcode wordt gegeven. Voor stuifmeel van de Paardenkastanje is dit merkwaardig:
In bijenhouden van december 2010 schrijven Henk van der Scheer en Mari van Iersel een artikel over stuifmeel en wordt het stuifmeel van de Paardenkastanje aangemerkt als giftig. Dit lijdt meestal niet tot problemen omdat bijen in het voorjaar een grote verscheidenheid aan soorten stuifmeel binnen halen, maar waarom dan toch zo’n hoog cijfer?

Juni 2020

De drachtplant van de maand juni is Pyracanthus coccinea, vuurdoorn



Pyracantha angustifolia, Pyracantha coccinae, Vuurdoorn.

De geslachtsnaam van Vuurdoorn is de van het Griekse afgeleide “Pyracantha”. Het eerste deel daarvan komt van “pyros” en betekent “vuur. Het tweede deel van de naam komt van “Acantha” en betekent doorn. Vuurdoorn dus.
Angustifolia betekent smalbladig. Coccinea betekent karmijnrood.

De Vuurdoorn komt oorspronkelijk uit een gebied vanaf Zuid-Europa tot Centraal China en de Himalaya’s en is al sinds de zestiende eeuw als sierheester in cultuur.
Vuurdoorn is een hele sterke, groenblijvende struik met scherpe doornen.
Het is eigenlijk geen klimplant, valt onder de heesters, maar is wel goed toepasbaar als leiplant en kan dan tot wel 4 meter hoog worden.

Merels en Kramsvogels zijn dol op de bessen.
De besjes zijn overigens niet giftig voor mensen, maar ook niet erg lekker en kunnen voor maagklachten zorgen.

Vuurdoorn verlangt een zonnige plaats, is geschikt als solitaire heester,  leiplant tegen een gevel en als haagplant. In het laatste geval is snoei extra belangrijk zodat een dicht vertakte haag ontstaat. De takken geven dan steun aan elkaar waardoor de plant niet gaat hangen. Een letterlijk ondoordringbare haag is het resultaat. Vooral op plaatsen die inbraak gevoelig zijn is dit een uitstekende afscheiding.
Net als alle vroeg bloeiende heesters kan een Vuurdoorn na de bloei (mei – juni) worden gesnoeid en geleid, later kan ook, dan is ook al te zien waar de bessen komen en kunnen de mooiste takken gespaard worden.  Aan de zonzijde komen de meeste bessen. Ook tijdens de zomer en in het najaar, als de vruchten al mooi kleuren, kun je doorgaan met het weghalen van takken die in de weg zitten of voor het begroeien van de muur of schutting niet nodig zijn. Door deze manier van snoeien en leiden zie je soms mooie kunstwerken ontstaan.

Door de dichte takkenstructuur en de vele doorns is de vuurdoorn een ideale struik voor vogels. Ze kunnen zich hier schuil houden voor sperwers en katten. Ook maken Merels, Winterkoninkjes en Heggenmussen er hun nest in. Huismussen gebruiken de struik graag als sociale ontmoetingsplaats.

De bloemen worden bezocht door Honingbijen, Wilde bijen, Zweefvliegen, Vlinders en Hommels. Omdat de Vuurdoorn bloeit direct na de voorjaarsbloei en voor de bloei van de Linde is het vaak een goede drachtplant.
Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5.

De Vuurdoorn kan gezaaid worden maar met cultivars weet je nooit hoe de planten er uiteindelijk uit gaan zien. Voor de winter zaaien geeft het beste resultaat. Vuurdoorn kan in de periode mei – juni heel gemakkelijk gestekt worden, gewoon in de volle grond op een plekje in de schaduw.

Terug naar index

Mei 2020

Rosmarinus officinalis, Rozemarijn.

De drachtplant van de maand mei is Rosmarinus officinalis.



Rosmarinus officinalis, Rozemarijn.

De botanische naam Rosmarinus betekent letterlijk: dauw der zee. Deze naam verwijst waarschijnlijk naar het feit dat de altijd groene struik met name langs de kust groeide.  Een andere verklaring omtrent de herkomst van de naam is dat deze afgeleid zou zijn van de Griekse woorden “rhops” (struik) en “myrinos” (balsemachtig), verwijzend naar de aromatische geur van Rozemarijn. De tweede naam officinalis staat bij veel kruiden die men vroeger in de apotheek gebruikten.
Bij de Egyptenaren en de Grieken was dit het kruid van de liefde en “Niet vergeten”.  Rozemarijn zou ook het geheugen versterken. Ook  werd het gebruikt als versiering bij bruiloften en bij begrafenissen.
In oude kruidenboeken schrijven auteurs haast mythische krachten toe aan Rozemarijn. De plant beschermde tegen kwade geesten en werd aan doden meegegeven bij de begrafenis. Maar rozemarijn kon ook de mens jong en vruchtbaar houden, dus bij bruiloften nam rozemarijn zeker een belangrijke plaats in.

Rozemarijn verspreidt een sterke geur en is net als Lavendel geschikt voor geurzakjes in badkamer en linnenkast.Als keukenkruid is Rozemarijn geschikt voor Italiaanse gerechten, vleesgerechten, soepen en gebakken aardappeltjes.
Rozemarijn kan aan heel veel theemengsels worden toegevoegd, geeft een verfrissende smaak aan allerlei soorten thee.
Rozemarijn kan als vervanger dienen voor echte wierook, het is één van de oudste wieroken.
In landen als Spanje, Frankrijk en Marokko kweekt men de plant op grote schaal, voor medicinale en culinaire doeleinden, voor de parfumindustrie en als tuinplant. In deze landen kunnen de imkers Rozemarijnhoning winnen  Deze honing heeft de uitgesproken geur van Rozemarijn.

Omdat Rozemarijn wintergroen is, kan er eigenlijk het hele jaar door vers van het smakelijke blad worden geoogst. De geur van de blaadjes komt vrij als ze worden gekneusd. In de Zuid-Europese keukens is rozemarijn een van de onmisbare basiskruiden. Het heeft bovendien een pijnstillende werking en bevordert een goede bloedsomloop.

Geef de plant een plekje in de volle zon en een goed gedraineerde grond in bijvoorbeeld een rotstuin.
Rozemarijn is uitermate geschikt als kuipplant en verdient een plaatsje op terras of balkon. Na een jaar of 3 geeft de plant mooie blauwe bloemen die van april tot juni bloeien. Na de bloei kunnen de langste taken terug geknipt worden om de plant te verjongen. Rozemarijn is makkelijk te drogen en kan zo lange tijd bewaard worden.

Houd er rekening mee, dat Rozemarijn van oorsprong een mediterrane plant is, en bescherm de plant tegen strenge vorst. In de volle grond verdraagt de plant een temperatuur van 10 graden onder 0.

Rozemarijn is een drachtplant vooral voor Hommels en solitaire bijen. De honingbij foerageert liever op andere planten die meer nectar en stuifmeel opleveren, vooral omdat hier in Nederland geen grote hoeveelheden bij elkaar staan.

Rozemarijn is te vermeerderen door zaaien en stekken maar dit is niet makkelijk en omdat er meestal maar enkele planten nodig zijn is kopen vaak de beste oplossing.

Rozemarijn is elk jaar op onze bijenmarkt te koop.

Terug naar index

April 2020

 

De drachtplant van de maand april is Mahonia aquifolium.



Mahonia aquifolium, Mahoniastruik.

De naam Mahonia is afgeleid van de persoonsnaam McMahon, een botanicus en heeft niets te maken met de houtsoort Mahonie, aquifolium is afgeleid van het Latijnse acus (= naald) en folium (= blad) en betekent met scherpe bladeren. De plant wordt ook wel druifstruik genoemd vanwege de trossen blauwe bessen.
Mahoniehout is oorspronkelijk afkomstig uit West-Indië van de plant Swietenia mahagoni, een boom die wel 30 meter hoog kan worden en  die weer genoemd is naar de Nederlander van Swieten.
Mahonia aquifolium is oorspronkelijk afkomstig uit het westen van Noord-Amerika, plaatselijk ingeburgerd in o.a. Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland, België en Nederland en verwilderd door verspreiding van de zaden door vogels.
Het stekelige groene blad van Mahonia aquifolium verkleurt vaak naar een bronskleur in de winterperiode.

In de periode maart-april verschijnen de gele bloemen.  Ze verspreiden bij warm weer een opvallende zoete geur.  Het zal voor de bijen dan ook niet zo’n groot probleem zijn om de gele bloem pluimen op de geur te vinden. Je treft er bij warm zonnig weer bijna altijd bijen op aan.  Na de bloei vormt Mahonia aquifolium grijs-blauw berijpte bessen. Het vruchtvlees van de bes is eetbaar, maar de pitten in de bes zijn giftig. Evenals de wortel. Dus voorzichtig bij gebruik. Vogels zijn gek op de bessen, ze hebben een snelle spijsvertering zodat ze het vruchtvlees verteren maar de giftige bessen niet, die verlaten het lichaam samen met de ontlasting. Mahonie komt van nature voor op droge grond in naaldbossen.

De standplaats voor  Mahonia aquifolium: halfschaduw tot schaduw, dus een geschikte plek is gedeeltelijk onder bomen. Mahonia aquifolium is goed winterhard. Doordat de plant het blad in de winter behoud ontstaat er geen kale plek in de tuin. Het groen van de Mahonia kan in bloemwerk ( kerst ) gebruikt worden.

Mahonia struiken krijgen op den duur wat kale takken. Snoei ze daarom regelmatig. Dat verjongt de struiken.
Takken die aan de onderkant kaal zijn geworden, kunnen na de bloei in maart tot 30 à 40 cm boven de grond teruggesnoeid worden. Indien alle takken in één keer verwijderd worden, duurt het wel een paar jaar voordat de plant weer gaat bloeien. Alternatief, haal per keer 1/3 van de takken weg. Bij het snoeien is te zien dat het hout een mooie gele kleur heeft.

De bloemen worden vooral door hommels en solitaire bijen bevlogen, maar ook onze honingbij weet de geurende bloemen te vinden. Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5.

Terug naar index

 
Maart 2020

De drachtplant van de maand maart is Skimmia japonica.



Skimmia japonica

De naam Skimmia is een Latinisering van de Japanse volksnaam Shikimi.
De plant is afkomstig uit Oost-Azië en is rond 1860 vanuit China naar Frankrijk gebracht.
Tijdens de bloei geeft de Skimmia een fijne en zoete geur.
De bloeitijd valt in de maanden maart en april maar de plant staat de hele winter met mooie donkerrode knoppen en is dan een sieraad voor elke tuin. De takjes met bloemknoppen zijn geliefd met kerst in bloemstukjes, ze blijven dan wekenlang fris. Het is een winterharde groenblijvende heester.
Skimmia is een drachtplant voor bijen en hommels, de code voor nectar en stuifmeel is 5.

Skimmia heeft het liefst een plaatsje waar niet te veel zon komt, bij te veel zon krijgen de bladeren een gele kleur en staan ze er niet fris bij.
De grond mag een beetje aan de zure kant zijn. Het is goed om bij het planten wat tuinturf door de grond te mengen. In het voorjaar bijmesten met wat organische mest.
De plant is ook geschikt voor in een pot en staat dan mooi op een balkon of terras. Zorg er dan wel voor dat de plant niet verdroogd, regelmatig verpotten met wat licht zure grond zal de plant goed doen.

Skimmia kan men vermeerderen door stekken. Meen hiervoor in de zomer uitgegroeide jonge scheuten, stek ze in potgrond en bescherm de stekjes met een plastic kapje tegen te veel verdampen.

Skimmia is dit jaar op de bijenmarkt te koop.

Terug naar index

Februari 2020

 

De drachtplant van de maand februari is Cornus mas, Gele kornoelje.



Cornus mas (Gele kornoelje)

Cornus is afgeleid van het Griekse kranaos (hard), vanwege het harde hout of de harde steenvrucht,  Mas betekent mannelijk. Het harde hout werd vroeger veel gebruikt voor houten raderen, tandwielen, wandelstokken en hamerstelen. In het oude Griekenland werd Kornoeljehout gebruikt om er bogen van te maken.
De Gele Kornoelje is inheems in bergachtige streken in Klein Azië, Zuid en Midden Europa en de Kaukasus. Cornus mas staat in Nederland op de rode lijst.
Cornus mas wordt vaak in plantsoenen, groenstroken en tuinen aangeplant om zijn vroege bloei en zijn bessen. Geef de planten een plaatsje in de zon of half schaduw en zorg voor een kalkrijke grond.
Bloeitijd februari maart met trosjes kleine gele bloemetjes. Als de eerste bloempjes open zijn kunnen de takken ook binnen in een vaas verder in bloei komen en zeker een week mooi blijven. In het najaar verschijnen de rode vruchten en kleuren de bladeren geel en roodbruin.
Als de temperatuur mee zit is de Gele Kornoelje een goede drachtplant voor Hommels en Honingbijen. Drachtcode voor nectar en stuifmeel is 4.
De bes is een steenvrucht, de eivormige, 1-2 cm lange bessen zijn glanzend rood en enigszins sappig. Ze zijn eetbaar, maar hebben een wrange smaak. In de bessen zit een vrij grote pit. Met wat suiker toegevoegd zijn de bessen geschikt voor jam en sap. Het verwerken van de vruchten is al lang bekend. De oude Grieken en Romeinen hebben Kornoeljes bessen net als olijven, in zuur ingemaakt. In de Middeleeuwen werd de Gele Kornoelje in kloostertuinen gekweekt en verwerkt tot likeur en brandewijn. Pitten van Kornoelje werden vroeger wel geroosterd en gemalen om te gebruiken als surrogaatkoffie met een op vanille-lijkende smaak. In Wiener melange worden geroosterde en gemalen pitten van de Gele Kornoelje vermengd met koffiebonen voor een speciaal vanille aroma.
Gele Kornoelje wordt ook als vruchtboom in een voedselbos aangeplant. Rassen met grote vruchten zijn Jolico, Kasanlak en ‘Schonbrunner Gourmet’. Voor een goede vruchtzetting is het belangrijk om verschillende variëteiten aan te planten in verband met kruisbestuiving.
Cornus mas is een kleine meerstammige boom of grote struik met een dichte, ronde vorm, langzaam groeiend en kan even breed als hoog worden. Oudere stammen van de gele Kornoelje zijn grijsbruin en afbladderend, jonge twijgen zijn groen.
De naam Gele Kornoelje wordt ook wel gebruikt voor een andere soort, een Cornus met geel hout. Gebruik daarom bij het aankopen de Latijnse naam  “ Cornus mas ” en beschrijf de plant als winterbloeiend met gele bloempjes en eetbare bessen.
Aan de Kornoelje vruchten worden geneeskrachtige eigenschappen toebedeeld, gunstige effecten op veel maag- en darmkwalen.
Cornus mas kan men vermeerderen door afleggen, hierbij worden lange dunne takken naar de grond gebogen, een beetje ingegraven en vast gezet. Na enkele jaren zijn ze geworteld en klaar om te verplanten. Een andere manier is de pitten in het najaar te zaaien, na een koude rustperiode zullen ze kiemen.

Cornus mas is dit jaar op de bijenmarkt te koop.

Terug naar index

Januari 2020

 

De drachtplant van de maand januari is Erica x darleyensis, Winterheide.



Erica x darleyensis (Winterheide)

Erica is de oude Griekse naam voor Heide.  Darleyensis is afgeleid van Darley Dale een plaats in Engeland. De letter x tussen de twee namen wil zeggen dat het een kruising is tussen soorten.
Erica x darleyensis is een natuurlijke kruising, waarschijnlijk tussen Erica carnea en Erica erigena. De zaailingen werden eind negentiende eeuw ontdekt op een kwekerij  in Darley Dale , Derbyshire, Engeland. Uit deze planten zijn weer allerlei cultivars ontstaan en in de handel gebracht.

Qua standplaats is Heide niet erg veeleisend. De planten gedijen het best op een zonnige plaats die goed afwatert maar in de zomer toch voldoende vochtig blijft. Heide groeit natuurlijkerwijze op een arme grond, alhoewel een aanvulling van turf of heidegrond aanzienlijk zal bijdragen tot een betere groei en bloei. Geef Heide zeker geen kunstmest, eventueel een klein beetje gedroogde koemest in het voorjaar is al voldoende.

Heide komt het beste tot zijn recht wanneer ze in groepjes aangeplant worden. Heideplanten zijn laagblijvende bodembedekkers, die om weinig onderhoud vragen. Het zijn zuurminnende planten. Bij het aanplanten moet u altijd de grond mengen met tuinturf. Elk jaar is het verstandig dat u tuinturf tussen de heideplanten strooit om de grond zuur te houden, een laagje turf houdt ook het meeste onkruid tegen. De eerste jaren is onkruid bestrijding nodig, het beste is het onkruid plukken. Heide wortelt ondiep, met schoffelen zullen de wortels beschadigen. Na een paar jaar is de grond dichtgegroeid en krijgt het onkruid geen kans meer.

Snoeien van Heide
Nadat de winterheide (Erica) halverwege het vroege voorjaar is uitgebloeid, moeten de uitgebloeide bruine bloemen in april meteen afgeknipt worden. Deze snoeibeurt bevordert de groei van nieuwe scheuten waaraan nieuwe bloemen zullen verschijnen. Snoeien zorgt er ook voor dat de planten niet te veel gaan verhouten en hun vorm blijven behouden. Het is niet goed om in het oude hout te knippen. Planten die een aantal jaren niet geknipt zijn laten zich moeilijk verjongen.

Bloeitijd vanaf januari tot april. In het voorjaar zien we op deze planten de eerste Hommelkoninginnen nectar halen. Ook de Honingbijen hebben de planten zo gevonden als de temperatuur maar hoog genoeg is. De drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5.

Terug naar index

December 2019

De drachtplant van de maand December is Cymbalaria muralis, Muurleeuwenbekje.



Cymbalaria muralis, Muurleeuwenbekje

Cymbalaria komt van het Latijnse Cymbalum wat “cimbaal/bekken” betekent, dat verwijst naar de bladvorm van sommige soorten. Het blad is in het midden verdiept en lijkt een beetje op het muziekinstrument. Muralis betekent op of bij muren groeiend.

Aangenomen wordt dat de plant uit Kroatië en/of Noord-Italië afkomstig is en in de 17de eeuw is ingevoerd in west en midden Europa en daarna is verwilderd.

De plant nestelt zich vooral in de spleten van oude bakstenen muren, op rotspartijen, tussen bestrating en muur, aan de binnenkant van een gemetselde put  en op stenige glooiingen van dijken en  spoorwegemplacementen. Als het Muurleeuwenbekje zich in spleten van oude muren hecht, kan het hangend tot wel 60 cm lang worden.De plant vormt veel lange stengels, die regelmatig wortel schieten, waardoor het zich behalve door uitzaaiing ook vegetatief kan vermeerderen.
Een bijzonderheid van het Muurleeuwenbekje is de wijze waarop de zaden naar een geschikte kiemlocatie worden geleid. Na de bloei kromt de stengel zich van het licht af, waardoor de rijpe zaden in spleten gedrukt worden, en  tussen stenen in het donker kiemen.
Bloeitijd vanaf april tot diep in de herfst, zelfs na een beetje vorst in de nacht kan het Muurleeuwenbekje nog blijven bloeien.

Cymbalaria is een drachtplant voor solitaire bijen en hommels. De drachtcode voor nectar en stuifmeel is slechts 1

Onder gunstige omstandigheden is het Muurleeuwenbekje een sterke groeier die in tuinen makkelijk lage planten overgroeit en zich zelfs als een lastige plant kan gedragen tussen andere bodembedekkers.
Het Muurleeuwenbekje groeit en bloeit het mooist op een plaats waar weinig water komt en volop in de zon. Ideaal is een stapel stenen of een muurtje van tegels met hier en daar een klein beetje grond. Ook gemetselde muren die een beetje ongelijk zijn geven al voldoende houvast.

Eenmaal in een tuin geïntroduceerd zal het Muurleeuwenbekje niet makkelijk verdwijnen.

Terug naar index

 
November 2019

 

De drachtplant van de maand november is Geranium rozanne, Geranium “Rozanne”.



Geranium rozanne,  Geranium “Rozanne”

De Nederlandse naam voor Geranium is ooievaarsbek. De vrucht heeft de vorm van de snavel van een ooievaar. De naam Geranium is afgeleid van het Griekse Geranos wat ooievaar betekent.
Geranium “Rozanne” is ontstaan uit een kruising tussen twee andere soorten namelijk Geranium himalayense en Geranium wallichianum ‘. Het echtpaar Donald en Rozanne Waterer in Somerset, Verenigd Koninkrijk kweekte de plant door kruising eind jaren negentig, rond de eeuwwisseling kreeg de plant bekendheid en werd in de handel gebracht onder de naam Rozanne.
In 2013 hebben de Nederlandse vaste plantenkwekers Geranium ‘Rozanne’ gekozen tot vaste plant van het jaar.
Deze geranium heeft een lange bloeitijd, vanaf mei tot diep in de herfst tot aan de eerste nachtvorst.
Andere variëteitsnamen voor deze Geranium zijn: “Gerwat” en “Jolly Bee” .

Geef de plant een humusrijke, zonnige plaats in de border. Het is een bodembedekker die de grond snel dicht heeft en zo onkruid tegen houdt. 3 tot 5 planten per m² is voldoende om de grond dicht te laten groeien.

Ondanks haar omvangrijke karakter past Rozanne goed in ruime terrasbakken en zelfs hangende manden, waarbij de prachtige blauwe bloemen over de randen hangen.
De laatste jaren zie je de plant veel in openbaar groen, vooral vanwege de lange bloeitijd maar ook omdat het een sterke vaste plant is die goed bestand is tegen warme droge zomers en goed overwintert.
Tijdens de winter, als de plant uitgebloeid is, een beetje snoeien tot een hoogte van 15 tot 20 cm zodat de plant na de winter weer fris groen en bloemen kan maken en niet te groot wordt.

Geranium Rozanne is in vergelijking met andere geranium soorten vrij duur in aanschaf, waarschijnlijk komt dit doordat de plant moeilijk te kweken is. Voor de hobby kweker is de beste manier, de plant uit de grond halen, scheuren en terug planten.

Drachtplant voor Honingbijen, vlinders, hommels en vooral veel soorten wilde bijen. De drachtcode voor stuifmeel en nectar is 5, vooral in het najaar is dit voor veel insecten die overwinteren een belangrijke drachtplant.

Terug naar index

Oktober 2019

De drachtplant van de maand oktober is Callistephus chinensis, zomeraster.



Callistephus chinensis,  Zomeraster

Callistephus chinensis is afkomstig uit China wat aan de tweede naam is af te leiden. De eerste naam is een samenvoeging van de Griekse woorden Kallos wat prachtig betekent en Stephos wat staat voor krans. De originele soort, waaruit alle variëteiten zijn ontstaan, heeft een hart van gele, vruchtbare, buisbloempjes, omringd door een krans van onvruchtbare lintbloempjes. Zelfs de Nederlandse naam Aster komt uit het Oud-Grieks en betekent ster.
Vroeger omvatte het geslacht Aster meer dan 500 soorten en was de naamgeving verwarrend. Daarom is er een onderscheid gemaakt en heeft de Zomeraster de naam Callistephus gekregen.

De Zomeraster is een eenjarige plant die bloeit van juni tot in oktober, dit is afhankelijk van de zaaitijd.  Vroeg in het voorjaar kunnen we de Zomeraster al  zaaien op een verwarmde plaats en na half mei buiten uitplanten. Later in het voorjaar rond eind april zaaien, rechtstreeks in de volle grond, kan ook maar geeft een iets latere bloei.

De Zomeraster is er in veel soorten, kleuren en variëteiten: enkele bloem, gevulde bloem, lage en hoge soorten tot 1 meter hoog. Deze laatste zijn uitermate geschikt als snijbloem. De lage soorten doen het goed in potten en bakken op terras of balkon. De uitgebloeide bloemen regelmatig weghalen zorgt er voor dat de plant telkens nieuwe scheuten en bloemknoppen maakt en tot laat in de herfst bloeit.

Voor insecten zijn de enkelbloemige soorten belangrijk, Honingbijen en Hommels zullen in het najaar, als het voedsel aanbod minder is, op de Zomeraster nectar en stuifmeel halen. De drachtcode voor stuifmeel en nectar is 3.

Zomerasters zijn gevoelig voor de verwelkingsziekte, die door een schimmel wordt veroorzaakt. De stengels worden dan zwart, de planten verwelken en sterven af. Het is belangrijk om de aangetaste planten direct te verwijderen en niet op de composthoop te gooien maar liever in de groenbak! Kies bij voorkeur voor resistente rassen en wat heel belangrijk is, plant de aster ieder jaar op een andere plaats, laat ze bijvoorbeeld mee draaien in de moestuin waar wisselteelt wordt toegepast zodat ze zeker pas na 3 tot 4 jaar weer op dezelfde plaats terug komen.
Geef de plant een warm plaatsje in de volle zon. In het voorjaar compost in de grond werken en in de zomer zorgen voor voldoende vocht.

Terug naar index

September 2019

 

De drachtplant van de maand september is Anemone hybrida,Herfstanemoon.



Anemone hybrida, Herfst-anemoon.

De geslachtsnaam Anemone stamt uit de klassieke oudheid en is afgeleid van het Griekse ‘ánemos’ of wind.  Anemone betekent letterlijk ‘dochter van de wind’ en verwijst naar het feit dat de Anemoon volgens de oude Grieken haar bloemen pas opende als er wind stond.
De tweede naam hybrida betekend dat de plant een kruising is van verschillende soorten, in dit geval Anemone hupehensis uit China en Anemone japonica die afkomstig is uit Japan. In deze landen vinden we  de planten in bossen en aan de oevers van water tot op een hoogte tot 2600 meter in de bergen.
De naam hupehensis verwijst naar de oude naam Hupeh van de provincie Hebei in China waar Anemone hupehensis voor het eerst ontdekt werd.

Bloeitijd augustus-september met een hoogte van 120 cm.

De herfstanemoon is een van de mooiste bloemen die in deze maanden bloeien en heeft daarom de naam “ Koningin van de herfst ” gekregen.

De Herfstanemoon heeft niet veel onderhoud nodig. In het najaar kan een mulchlaag rondom de plant worden aangebracht, vooral jonge planten moeten beschermd worden tegen strenge vorst. Een mulchlaag geeft ook een goede, voedselrijke bodemstructuur. In het vroege voorjaar kunnen de oude stengels gesnoeid worden. Ook is in het voorjaar is een beetje organische mest wenselijk.

Omdat de Herfstanemoon een hybride soort is geeft de plant geen zaad.
Vermeerderen van herfstanemoon gaat makkelijk in het najaar door middel van wortelstek. Hierbij haal je de plant uit de grond, de dikste wortels zijn het beste om te gebruiken. Knip de wortels in stukjes van ongeveer 5 tot 7 cm en leg ze in een bakje met potgrond ongeveer 3 cm diep. In het voorjaar geeft elk stukje wortel nieuwe scheutjes die weer uitgeplant kunnen worden.
De moederplant kan weer terug de grond in, deze groeit gewoon door.

Omdat de  Herfstanemoon laat bloeit worden de bloemen bezocht door hommels en honingbijen. Als nectarplant scoort de anemoon niet hoog, insecten kunnen er in het najaar wel nog wat stuifmeel op halen.

Het is een bloem waar je niet op uitgekeken komt, en waar je als het een beetje mee zit tot eind oktober van kunt genieten. De witte soorten blijven langer bloeien dan de lila soorten.

Geef de herfstanemoon een plekje in de zon in humusrijke vochtige grond.
De herfst-anemoon is goed te combineren met andere herfstbloeier zoals herfstaster en Sedum.
In zachte winters blijven de planten hun blad behouden, daarom is de herfst-anemoon een goede kandidaat voor het openbaar groen, plantvakken geven weinig onderhoud vanwege het dichte bladerdek.
De plant kan als bodembedekker geplant worden. De bladeren vormen dichte pollen met een hoogte van 30 a 40 cm waar de bloemen bijna een meter bovenuit komen.

Terug naar index

Augustus 2019

De drachtplant van de maand augustus is Verbascum nigrum, Zwarte toots.



Verbascum nigrum,  Zwarte Toorts

Verbascum is een verbastering van barbascum (gebaard), de planten zijn bedekt met vilt en voorzien van gebaarde meeldraden. Nigrum betekent zwart of in dit geval “donker”.  De plant dankt zijn Nederlandse naam aan de donkere verkleuring van de opgedroogde bloemstengel.  heeft zwarte wortels, maar ook donkerder bladeren dan de andere soorten. Toorts, omdat de bladeren en de stelen van dit kruid nuttig zijn om lonten en fakkels van te maken, daarom werd het ook Torsekruid of Toersekruid genoemd.

Bloeitijd juni tot en met september.
De Zwarte Toorts heeft gele bloemen met paarse meeldraden. De meeldraden zijn net paarse veertjes met oranje helmknoppen.
De hoge stengel kan zich bovenin de bloeiwijze vertakken, waardoor het uiterlijk iets krijgt van een meer-armige kandelaar met kaarsen.

Zwarte Toorts is te vinden op zonnige ruderale terreinen, zoals in de stedelijke omgeving, op zandige rivierduinen, in wegbermen en op spoorbanen. De plant kan goed tegen droogte en handhaaft zich makkelijk in een ruige begroeiing.
Zwarte Toorts is in tegenstelling tot de andere Toortsen een overblijvende soort, die reservevoedsel opslaat in de dikke wortel voordat de bovengrondse delen in de winter afsterven. Ook de geur die ze afgeeft is heel typisch en lijkt sterk op die van Helmkruid en doet denken aan een brandlucht.

Drachtplant vooral voor solitairen Bijen en Hommels, Na de bloei van de Linde wordt de Toorts ook wel door de Honingbij bezocht, zij verzamelen vooral het oranje stuifmeel.

Verbascum nigrum is makkelijk door zaad te vermeerderen en is te koop op onze bijenmarkt in april.

Terug naar index

 
Juli 2019

 

De drachtplant van de maand juli is Melilotus officinalis, Honingklaver.



Melilotus officinalis, Honingklaver

Melilotus bestaat uit de Griekse woorden meli (honing) en lotus (klaver). Officinalis komt van het Latijnse officium (werkplaats, in plantkundig/medische verband is dat de apotheek). Officinalis betekent dus in gebruik in de apotheek / geneeskrachtig.

Volgens veel Etymologen is de herkomst van het woord Klaver onzeker. Het kwam al voor in het Middelnederlands (tussen 1200 en 1500) als Klever en Clavere. Het woord zou ook afgeleid kunnen zijn van het Oudgermaanse Cloefre, wat wil zeggen Splitsen of Klieven en dat zou slaan op het in drieën gespleten blad. Omdat de bloemen veel nectar produceren is de Nederlandse naam Honingklaver voor de hand liggend.

Honingklaver is inheems in een groot deel van Europa en Noord-Azië en is van daaruit verspreid naar alle continenten met een gematigd klimaat. De plant komt van nature voor op zonnige plaatsen op ruige verstoorde grond, langs wegen, akkers en zelf op stenige grond. Tegenwoordig is honingklaver een onderdeel van bijen en insecten mengsels met vaste en tweejarige planten en kan goed tegen droogte. Bloeitijd van juni tot ver in de herfst, de gele honingklaver bloeit langer dan de witte. Honingklaver is een goede drachtplant voor hommels, solitairen bijen, honingbijen en vlinders.

Drachtcode voor stuifmeel en nectar is 5.

Honingklaver is tweejarig en heeft  een dikke penwortel, ze overwinteren door in die penwortel reserves op te slaan en winterknoppen te ontwikkelen. In het eerste jaar bloeien de planten nog niet, maar in het tweede jaar geven ze volop kleine gele bloemetjes en in het najaar veel zaad. De planten kunnen een hoogte bereiken tot wel 150 cm en met hun wortelknolletjes dragen ze bij aan de verbetering van de grond  zoals andere vlinderbloemige gewassen.

Honingklaver heeft een geneeskrachtig werking tegen ontstekingen, men verwerkte het in pleisters. Voorzichtigheid is geboden bij inwendig gebruik. In gedroogde vorm werd het als mot werend middel gebruikt, het geeft na drogen een zeer sterke aromatische geur door de cumarine die het bevat. Om te drogen kan men het best de bloeiende plant gebruiken.

Honingklaver is in het voorjaar op onze bijenmarkt te koop.

Terug naar index

Juni 2019



 Digitalis purpurea, Vingerhoedskruid

Andere Nederlandse namen voor Vingerhoedskruid zijn: Poppenschoenen, Slangenbloem, Judasbeurs, Pijpskop, Pijpenkop en Onze Lieve Vrouwe Handschoen.
Digitalis komt van het Latijnse digitus: vinger, en achtervoegsel alis: achtig, de bloem lijkt op de vinger van een handschoen. Of van Latijn digitabulum: vingerhoed.
De ontdekking in de 18e eeuw dat vingerhoedskruid  een belangrijk geneesmiddel was, gaf de wereld een van zijn waardevolste remedies tegen  hartklachten. Deze toepassing is voor het eerst beschreven door de Engelse arts William Withering (1741-1799) uit Birmingham, Bij verkeerd gebruik is het kruid zeer giftig.

Vingerhoedskruid is een 2 jarige plant die vanaf juni tot in het najaar bloeit. In het najaar kiemen de zaden en de plant vormt een rozet. In het voorjaar groeit hieruit de bloemstengel. De bloemen worden veel door hommel bezocht, ze kruipen hierbij helemaal in de bloem.

De plant komt in de natuur voor op kalkarme gronden, ruigtes en bossen. Het is van naturen een bergplant, tegenwoordig komt de plant in heel Europa voor op plaatsen die een beetje in de schaduw liggen, vooral open plekken in bossen.

Bij Vingerhoedskruid  komt soms het verschijnsel voor van een zogenaamde ‘pelorische top bloem’.  Zo’n bloem staat omhoog gericht aan het topje van de bloeistengel, en is niet tweezijdig symmetrisch zoals de normale bloemen, maar veelzijdig symmetrisch.

Vingerhoedskruid voelt zich prettig op halfbeschaduwde plaatsen met een natuurlijke wildgroei, bijvoorbeeld naast een oude boomstronk, bij rottend hout of samen met varens aan de rand van een tuinpad. Vingerhoedskruid zaait zichzelf uit en vormt daardoor jarenlang kolonies van veelkleurige bloemen van wit naar purper en roze. De bloemen staan aan een lange stengel en zijn meestal naar een kant gericht. Ze kunnen tot 180 cm hoog worden. Hommels en wilde bijen halen nectar en stuifmeel op vingerhoedskruid.

Vingerhoedskruid wordt als één van de heksenkruiden beschouwd. Dit zijn planten die volgens verhalen werden gebruikt omdat ze stoffen bevatten die een zeer sterke werking kunnen hebben zoals hallucinogeen, verdovend, geneeskrachtig of rustgevend. Heksen en kruidengenezers die met kruiden werkten wisten de eigenschappen van deze planten of delen daarvan vroeger al te benutten. Heksenkruiden zijn niet zelden heel giftige planten en Vingerhoedskruid is daarop geen uitzondering: de werkzame stof bij deze plant is digoxine.

Vingerhoedskruid is vaak op onze bijenmarkt te koop.

Terug naar index

Mei 2019

 

De drachtplant van de maand mei is Cytisus scoparius, Brem, Bezembrem.



Cytisus scoparius, Brem, Bezembrem

De naam Brem werd vroeger gebruikt voor Braam en andere doornen struiken. Dit terwijl de brem geen doornen heeft maar misschien verward werd met de Gaspeldoorn of de Stekelbrem die in de bloei veel op Brem lijken.
Cytisus verwijst naar het eiland Cythno of Cythisa uit de eilandengroep van de Cycladen in de Egeische zee, waar Brem veel voorkwam/voorkomt, al was dit waarschijnlijk de Spaanse Brem, die meer thuishoort in het Middellandse Zeegebied.
De oude geslachtsnaam ‘Sarothamnus´ betekent ‘vegen´, wat slaat op het feit dat de struik vroeger gebruikt werd als bezem.
De soortnaam ‘scoparius´ komt van het Latijnse woord ‘scopa´ wat ook weer ‘bezem´ betekent.

Brem werd gebruikt als dakbedekking( in plaats van riet) voor bezems en zelfs bijenkorven.
De twijgen hebben ook een geneeskrachtige werking maar bij verkeerd gebruik zijn ze giftig, net als de zaden.

Het gewas bezit, net als andere leden van de vlinderbloemige, stikstofknolletjes die gevormd worden door bacteriën waardoor deze plant in zijn eigen stikstofbehoefte kan voorzien en daarom op arme zandgrond goed kan groeien.

De soort is niet geheel vorstbestendig en na een strenge winter zie je vaak dat de toppen van de takken zijn bevroren. de planten lopen dan van onderen vaak weer uit en er zijn dan meestal nog voldoende levende knoppen, zodat er ook bloei kan optreden

Brem komt zeer algemeen voor op droge kalkarme en voedselarme grond, vooral op zandgrond, heidevelden, in duinen en langs spoordijken.

De bloemen worden bevrucht door bijen,hommels en andere insecten. Als deze op de kiel landen splijt de naad van de kiel onder de druk van het insect en springen de tien vergroeide meeldraden te voorschijn. Ze bepoederen dan het insect met pollen. ook de spiraalvormige stijl komt dan vrij en in een eigenaardige cirkelvormige beweging wrijft de stijl over de rug van het insect. Heeft het insect al eerder een andere bloem bezocht dan kan het pollen van die bloem zorgen voor bevruchting.
Brem bloeit in mei en juni. De zaden zitten in zwarte peulen van 4 cm lang.
Aan de zaden zit een oranje aanhangsel wat mierenbroodje genoemd wordt, mieren zijn er dol op en nemen de zaden mee naar het nest. Zo zorgen ze voor de verspreiding. De zaden kiemen langzaam, soms pas na jaren maar kunnen tientallen jaren kiemkrachtig blijven.
De code voor dracht is 5, Brem geeft vooral veel stuifmeel.

De struiken degraderen relatief snel, na de bloei voor de helft terug snoeien geeft de struiken nieuwe groeikracht en gaan ze langer mee. In geschikte milieus zaaien ze zich uit en ontstaan er nieuwe struiken.

Terug naar index

April 2019

De drachtplant van de maand april is Glechoma hederacae, Hondsdraf.

 


De Nederlandse naam heeft niets met de draf van een hond te maken, al zou je de snelle groei van de rank daar wel mee kunnen vergelijken, en de rank met de blaadjes lijkt verdacht veel op het spoor van een hond, het blad heeft wel iets weg van een pootafdruk.
Hondsdraf is een verbastering van de Gotische naam “Gondrave” wat wondrank betekend. De plant werd in de Middeleeuwen gebruikt om etterende wonden te behandelen.
Glechoma komt van het Griekse woord Glechon (een Munt- of Tijmsoort), naar de sterke geur die vrijkomt bij het wrijven van de bladeren.
Hederacae komt van Hedera wat rank betekend.

Hondsdraf kan bijna het hele jaar door bloeien, de hoofdbloei valt in april.
De plant groeit op een humusrijke grond in de zon of een licht beschaduwde plaats en is inheems in de gematigde streken van Europa en Azië, later door de mens verspreidt naar Noord Amerika, Australië en Nieuw Zeeland. Niet alleen in de natuur is het een prachtige bodembedekker, ook in een natuurlijke tuin is de plant een makkelijke groeier. Zorg er dan wel voor dat de Hondsdraf niet tussen andere bodembedekkers komt, de ranken zijn dan niet makkelijk te verwijderen omdat ze afbreken en weer doorgroeien. Als hondsdraf het naar de zin heeft wordt het een echte woekerplant en blijft er van anderen bodembedekkers niets over.

Verse Hondsdraf is ideaal als theekruid en heeft een sterke muntsmaak.
Het werkt ook tegen de jeuk die men krijgt van Brandnetels, vaak groeit Hondsdraf in de buurt van Brandnetels. Hondsdraf is een goede drachtplant voor hommels, honingbijen en veel soorten solitaire bijen, indicatie voor dracht: nectar en stuifmeel, code 3. In tuincentra zijn verschillende bonte soorten te koop, deze hebben over het algemeen meer zonlicht nodig maar bloeien minder rijk als hun groene soortgenoot.

Heel vroeger werden de naar munt ruikende bladeren in de bierbrouwerij gebruikt om het bier helderder en langer houdbaar te maken.
De Engelse naam Alehoof komt nog uit de Middeleeuwen toen de hondsdraf werd gebruikt om bier (Aal) te klaren. Een verwante toepassing was om bladeren van de hondsdraf toe te voegen aan vaten bier die mee gingen op lange zeereizen. Op deze wijze bleef het bier, dat toen niet gekoeld kon worden, beter op smaak.

Terug naar index

Maart 2019
De drachtplant van de maand maart is Eranthis hyemalis, Winterakoniet of Winterling.

 

 


Eranthis is een samentrekking van, er (voorjaar) en anthos (bloem). Hyemalis kan vrij worden vertaald als “typisch voor de winter”. De Nederlandse naam Winterakoniet hebben we te danken aan de Griekse mythologie. Cerberus, de driehoofdige hond werd door Hercules uit de onderwereld weggetrokken. Cerberus begon te blaffen toen hij het daglicht zag en terwijl hij blafte, vielen er kleine speekseldruppels op de grond rondom hem. De speekseldruppels veranderden in steen en uit die steen groeide de giftige Winterakoniet. Akoniet is afgeleid van het Griekse akónē of wetsteen.

De plant komt oorspronkelijk uit de bergen van Zuid-Frankrijk, via Italië tot in de Balkan en is ingeburgerd in West- en Midden-Europa. Al in de 15e eeuw werd de Winterakoniet op grote schaal aangeplant in tuinen van buitenplaatsen, kastelen, kloosters en landgoederen en is van daaruit verwilderd, en deel geworden van onze natuurlijke flora.

Winterakoniet groeit het best in een border waarin de grond niet bewerkt wordt. Plekjes tussen ruim staande heesters of onder een boom met een open kruin zijn daarom ideaal. De knolletjes kunnen tientallen jaren op dezelfde plek blijven staan.
Winterakoniet kent twee methoden van vermeerderen: Door zaad en door knolletjes. De knolletjes zijn in tuincentra te koop. Helaas stamt het grootste deel van de in de handel verkrijgbare Winterakoniet nog steeds uit exemplaren die in het wild, in met name Turkije worden verzameld.
In september planten op 10 cm diepte in goed losgemaakte grond. Voorkom uitdroging. Het is aan te bevelen de knolletjes voor het planten eerst een nacht in water te laten weken.
Vermeerderen uit zaad duurt veel langer, het duurt drie jaar voordat je uit zaad, bloeiende Winterakoniet hebt.
Per steel is er één nectarrijke bloem, die zich ’s ochtends opent en ’s avonds sluit. Bloeiperiode : januari-maart.
Wanneer de buitentemperatuur boven de 12 – 13°C uitkomt, zullen de eerste bijtjes en hommelkoninginnen het gele hartje van deze bloem proberen te veroveren op zoek naar verse nectar en pollen.
Voor solitaire bijen bloeit de Winterakoniet te vroeg.
Indicatie voor dracht: nectar en stuifmeel code 3
Na de bloei bemesten met wat organische meststof.

Door Winterakoniet te combineren met andere vroegbloeiers zoals sneeuwklokje (Galanthus), krokus (Crocus), witte bosanemoon (Anemone nemorosa) en Speenkruid (Ficaria verna), ontstaat er een voorjaarsbloemenpracht waarvan we samen met de vroege insecten kunnen genieten.

Terug naar index

Februari 2019
 
De drachtplant van de maand januari is Alnus glutinosaZwarte Els

 

 


Alnus glutinosaZwarte Els

Alnus stamt mogelijk van het Latijnse quod alatur amne (ik word door de stroom verzorgd), dus een liefhebber van waterrijke plaatsen. Een andere mogelijkheid is dat Alnus is afgeleid van het oud Keltische woord voor water alis. Glutinosa is afgeleid van het Latijnse gluten (kleverig), het heeft betrekking op de knoppen en de jonge bladeren. Zwarte els of Alnus glutinosa, is een veel voorkomende boomsoort.

Overal waar voldoende vocht aanwezig is, langs waterkanten, beek- en rivieroevers, broekbossen en moerassen kunnen we deze boom aantreffen. Alnus glutinosa heeft verschillende toepassingen in de bosbouw en de houtindustrie. Het oranje gekleurde hout is bestand tegen rot en wordt ook wel ‘Schotse mahonie’ genoemd. Elzenhout wordt onder water hard als steen. Het hout diende vroeger dan ook voor heipalen, funderingen, oeverbeschoeiingen en zinkstukken bij waterwerken. (half Venetië is gebouwd op elzen palen)De schors en bladeren van de boom hebben ook medicinale toepassingen Alnus glutinosa is waardevol voor vogels, omdat de kegels geleidelijk open gaan en de zaden zich de hele winterperiode lang verspreiden. De zaden zijn een betrouwbare voedselbron voor zaadetende vogels zoals sijsjes, putters en andere vinkachtige.

Elzenstuifmeel is matig allergeen en de zwarte els, die als een van de eerste boomsoorten al in de winter begint te bloeien, is dan ook een hooikoortsveroorzakende soort. Voor bestuiving is de Els aangewezen op de wind. De enige insecten die stuifmeel van de Els verzamelen zijn de honingbijen die in de winter als het even wat warmer wordt uitvliegen. De drachtcode voor stuifmeel is 1 en voor nectar zelfs 0. De Els vermeerdert zich door zaad. De vrouwelijke katjes, die in de herfst uitgroeien tot de houtachtige, kegelvormige proppen, bevatten bruine, 3 mm grote nootjes, die door wind en water worden verspreid. Het drijfvermogen van de zaden is prima door hun kurkachtige uitsteeksels en de met lucht gevulde holten. Ze kunnen via het water gemakkelijk naar allerlei plekken drijven. De zwarte els heeft, in knolletjes op de wortels, bacteriën, die in staat zijn stikstof uit de lucht te binden. Dit compenseert het stikstofgebrek dat drassige grond vaak vertoont. Hij wordt dan ook aangeplant om slechte grond te verbeteren of om erosie van rivieroevers te voorkomen.Elzenbladhaantjes, (Agelastica alni), kleine, blauwglanzende kevertjes en de larven van deze kevertjes, eten zijn bladeren. Dit kan bij sommige bomen zo erg kan zijn dat er geen gaaf blad meer aan de boom zit. Van sommige bladen is al het bladmoes verdwenen zodat alleen het bladskelet nog over is. 

De bast, vruchten en bladeren zijn geschikt voor het maken van kleurstoffen.Het hout van de zwarte els kleurt na het kappen oranjerood. Hierdoor ontstond het bijgeloof dat de boom een kwade geest herbergt. Men dacht dat de boom bloedde, daardoor ontstond het bijgeloof dat hij de belichaming was van een boze geest: de Erlkönig (= ’elzenkoning’) bekend uit een oude Duitse legende. De mensen geloofden ook stellig dat er ‘s nachts rode vlammen rond het hout dansten. De els werd als een gevaarlijke en duivelse boom gezien: “Rood haar en elzenknoppen, daar kan de duivel zijn kousen mee stoppen..”, want ook personen met rood haar werden gewantrouwd. 

De bladeren vallen in het najaar groen van de boom en kennen geen herfstkleur.Een Els die op jonge leeftijd wordt geknot groeit vaak uit tot een fantastische knotboom die je kan vergelijken met een knotwilg maar dan mooier, sierlijker en landschappelijk ook meteen waardevoller. Een Els die op een natuurlijke wijze tot boom kan uitgroeien is in de winter een van onze mooiste loofhoutbomen. Wanneer de bladeren zijn afgevallen zien we de rijpe elzenproppen en de donker paarse katjes die vroeg in het voorjaar gaan bloeien.

Terug naar index

Januari 2019

De drachtplant van de maand januari is Lamium album, Witte Dovenetel.

 


Lamium album, Witte Dovenetel

 

Het verspreidingsgebied beslaat Europa en gematigd Azië. In Noord-Amerika is de soort ingevoerd.Lamium is afgeleid van het Griekse woord lamos (muil of keelgat) en heeft betrekking op de muilvormige bloemkroon. Album betekent wit.
Er zijn verschillende bonte vormen die worden gekweekt als sier-kruidachtige vaste planten.De bladeren zijn evenals die van de brandnetel getand. De naam Dovenetel is hiervan afgeleid, hij brandt namelijk niet. Bovendien is het sap uit de bladeren van de Dovenetel te gebruiken om de pijn van het branden van een Brandnetel te verminderen. Hij ‘dooft’ als het ware de pijn.De zaden, nootjes, dragen een zogenaamd mierenbroodje, een oliehoudend aanhangsel, wit van kleur en een lekkernij voor de mieren. Deze nootjes worden door mieren versleept en zo verspreid.De jonge scheuten kunnen in soepen en salades worden verwerkt. Verder kan men deze samen met andere groenten als spinazie eten. De plant heeft een onaangename geur, maar die verdwijnt met het koken.Groeiplaatsen zijn vooral voedselrijke grond waaronder bermen, dijken, grasland, bossen, bosranden en onder heggen.Lamium album verspreidt zich door zaad en door middel van wortelstokken met ondergrondse uitlopers. De Witte Dovenetel bloeit opvallend lang door, bij zacht weer zelfs wel tot in de wintermaanden. Als drachtplant heeft de Dovenetel in de winter weinig of geen waarde omdat de meeste insecten ondergedoken zijn.De plant is de waardplant voor rupsen van nachtvlinders en een drachtplant voor hommels, solitaire bijen en honingbijen.
Indicatie voor de dracht code 2. Blijft insectenbezoek uit, dan is in deze homogame bloemen door de stand van de stempels ten opzichte van de helmknopjes zelfbestuiving mogelijk.In bepaalde streken in Engeland en ook in Friesland wordt de Witte Dovenetel ‘Adam en Eva in het prieel’ genoemd. Hou een bloemetje ondersteboven en je zal begrijpen waar die naam vandaan komt: op de bodem van de bovenlip liggen dan de twee lange meeldraden als twee menselijke figuren naast elkaar.

Terug naar index

 

December 2018

De drachtplant van de maand december is Achillea Millefolium, Duizendblad..

 



Duizendblad verwijst naar de heel fijn verdeelde bladen. Achillea is genoemd naar Achilles, de krijgsheld van Troje. Achilles redde zijn gewonde soldaten door de wonden met deze plant te behandelen. Millefolium verwijst naar de Latijnse woorden mille (duizend) en folium (blad).Duizendblad was in de zeventiende eeuw een populaire groente. De jonge bladeren werden als spinazie klaargemaakt of in soep gedaan. De bladeren zijn zoet met een iets bittere smaak. De jonge blaadjes kunnen ook in salades en sauzen worden gebruikt. Duizendblad werd vroeger, voordat de werking van hop ontdekt werd, gebruikt bij de bierbereiding.

De plant ( vooral de bloemschermen) bevat geneeskrachtige stoffen.
Behalve als medicijn kan Duizendblad ook worden gebruikt voor het verven van textiel.

Bloeitijd vanaf juni tot laat in het najaar. Duizendblad kan goed tegen droogte.
In de droge zomer van dit jaar heeft de plant zich extra goed kunnen ontwikkelen. Door de droogte was de concurrentie van gras en andere planten
minimaal. Dit is de reden dat we nu zo laat in het najaar overal in de bermen en weilanden de witte schermen van Duizendblad zien bloeien.

Duizendblad is in het voorjaar en in de zomer een goede drachtplant voor vlinders en wilde of solitaire bijen, de honingbij laat deze plant links liggen. Naast drachtplant is Duizendblad belangrijk als waardplant voor nachtvlinders.

Door de jaren heen zijn er veel variëteiten gekweekt in allerlei tinten rood roze en geel. De wilde en gekweekte soorten zijn allemaal uitstekende snijbloemen.
De plant komt algemeen voor in Europa en Noord-Amerika, heeft een typische op kamille lijkende geur en hoort tot de Composietenfamilie.
De plant wordt 15-50 cm hoog en vormt ondergronds wortelstokken en kan zich op die manier vegetatief verspreiden. Door deze eigenschap kan de plant in de tuin gaan woekeren en zelf in het gazon een plek opeisen.
Terug naar index

 

November 2018

De drachtplant van de maand november is Symphyotrichum lateriflorum.

 



Symphyotrichum lateriflorum ‘Lady in Black’ , Sluieraster.

Aster lateriflorus is een vroegere naam en de synoniem voor deze plant.

Namen veranderen vaak omdat er in een familie grote verschillen zijn die weer in groepen onderverdeeld kunnen worden. Linnaeus beschreef deze plant als Solidago lateriflorum. Gray herkende er meer dan een eeuw later de aster in en weer later splitste men de familie Symphyotrichum af van de Asters.
De plant is inheems in Amerika en komt voor in een verscheidenheid aan habitats, voornamelijk lage natte bossen, weiden, natte prairies en wegbermen. In Nederland komt de Symphyotrichum verwildert langs de grote rivieren voor.
‘Lady in Black’ heeft uniek donkerpaars blad. Bladeren blijven aantrekkelijk gedurende het groeiseizoen. Een groot deel van het jaar staat deze zwarte dame rustig als een donkere gedaante in de tuin om dan laat in de herfst een explosie aan roze bloemetjes te geven. Een welkome drachtplant zo laat in de herfst. De bijen kunnen er nog stuifmeel op halen wat voor de jonge winterbijen nodig is om hun eiwitvetlichaam te vormen dat zorgt voor een lang winterleven. Een deel van het late stuifmeel wordt opgeslagen in de raten om in het voorjaar aan de larfjes te voeren.
Symphyotrichum lateriflorum gedijt het best in vochtige, goed gedraineerde grond in de volle zon tot halfschaduw en kan tot 120 cm hoog worden.
De hoogte kan beperkt worden door de planten in de late lente een keer te toppen.
Geef deze late herfstbloeier een plek in de border die ook vanuit huis goed te zien is , zo kunt u er ook van genieten als het weer wat kouder gaat worden. De vele kleine bloemetjes trekken veel insecten aan. U kunt de bloemen ook uitstekend als snijbloem gebruiken.
Vermeerderen gaat heel eenvoudig, gewoon scheuren en als je er te veel krijgt, gewoon uitdelen.
Op onze bijenmarkt is naast deze “Lady in Black” ook een witte variant te koop.

Terug naar index

Oktober 2018De drachtplant van de maand oktober Zinnia elegans.

 



Zinnia elegans.

Het geslacht werd door Carl von Linné genoemd naar de Duitse botanicus Johann Gottfried Zinn.
De tweede naam elegans lijkt op het Nederlandse woord elegant en betekend sierlijk of smaakvol, elegans kan ook uitverkoren betekenen.
Zinnia is inheems in Mexico en vandaar verspreidt over een groot deel van de wereld.
Het is een eenjarige plant die gemakkelijk uit zaad te kweken is. Vroeg in het voorjaar zaaien onder glas of eind april begin mei in de volle grond.
Let in het begin wel op slakkenvraat, als de planten groter zijn blijven de slakken van de planten af omdat ze dan een stugge beharing hebben op stengels en bladeren.
Zinnia is een sterke tuinplant die ook lang in de vaas goed blijft. Regelmatig een bosje bloemen snijden is goed voor de planten, ze vertakken beter en geven zo meer bloemen tot diep in de herfst. Die late bloei is dan weer goed voor de insecten die er nectar en stuifmeel op halen. De drachtcode voor nectar en stuifmeel is 1, dit is laag maar het is in een tijd van schaarste dus toch een welkome aanvulling vooral voor insecten die in hun eentje moeten overwinteren.
De bloemblaadjes zijn eetbaar en kunnen in een salade worden gebruikt om er wat kleur aan toe te voegen. Daarnaast kan er thee worden gezet van de bloemblaadjes en van gedroogd zinnia zaad.
Zinnia is een gemakkelijke tuinplant die een standplaats in de volle zon nodig heeft om mooi te bloeien. De grond dient voedsel- en humusrijk te zijn en goed af te wateren want deze tropische plant houdt niet van natte voeten. Plant Zinnia’s niet te dicht bij elkaar want anders blijven de bladeren te lang vochtig en treedt meeldauw op.
Zinnia is als zaad verkrijgbaar in tuincentra. Er zijn prachtige hybriden en cultivars te koop, de keuze is haast onuitputtelijk.

Terug naar index

September 2018

De drachtplant van de maand september Japanse duizendknoop, Fallopia japonica
Familie van rabarber, zuring en bruidssluier.

 

 



Japanse duizendknoop, Fallopia japonica.
Familie van rabarber, zuring en bruidssluier.

Rond 1829 is de plant ingevoerd in Europa als sierplant. Pas na 1950 heeft grootschalige verwildering plaats gevonden. Het dumpen van tuinafval heeft waarschijnlijk geleid tot deze massale verwildering. De wortels en scheuten van de plant kunnen door scheuren in de fundering huizen binnen groeien, door asfalt heen breken en rioleringen en drainagebuizen beschadigen. Een begroeiing met Fallopia is in ecologisch opzicht armer dan een veld maïs. Bestrijding door: Ten eerste, maaien, denk hierbij aan “De aanhouder wint” eenmalig ingrijpen is zinloos. Ten tweede, bedekken, dit kan met kleinere stukken, hierbij de randen goed controleren.Ten derde, varkens inzetten voor begrazing, ook al vinden ze de plant niet zo lekker, het helpt wel. Vermeerderen gebeurt vooral door verspreiding van delen van de plant, stukjes wortel van maar een paar gram kunnen tot een nieuwe plant uitgroeien. In Engeland wordt inmiddels al de bladvlo Aphalara itadori vrij succesvol uitgezet om de duizendknoop te bestrijden, Dit is ook een exoot uit Japan en is het nu verstandig om die hier binnen te halen? Vooral overheden moeten zich inzetten om te voorkomen dat de plant zich kan verspreiden of kan uitbreiden. De kans is reëel dat de natuur zelf ons ooit de beste bestrijdingsmethode voor Fallopia aanreikt, bijvoorbeeld in de vorm van een ziekte of een schimmel. Maar niet alles is negatief aan de Japanse Duizendknoop. Het is een goede drachtplant die bloeit in augustus en september, maanden waarin er voor insecten weinig te halen is. De drachtcode voor stuifmeel en nectar is 3. Fallopia heeft bamboe-achtige stengels die mooi zijn om te verwerken in de bloemsierkunst. Als ze in de winter geknipt worden, zijn ze voldoende afgestorven en kunnen ze niet meer uitschieten. Jonge scheuten van de Japanse Duizendknoop zijn goed te eten, de smaak lijkt enigszins op Rabarber en er zitten mineralen, vitamine A en Resveratrol in, een stofje dat helpt hartaandoeningen en kanker te voorkomen. “If you can’t beat it then eat it”. De voordelen wegen niet op tegen de nadelen. Je kunt de plant beter niet in de tuin hebben.
Terug naar index

 

Augustus 2018

De drachtplant van de maand augustus is Silphium perfoliatum, Zonnekroon.

 



Silphium perfoliatum, Zonnekroon.
Andere namen zijn: Bekerplant, Indiase beker, Silphie.

De naam Silphium komt van de Griekse naam Silphion die wordt gebruikt voor een Noord-Afrikaanse harshoudende plant. Het gedroogde sap kan als een soort kauwgom gebruikt worden. Inheemse Amerikanen zouden het harsachtige sap verzamelen dat uit de plant werd uitgestoten. De hars werd gebruikt voor een kauwgom om de adem op te frissen.
De tweede naam `perfoliatum heeft betrekking op een zittend blad of schutblad dat de stengel volledig sluit en het lijkt of die er door wordt geboord. Bij de Zonnekroon zijn het de tegenovergestelde bladparen die met elkaar verbonden zijn aan de stengel en zo een beker vormen. ( latijn: Perfoliatum = omringd door bladeren)
Als de hoofdbloem is uitgebloeid ontstaat er een krans van kleinere bloemen
omheen die samen een gouden kroon vormen, vandaar de naam Zonnekroon.

De plant is inheems op de prairies van de USA.

Drachtplant voor hommel, bijen en vlinders. Indicatie voor dracht code 3. Bloeitijd juli tot en met september, hoogte tot 2.5 meter.

Zonnekroon is een vaste plant die jaren achtereen op de zelfde plaats kan blijven staan. Het eerste jaar na het zaaien is onkruidbestrijding belangrijk omdat de Zonnekroon niet meer dan een rozet vormt en niet hoog wordt. De daarop volgende jaren kunnen de planten het onkruid verdringen en kan er wel 10 tot 15 jaar achtereen geoogst worden. Het is een goed alternatief voor Mais, voor gebruik als diervoeder of biomassa. Vanwege de late bloei is het een welkome aanvulling als drachtplant voor allerlei insecten.
De honingopbrengst van 1 ha Zonnekroon kan 150 kg per jaar zijn.
Zonnekroon kan zich beter als mais aanpassen aan droge locaties, omdat het, in tegenstelling tot maïs, zijn vocht niet alleen uit de grond, maar ook uit de bladkommen kan afleiden. De planten kunnen doordat ze jaren achtereen blijven staan tot grote diepte wortelen en zo diepliggend (grondwater) water aan.
Vanaf het tweede jaar produceert zonnekroon tussen 13 en 20 ton droge stof (biomassa) per hectare.
Vanaf het tweede jaar is geen onkruidbestrijding meer nodig omdat de planten de grond volledig bedekken. Dierlijke plagen zijn onbekend in Centraal-Europa, er is dus ook geen insecticide nodig, deze combinatie aan eigenschappen is goed voor het milieu,

De plant heeft een hoge ecologische waarde en is met name geschikt als energieteelt vanwege de lage onderhouds eisen en hoge biomassa- en biogasopbrengsten. Het gewas is ongeveer 15 jaar productief. In Duitsland zijn de laatste jaren veel veldproeven opgezet met gunstige resultaten.

De bladeren zijn tegenover staand en met elkaar vergroeid zodat er een beker ontstaat die water opvangt en zo een drinkplaats vormt voor vogels en insecten. In droge tijden kan de plant zelf ook van dit water gebruik maken.

De Zonnekroon kan men vermeerderen door scheuren of door zaaien. Bij het zaaien is de tijd van het jaar belangrijk, de zaden hebben een lange tijd van lage temperatuur nodig om te kunnen kiemen ( Koude kiemer ) In het voorjaar en gedurende de zomer van het eerste jaar is onkruidbestrijding van groot belang omdat de planten het eerste jaar niet hoog worden maar een rozet vormen.

Voor huisdieren zoals konijnen, cavia’s, schapen of geiten is het ideaal als groenvoeder.

Terug naar index

 
 

Juli 2018

De drachtplant van de maand juli is de Reuzenberenklauw,(Heracleum mantegazzianum).

 



 

Heracleum is genoemd naar de god Heracles of Hercules, vanwege de grootte van de plant en de grote geneeskracht, die men haar toeschreef. Mantegazzianum is genoemd naar Paolo Mantegazzi, een Italiaanse natuurhistoricus (1831-1910). Een 2 tot 4 jarige overblijvende plant die na de vruchtzetting afsterft.
Bloeitijd juni tot september met grote witte schermen van wel 50 cm doorsnede.Een prachtige decoratieve plant die om deze reden vanuit Zuid-West Azië naar Europa is gehaald. De plant kan wel 3 meter hoog worden.
Verwarring is mogelijk met de inheemse gewone berenklauw (Heracleum sphondylium), maar deze is veel kleiner (tot 1,5 m).

De Reuzenberenklauw is een goede drachtplant voor allerlei insecten waaronder de honingbij, drachtcode voor nectar en stuifmeel is 5. Invasieve niet-inheemse planten, zoals Reuzenberenklauw zijn steeds vaker de oorzaak van bezorgdheid. Ze leiden tot de afname van inheemse biodiversiteit.
De Reuzenberenklauw probeert vanuit België ons land te veroveren, Als je met de trein of via de autosnelweg reist, kan je er niet meer naast kijken!
De plant verdringt met zijn grote bladeren de omliggende vegetatie en zaait zich makkelijk uit.
Het sap van de Reuzenberenklauw geeft in combinatie met zonlicht ernstige huidirritaties die kunnen leiden tot brandblaren. Sap in de ogen kan blindheid veroorzaken.
De plant is vooral gevaarlijk voor spelende kinderen, de grote bladeren als parasol, holle stengels voor fluitjes of verrekijkers, verstoppertje spelen tussen de planten.
Het contact met de plant is volkomen pijnloos, de meeste slachtoffers blijven rustig in de zon omdat de brandwonden ( roodverkleuring of blaren ) pas optreden na een kwartier tot twee uur.
Deze gevaren en het feit dat de Reuzenberenklauw een invasieve exoot is en inheemse vegetatie verdringt is de reden dat het soort op de EU-lijst van invasieve exoten is gezet.
Reuzenberenklauw staat sinds augustus 2017 op de Unielijst van invasieve exoten. Een soort die op de EU-lijst staat, mag o.a. niet meer worden verhandeld, niet verplaatst, en mag zich niet voort kunnen planten. Verder geldt voor lidstaten de plicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen, te verwijderen, of als dat niet lukt, zodanig te beheren dat verspreiding en schade zo veel mogelijk wordt voorkomen.

Staatsbosbeheer laat in de Flevopolder een afgerasterd gebied begrazen door schapen om op deze manier de Reuzenberenklauw te bestrijden.
Het gaat om rassen die graag Reuzenberenklauw eten zonder er last van te hebben.
De zaden van de Reuzenberenklauw kunnen wel 15 jaar kiemkrachtig blijven, we zijn dus nog lang niet van dit soort af.
Terug naar index

Juni 2018

De drachtplant van de maand juni is de Akkerdistel (Cirsium Arvense).
 



 

Akkerdistel, Cirsium Arvense
Cirsium is afkomstig van het Griekse woord Kirsos, dat “gezwollen ader” of “spatader” betekent. Distels werden vroeger als remedie hiertegen gebruikt.
Arvense komt van Arvum (Latijn) en betekent “akker”, wat slaat op de groeiplaats. Net zoals het eerste deel van de Nederlandse naam.

De Akkerdistel komt van oorsprong voor in Europa en Azië, maar is inmiddels over alle gematigde streken van de wereld verspreid. De plant is een echte cultuurvolger en is te vinden overal waar de mens actief is.

Bloeitijd van juni tot en met september.
De plant wordt vanwege de aanwezige nectar door de honingbij, vlinders, hommels en solitaire bijen bezocht. Indicatie voor nectar en stuifmeel is 5.
Hiernaast bieden de lastig toegankelijke distelhaarden broedplaatsen aan meerdere vogelsoorten, onder meer putter, vink en veldleeuwerik.

De Akkerdistel maakt ondergrondse stengels (wortelstokken). Stukjes wortelstok kunnen weer een plant vormen, waardoor de plant een zeer lastig onkruid is. Ze wordt dan ook wel boerenplaag genoemd.
Als men deze planten ongemoeid laat, sterven ze na een aantal jaren af; veel grondbewerking zorgt voor een nieuwe ontwikkeling.

Een andere methode om de Akkerdistel klein te krijgen is de planten een aantal jaren na elkaar door maaien kort te houden en zo uit te putten.

De Akkerdistel is te vinden in ruigten en op ruderale, voedselrijke, zandige, vochtig tot droge standplaatsen. Zelfs als de bodem zout bevat is dat geen bezwaar voor de Akkerdistel vandaar de de plant zich veel liet zien in jongen polders.

Paardenmest en handenarbeid: de oorsprong van een wet uit 1887
De distelwet is gebaseerd op verordeningen van lang voor de mechanisatie van de landbouw, toen landbouwers nog veel handwerk verrichtten op het land. Stekels van distels kunnen diepe wondjes veroorzaken. Voeg daarbij de toen nog veel gebruikte paardenmest en er is een grote kans op een infectie met tetanus. Een ziekte waartegen toen geen remedie bestond: de boer of landknecht stierf eraan. Die drie factoren – handenarbeid, paardenmest en onmacht tegen tetanus – zijn vandaag niet meer geldig. Het land wordt mechanisch bewerkt, paardenmest wordt nauwelijks nog gebruikt. Tegen tetanus kun je je laten inenten.
Maar de haat en de aversie tegen distels is wel gebleven. Zolang de distelwet geldt, mag je de gewraakte soorten niet in je tuin laten bloeien. Je wordt er vast over aangesproken door je buren of door het stadsbestuur, of je nu in de stad woont of op het platteland, de ‘distelwet’ stelt dat “Iedere eigenaar, huurder, pachter etc. verplicht is de bloei, zaadvorming en uitzaaiing van schadelijk geachte distels met alle middelen te beletten”.

In nieuw verworven natuurgebieden kan de Akkerdistel nog veel voorkomen.
Gelukkig geeft dit weinig of geen overlast en kan de plant zijn gang gaan. Insecten en vogels doen daar hun voordeel mee en na een paar jaar zijn de distels verdwenen en hebben plaats gemaakt voor andere planten.

Tot slot een oude spreuk:
distels maaien is distels zaaien
distels plokken is distels lokken
distels laten staan is distels dood laten gaan
distels uitsteken is distels de nek breken.

 

Terug naar index

Mei 2018
 
De drachtplant van de maand mei is de Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum).
 



 

Aesculus hippocastanum, Paardenkastanje
De naamgeving ‘Paardenkastanje’ en Hippocastanum duidt op het gebruik van kastanjes voor paarden; Esca ( Aesculus)= eten, Hippos = ros, paard, castanum = kastanje.
Paardenkastanjes zijn voor de mens niet eetbaar, voor herten, reeën en wilde zwijnen echter zijn ze een populair wintervoer en ook paarden kunnen ze eten.
Turken gaven de vruchten aan hun merries te eten, wanneer deze een veulen verwachtten en ook aan paarden om ze van de hoest, kortademigheid en zweten te genezen.
De kastanjes worden medische toegepast tegen verschillende kwalen.
Een wijdverspreid volksgeloof was dat het in de zak dragen van de vruchten van de Paardenkastanje zou beschermen tegen jicht, reumatiek en rugpijn.

De boom komt van nature voor in de Balkan en is van daaruit over heel Europa verspreid. De eerste Kastanje in Nederland werd geplant in de Leidse Hortus in 1608. Oude bomen kunnen een omtrek van meer dan 5 meter en een hoogte van 25 meter halen.
De Paardenkastanje is een boom die veel ruimte nodig heeft en vaak geplant werd in parken en bij boerderijen om schaduw te geven. De witte Paardenkastanje bleef eeuwenlang vrij van aantastingen, maar sinds 2002 is de kastanjemineermot een plaag en sterven vanaf ongeveer dezelfde tijd veel bomen aan de kastanjebloedingsziekte. De larve van de nachtvlinder Paardenkastanjemineermot mineert in de bladeren van de witte Paardenkastanje. De bladeren kleuren dan bruin en vallen af. Dit verzwakt de boom en kan, na verloop van tijd, de dood betekenen voor deze boom. Deze nachtvlinder, oorspronkelijk afkomstig uit China, rukt op vanuit Oost- en Centraal-Europa.
De eieren van de kastanjemineermot worden door de vlinder op het blad gelegd. Na enkele weken komen deze uit. De larven vreten het bladmoes op waardoor de kenmerkende mijnen in het blad ontstaan. De mijnen zijn bruin verdorde vlekken in het blad, doordat er meerdere mijnen in een blad zitten verkleurt het gehele blad en valt af. Bij een zware aantasting kan de Paardenkastanje zijn blad al in de zomer kwijt raken. Wanneer een Paardenkastanje jaar na jaar zwaar wordt aangetast treedt verzwakking op. De kastanjebloedingsziekte wordt veroorzaakt door een bacterie die de bast infecteert. Hierdoor verschijnen kleine roodbruine vlekken op de bast waaruit vloeistof kan druppelen. Deze vloeistof verspreidt zich over stam en takken en geeft zwarte vlekken. Het bastweefsel wordt aangetast waardoor scheuren in de bast ontstaan. De boom probeert de ontstane wonden te overgroeien.
Bij zwaar aangetaste bomen valt de conditie sterk terug en deze zullen uiteindelijk afsterven.
Er is nog onvoldoende bekend over deze bacteriële infectie waardoor er nog geen goede bestrijdingsmethoden bekend zijn.

De drachtcode voor de paardenkastanje staat aangegeven als 5 voor nectar en 5 voor stuifmeel. Dit is de hoogste waarde die voor de drachtcode wordt gegeven. Voor stuifmeel van de Paardenkastanje is dit merkwaardig:
In bijenhouden van december 2010 schrijven Henk van der Scheer en Mari van Iersel een artikel over stuifmeel en wordt het stuifmeel van de Paardenkastanje aangemerkt als giftig. Dit lijdt meestal niet tot problemen omdat bijen in het voorjaar een grote verscheidenheid aan soorten stuifmeel binnen halen, maar waarom dan toch zo’n hoog cijfer?